Michel Musters

Rez
Games heb je in alle soorten en maten, maar er zijn er niet veel die volgens velen onder de noemer 'kunst' vallen. Shadow of the Colossus en Flower worden wel eens genoemd, maar Rez mag ook bijna altijd bij die selecte groep geschaard worden. Dat komt omdat de game niet alleen een abstracte weergave is van een een virusscanner (de speler) die een computer probeert op te schonen, maar je ook nog eens in een trance kan trekken door de heerlijke beats en hypnotiserende graphics. Gameplay, beeld en geluid lijken allen perfect bij elkaar te passen en sleuren je een vreemde wereld binnen, eentje die nog vreemder is als je onder invloed durft te spelen. Ik kan niet wachten op Child of Eden, de spirituele opvolger van Rez die dit jaar voor Kinect moet verschijnen.

Bangai-O
Deze unieke side-scrolling shooter van die gekke Japanse studio Treasure (Radiant Silvergun, Go! Go! Troublemakers) heb ik bij toeval leren kennen. De Dreamcast was al lang dood en begraven, toen ik een jaar of vier geleden tijdens mijn stage voor Gamer.nl een video schoot voor de Storecheck. In die rubriek gingen we verschillende gameshops langs om daar te tonen wat ze te koop hadden staan. We waren deze keer in ForeGames te Tilburg en ik raakte in gesprek met de eigenaar over die geweldige witte console van Sega. Hij raadde mij een vrij onbekende topper voor de Dreamcast aan: Bangai-O, een game die oorspronkelijk in Japan voor de Nintendo 64 was verschenen. Hij vond het zo'n toffe game dat ik hem zelfs gratis meekreeg. Dan ben je pas een enthousiaste winkeleigenaar! Maar uiteindelijk geheel terecht: het hectische geschiet in de game is gewoon enorm verslavend. De DS kreeg een soort van vervolg, Bangai-O Spirits, maar die haalt het toch niet bij het origineel.

Wesley Akkerman

Sonic Adventure 2
De eerste Sonic Adventure staat nog steeds in de boeken als één van de beste driedimensionale Sonic-games allertijden. Tenminste, totdat Sonic Adventure 2 uitkwam. Sega heeft in dit deel een plekje ingeruimd voor veel meer awesomeness, snelle actie en wederom een vette verhaallijn waarin de personages elkaar hoe dan ook kruizen. De verschillende personages hebben allemaal hun eigen vaardigheden die uitgebuit worden in hun eigen avontuur. Daarnaast kun je ook nog kiezen tussen de goede of slechte kant - spelen met Shadow the Hedgehog en Dr. Eggman kan hier dus voor het eerst. Tel daarbij een heerlijke multiplayer vol racen en zoektochten bij op en dan kom je uit op de beste 3D Sonic-game allertijden.

Sega Rally Championship 2
"Game Over Yeaaahh!" De legendarische tune aan het einde van een race in Sega Rally Championship. Hij klinkt enorm vrolijk en dat voelt heel vreemd; je bent immers game over. En dat gaat altijd heel snel, want de races in deze tweede Sega Rally-game zijn enorm pittig. Zoals in elke rallygame is kennis van het rijgedrag van de auto en de baan waarop je rijdt van cruciaal belang op weg naar de eerste plek. In de arcadehallen was dit één van de meest gespeelde spellen, omdat het het arcade-gevoel enorm veel mensen aansprak. De immidels opgedoekte Sega Racing Studio heeft er alles aangedaan om die ervaring in z'n geheel over te zetten voor de thuis console en dat is ze goed gelukt. Jammer dat de serie daarna een trage dood heeft moeten sterven. Nog een laatste keer dan: Game Over Yeah!

Sander Hölsgens

Shenmue
Een paar weken geleden ging mijn lofzang over Yakuza. Maar dat ik Yakuza zo tof vind, komt eigenlijk door Shenmue. Deze game gaf me voor het eerst het gevoel echt deel uit te maken van een 'levende wereld', een zinsnede die je inmiddels niet meer kunt horen, maar destijds nog waarde had. Er is zoveel aandacht besteed aan de kleinste details dat ik meer uur kwijt was aan de randzaken dan aan het oplossen van de moord op Ryu's vader. Toch is ook het epos zelf van bijzondere aard, met name door de genuanceerde en in sommige opzichten zelfs voorzichtige vertelwijze. Alleen die quick-time-events hadden ze misschien beter kunnen weglaten. Niet eens zozeer omdat ze zo vervelend zijn, maar tien jaar na dato zitten ze in zo'n beetje elke actiegame, waar ze vaak genoeg geen meerwaarde bieden.

Ecco the Dolphin: Defender of the Future
Ecco the Dolphin is als spel niet heel spectaculair. Je speelt als een zachtaardige dolfijn en de missies zijn zelfs een beetje duf. Maar het vertegenwoordigt als geen ander de schoonheid van het vrije bestaan. Zonder echte verplichtingen zwem je in het rond, spring je nu eens uit het water en spreek je dan weer zo'n reusachtige blauwe vinvis aan. Voor de rest doe je niets dan genieten van de oneindigheid van de oceaan, waarin een zee aan avonturen schuilt. Endless Ocean bood een jaar of drie geleden een soortgelijke ervaring, maar kwam niet in de buurt van Ecco.

Daniël Verlaan

Ready 2 Rumble Boxing
"LET'S GET READY TO RUUUUUMMMBBBLLEEEEE!" Dat zinnetje knalde echt enorm vaak door de televisie toen ik elf jaar was. Ook ik kraamde het elke keer uit als het spel begon. Je kon alleen maar houden van de overdreven geel met rode letters in het openingsscherm. Wie kent de dikke Tank Trasher nog? Of Afro Thunder? Ik herinner mij vooral de momenten dat ik de game met mijn broer speelde. We waren beiden bloedfanatiek en smeten de controllers vaak in de hoek na een verloren pot. En dit terwijl de game toch puur speelplezier uitstraalde.

Crazy Taxi
De gele auto zal ik nooit meer vergeten. Na een uurtje spelen leek het alsof je een hele tray Red Bull achter je kiezen had zitten. De grote pijl wees altijd de richting aan, nooit de route: een extra stessfactor voor de game. Met ruige punkrock – denk aan The Offspring, wat een jeugdsentiment - op de achtergrond rakelings langs alle auto's om uiteindelijk meer geld binnen te halen. En dan als moment suprême heerlijk negentig graden slippen als je de passagier afzette.

Marcel Vroegrijk

Ikaruga
Ikaruga. Wat het woord betekent laat zich nog altijd raden. Daarom bij deze raadpoging 445.435.664: milimeterneuken....want dat is Ikaruga. Uit de grond van mijn hart haat ik het spel voor zijn precieze besturing, die zo precies is dat het exact dezelfde reden is waarom ik ook van Ikaruga houd. Er is geen tussenweg. Het is perfectie of falikant falen. Het is op een haartje na de regen van kogels missen of er als een kamikazepiloot recht op af vliegen. En dan heb ik het alleen nog maar over de laagste moeilijkheidsgraad gehad, waar vijandige scheepjes met hun laatste adem nog geen stortvloed aan projectielen uitbliezen. Het feit dat tegenstanders daar op hogere niveau's wel een handje van hadden, maakte het pas echt een bullet hell. Wat een heerlijk typerende naam is het ook eigenlijk: bullet hell. Het is een genre dat me vastgrijpt, aftuigt en niet meer loslaat. En toch kan ik er alleen maar sympathie voor opbrengen. Ikaruga Syndrome noemen ze dat.

Virtua Tennis 2
Waarom Virtua Tennis 2 en niet het eerste deel? Logisch, deel twee heb ik veruit het meeste met vrienden gespeeld. Hoezo dat? Iets met vier mensen, een Dreamcast, een druilerige zondagmiddag en de behoefte aan een spel dat zich leende voor lokale multiplayer. Iedereen koos zijn eigen personage uit en bleef daar ook heilig bij. Ik zweerde bij Tommy Haas en ging helemaal op in zijn veronderstelde karakter. Zo zette ik ieder gewonnen punt verbaal kracht bij door mijn tegenspelers te smacktalken, in het Duits nietteverstaan. Duits dat zelfs Louis van Gaal nog als tahlverlütering an zou mercken. Waarom ik me zo in moest leven is me nog steeds een raadsel. Noem het speelsheid, of dicht het toe aan de immens verslavende gameplay van Virtua Tennis 2. Zelfs de tennishaters onder ons konden de controller niet neerleggen en eisten rematch na rematch. En dat is uiteindelijk wat samen spelen op de bank zo geniaal maakt: elkaar voortdurend aftroeven, zonder dat je iemand vernedert.