Homefront is voor veel mensen een reden om hun geschiedenislessen van de middelbare school weer eens op te halen. "De situatie is zó ongeloofwaardig", klonk het in veel commentaar. En dat klopt. Voor iedereen met een beetje fantasie, zoals elke Gamer behoort te hebben, kent Homefront een meeslepend verhaal dat uitermate verzorgd wordt geschetst. Je raakt verwikkeld in de verzetsstrijd tegen de Koreaanse bezetting in Amerika. Homefront vertelt dit op een cinematografische manier. De game voelt door de sfeervolle scènes aan als een echte oorlogsfilm en het emotionele verhaal pakt je snel in. Na de eerste drie hoofdstukken merk je hier helaas steeds minder van en na een kleine vier uur gaat zelfs het scherm plotseling op zwart. De aftiteling en teleurstelling volgen.

Pastiche

In onze jongste hands-on-preview waren we enthousiast over Homefront. Dat zijn we nog steeds, maar ontwikkelaar Kaos laat grote kansen liggen. Hoe kun je een game zo goed laten beginnen en net zo hard weer laten inzakken? Zelfs een vergelijking met Half-Life 2 was op basis van de eerste drie hoofdstukken op zijn plaatst. De eerste minuten van Homefront zijn ook de tweede keer weer indrukwekkend. Een peuter die krijst omdat zijn ouders voor zijn neus als beesten worden doodgeschoten: het is best heftig, zeker vergeleken met de gemiddelde first-person shooter. Dat maakt Homefront in het begin ook - hoewel het verhaal zich er niet echt voor leent - realistisch.

In de resterende campagne doet Kaos een mislukte poging om alle bekende shooterelementen in een zo'n kort mogelijke tijd te stoppen. Een sniperlevel, een helikoptermissie, rijden in een jeep, slow motionacties: het komt in een paar uur allemaal voorbij. Het persoonlijke verhaal dat Homefront zo speciaal maakt, wordt hierdoor steeds minder sterk. De actie is bovengemiddeld maar de sfeer is juist belangrijker. Kaos lijkt dit te zijn vergeten en het wordt, naarmate het verhaal vordert, steeds duidelijker dat je levels speelt die in Medal of Honor en Call of Duty veel beter tot zijn recht komen. Dat blijkt vooral tijdens het helikopterlevel van Homefront, waar Kaos met een liedje op de achtergrond de actie tevergeefs meer spetterend probeert te maken. Dit lukte Call of Duty: Black Ops wél in de bootmissie, waar Sympathy For The Devil van The Rolling Stones voor de kick moest zorgen. En dat heeft niets te maken met onze muzieksmaak.

Dynamisch?

De hectiek in Homefront valt vaak te prijzen, maar het is soms ook te veel van het goede. Zo val je ongeveer acht keer op filmachtige wijze van hoge gebouwen af, waaronder een boomhut, uitkijktoren, brug en een sniperspot die wordt gebombardeerd. Het wordt in Homefront een beetje een cliché. Leuk zo'n ontploffing, maar gelieve beleven we er niet elke minuut één. Gelukkig krijgen we geen genoeg van het gooien met granaten en de moderne Goliath-tank, want die ontploffingen zien er elke keer fantastisch uit.

Kaos pretendeert dat alle gescripte actie om je heen gebeurt, terwijl je zelf gewoon nog kunt lopen en rondkijken. Hoewel je sommige belangrijke gebeurtenissen hierdoor kunt missen, maakt dit het spel inderdaad dynamischer. Het is daarom juist gek dat de samenwerking met de kunstmatige intelligentie totaal niet dynamisch is. Zo mag je vaak als laatste pas een deur door of een tunnel in en moet je geregeld een tijdje onnodig wachten. Ook had de AI soms last van vervelende bugs. Tijdens een missie zei een teamgenoot "that's all of them", terwijl plotseling een vijand uit een bosje dook – met de dood tot gevolg.

Multiplayer

De multiplayer in Homefront is wél consistent. Het is een belangrijke factor van de game, want de singleplayer kun je binnen de tijd van de eerste Godfather-film uitspelen. Homefront beschikt over een sterke multiplayer met bekende speelmodi, goed uitgewerkte klassen en een handig puntensysteem. Vooral laatstgenoemde toevoeging werkt stukken beter dan verwacht. Het verzamelen van battlepoints gaat hetzelfde als het verdienen van ervaringspunten: hoe beter je speelt, hoe meer je er verzamelt. Je kunt kiezen om bijvoorbeeld een raketwerper en kogelvrij vest te kopen. Of wellicht juist een jeep. De maps hebben allemaal hun eigen voor- en nadelen en je kunt hier tactisch op inspelen door de meest logische aankopen te doen. Het is bijvoorbeeld niet handig om een tank aan te schaffen in een klein stadje met veel zijstraten en beschutting, want voor je het weet staan er vanaf de daken drie bazooka's op je gericht.

Je kunt met elke klasse specifieke aanvalsmogelijkheden kopen. Het zijn vooral de kleine voertuigen die indruk maken: een drone met een machinegeweer en een helikoptertje dat raketten afvuurt. Ze zijn beide van afstand te besturen en dat brengt wat meer diversiteit in de game. ook de voertuigen zijn in de multiplayer goed gebalanceerd: het is niet zo dat je met een tank gemakkelijk tien vijanden kunt doden. Je moet met een tank van een afstand goed proberen te schieten, want het bepantserde voertuig is zeker niet onverwoestbaar. En omdat je het voertuig zelf hebt gekocht, ben je er tevens zuiniger op. Je wordt echt kwaad als je binnen een minuut je tank verliest.

Battle Master

Het automatische Battle Master-systeem werkt eveneens erg aangenaam. Je krijgt per persoon een speciale doelstelling die gebaseerd is op het spelverloop. Als een tegenspeler bijvoorbeeld heel goed is, wordt hij het doelwit van verschillende andere spelers. Het wordt daarom lastig een hoge rank te behalen: hoe beter je bent, hoe meer tegenstand je krijgt. Ook de chaos in Homefront wordt door de computergestuurde Battle Master goed gecontroleerd, omdat iedereen duidelijke en persoonlijke doelstellingen heeft.

Homefront wint vooral op zijn onlinemogelijkheden, want Kaos laat grote kansen liggen in de singleplayer. Dat is gek, want de eerste uren van de campagne zijn echt om je vingers bij af te likken. Het verhaal verliest langzaam zijn emotionele en persoonlijke sfeer – waar we in de preview zo enthousiast over waren - en de actie wordt alsmaar heftiger en intenser. Zo verliest Homefront juist de emotionele sfeer die in het begin hoge verwachtingen schepte.