Voordat Company of Heroes verscheen, hadden we al enkele imposante screenshots en trailers van de game voorbij zien komen. De hoge graad van detail die je zag bij de screenshots van Company of Heroes, deed je destijds twijfelen of een RTS-game er wel echt zo goed uit kon zien. Maar je speelt een RTS niet om de mooie graphics, maar om de uitgebalanceerde gameplay en de kans om te laten zien dat jij het tactische steekspel beter onder de knie hebt dan je tegenstander. Het was dan ook moeilijk om in te schatten hoe goed de game daadwerkelijk ging worden.

De angst dat Company of Heroes het allemaal niet waar ging maken, bleek echter ongegrond. Na de eerste singleplayer-missie wist je al voldoende: “Deze game heeft iets en brengt het RTS-genre op een nieuw niveau.” Het succes is alleen niet afhankelijk van één specifiek aspect. Relic, de makers van het spel, hadden goed gekeken naar de concurrentie en nog wat interessante eigenschappen toegevoegd.

Eén van de eigenschappen was de manier waarop het verhaal uit de doeken werd gedaan. Omdat de in-game engine waarop de game draaide er meer dan behoorlijk uitzag, was het een verstandige keuze van Relic om de tussenscènes ook met diezelfde engine te maken. Voor de speler leek het verhaal daarom moeiteloos op te gaan in het eigenlijke spel. Tel daarbij een script op dat niet zou misstaan in een oorlogsfilm van Steven Spielberg en je zit zo een paar uur achter je PC.

De in-game engine (Essence-engine) zorgt er bovendien voor dat alles bijzonder realistisch wordt weergegeven. Elke soldaat heeft een gezicht en oogt niet als een pixelbrij of als een mannetje met slechts drie animaties. Hierdoor krijg je wat meer voeling met je manschappen, maar is het tevens een genot om even in te zoomen en te kijken hoe je manschappen ervoor staan. Het terrein reageert bovendien op explosies en binnen de kortste keren verandert het slagveld in een zwartgeblakerd gebied vol met kraters en puin. En de veteranen onder jullie zijn hun eerste bombardement in Company of Heroes vast niet vergeten.

Maar nu zijn we alweer twee alinea's aan het ouwehoeren over de graphics, terwijl Company of Heroes juist op het gebied van gameplay veel indruk maakt. De basis van de game is een gewone base-building RTS, waarin je de standaard barakken en tankfabrieken kunt bouwen. De game verschilt alleen enorm in de manier waarop je grondstoffen verkrijgt. Je hebt namelijk drie verschillende grondstoffen: mankracht, brandstof en munitie. Met mankracht kun je nieuwe eenheden rekruteren en gebouwen neerplanten, brandstof voorziet in de behoefte naar nieuwe voertuigen en met munitie kun je speciale vaardigheden activeren.

De grondstoffen liggen echter verspreid over het slagveld en worden door verschillende gebieden met elkaar verbonden. Elke potje in Company of Heroes ontaardt dus in een gevecht om de beste gebieden. Saillant detail: een gebied levert pas grondstoffen op wanneer hij in verbinding staat met een gebied van dezelfde kleur. Een slimme speler kan dus in het heetst van de strijd een klein groepje soldaten achter vijandelijke linies droppen om zo op het juiste moment de aanvoer van nieuwe grondstoffen van de vijand te blokkeren.

Op deze manier kun je een aanval van de vijand eenvoudig afweren, omdat de grondstoffen ook nodig zijn om de speciale vaardigheden van de eenheden te activeren. Een Grenadier-squad van de Axis kan zonder munitie-grondstof  geen granaten gooien, maar ook de mogelijkheid om bijvoorbeeld de Sherman 'Crocodile' uit te rusten met een bulldozer (om tankobstakels uit de weg te ruimen) is niet meer mogelijk. Omdat je in Company of Heroes niet zo heel veel eenheden kunt hebben, en elke eenheid behoorlijk wat grondstoffen kost, is het des te belangrijker om je bestaande eenheden te upgraden.

Bovendien kunnen al je eenheden stijgen in rang (veterancy 1 tot en met veterancy 3), waardoor ze aanzienlijk beter worden. Meer nog dan in andere RTS-games moet je jouw eenheden dus koesteren. Zelfs de kwetsbare infanterie-squads zijn cruciaal voor de overwinning. Je tegenstander kan wel vier tanks op je afsturen, maar zonder een paar zandhazen kan hij onmogelijk nieuwe gebieden innemen of op strategische plekken bunkers, zandzakken of prikkeldraad plaatsen.

Dat je infanterie op willekeurige plaatsen obstakels kan bouwen, voelt trouwens erg goed aan. In andere RTS-games heb je soms het idee dat een mijnenveld of een rolletje prikkeldraad meer voor de show wordt geplaatst. In Company of Heroes is dit allerminst het geval. Mede dankzij het sublieme leveldesign, zoals de nauwe straten van een Frans vissersdorpje of de vervelende, langgerekte  heggen op het Franse platteland, vormt een goedgeplaatste bunker met aan weerzijde wat prikkeldraad in een trechtervorm de ideale hinderlaag voor een groepje soldaten. Leg er nog wat mijnen bij en zelfs een tank heeft de grootste moeite om voorbij zo'n knelpunt te komen.

Gelukkig hebben de makers ook voor deze situaties een gepaste oplossing bedacht in de vorm van doctrines. De speler kan zich specialiseren in één van de zes doctrines (drie voor iedere zijde), waardoor hij een paar interessante nieuwe mogelijkheden erbij krijgt. De doctrines kun je nog het beste omschrijven als een bepaalde krijgskunst. Aan de Amerikaanse zijde heb je de Airborne-, Infantry- en Armor-doctrines. Aan Duitse zijde kun je jezelf verdiepen in de Blitzkrieg-, Defensive- en de Terror-doctrines.

Kies je voor de Armor- of de Terror-doctrine dan krijg je uiteindelijk de beschikking over een Tiger- of Pershing-tank. De Defensive- of de Infantry-doctrine levert artillerie of de ondersteuning van paratroepers op. Dankzij deze doctrines kun je in één klap een slag doen kantelen. Het voelt heerlijk om een Tiger op te roepen wanneer de tegenstander bijna door je linies heen breekt. Een paar schoten later en de meeste eenheden zijn of dood óf op de vlucht geslagen.

En tel nu al het bovenstaande bij elkaar op en stop dat in een heerlijk multiplayer-potje Company of Heroes. In één woord: briljant! Dankzij de doctrines, de upgrades van je eenheden, het blokkeren van de toevoer van grondstoffen en het constant verschuiven van de frontlinie tussen de verschillende gebieden maakt van een online gevecht een explosieve, onberekenbare, intense ervaring. Een ervaring die er door de Essence-engine bijzonder goed uitziet. Het leverde Company of Heroes lovende kritieken en enkele zeer verdiende GOTY-awards op.

Daarnaast voegde de eerste stand-alone uitbreiding Opposing Fronts aan het toch al indrukwekkend aantal opties nog zes nieuwe doctrines en twee nieuwe facties toe. Het nog uit te komen Tales of Valor zal zelfs een geheel nieuwe Direct Fire-modus aan het geheel toevoegen. Een modus waarin je zelf bepaalt wanneer en in welke richting je jouw tank laat vuren. Of Tales of Valor het briljante Company of Heroes nog beter gaat maken, vertellen we binnenkort in de recensie.