Sommige games vallen op je deurmat, duw je in je console en begin je gelijk te spelen. Daar denk je logischerwijze niet verder bij na. Maar heel soms speel je een game waarbij je, in ieder geval als recensent, het gevoel krijgt iets heel speciaals mee te maken. Duke Nukem Forever is zonder twijfel zo’n game. Wat langer dan een decennium de beste grap van de game-industrie was, is nu opeens harde realiteit. Tijd voor de review waar je al vijftien jaar op wacht.

Het opstarten van Duke Nukem Forever is een machtig mooi moment. Allereerst omdat het een stukje gamegeschiedenis is, maar ook en vooral eigenlijk vanwege de hilarische introductie. Forever gaat van start met een cartoonesk compilatiefilmpje waarin Duke de bekende varkensachtige ruimtewezens onthoofdt, hij een krantje leest, oogballen van monsters wegtrapt en zwevende octopussen opblaast. Zo, de toon is gezet. Heerlijk.

Als dit filmpje je er nog niet van heeft overtuigd dat Duke Nukem Forever op een prettige manier niet serieus te nemen is, doet de eigenlijke introductie van de hoofdmodus dat wel. Het eerste level, Duke Lives, begint met de hevige klanken van de welbekende Duke Nukem-theme-gitaren, een zwart scherm en het welbekende citaat “those alien bastards are gonna pay for shooting up my ride”. Hoe de game vervolgens van start gaat zullen we niet verklappen (hoewel dat te zien is in sommige trailers), maar we kunnen niet anders stellen dat de game meteen laat weten dat het een Duke Nukem-titel is. En daar zal iedere Duke Nukem-fan van smullen, net zoals wij dat hebben gedaan.

Stijl en humor

Geloof het of niet, Duke Nukem kent een verhaal. Na afgezogen te worden door de meest gedateerde grap in de game, de Holson-tweeling, bezoekt Duke een talkshow. Eenmaal daar wordt de aarde aangevallen door ruimtewezens, wat Duke er zonder verdere uitleg toe zet hen één voor één kapot te maken. Dat de president van Amerika zijn acties vervloekt en afkeurt, doet er niet toe: Duke is gekomen om kauwgom te kauwen en kont te schoppen. En mocht hij zijn laatste kauwgom nu net opgegeten hebben.

De game an sich bestaat niet enkel uit schieten, want ook platformelementen passeren meermaals de revue. Wat dat betreft is Duke Nukem Forever zó traditioneel dat de game haast verfrissend is. Waar de meeste shooters je een gelikte ervaring op hoog tempo voorschotelen, kent Duke Nukem Forever nog die rare (doch niet vervelende) combinatie van rechttoe-rechtaan-actiesequenties en puzzel- en platformelementen. Nee, Forever is geen Super Mario 64, maar het is ook geen loze actiegame. Dat impliceert de stijl en humor van Duke Nukem misschien, maar dit blijkt ongegrond. Tel daar de interactiviteit met de omgeving bij op (je kunt met poep gooien, meer hoef je niet te weten), en je hebt een vrij complete en gevarieerde singleplayerervaring.

Dat gezegd hebbende: schieten vormt nog steeds de hoofdmoot. En reden om te schieten is er genoeg, enorm veel zelfs - de game zal je op zijn minst een uur of tien bezighouden. Toch heeft dat ook te maken met de nogal hoge moeilijkheidsgraad: af en toe stuurt de game vijanden op je af zonder dat je daar echt op rekent. Het kan zomaar dat DNF je in een grote, afgesloten kamer verrast door middel van een onophoudelijke stroom aan vijanden. Vaak delf je dan het onderspit, omdat je a) het gevaar niet aan ziet komen, b) het af moet leggen tegen de vaak krachtigere vijanden en c) de vijanden ontzettend stom zijn, gewoon blind aan komen rennen en je op die manier volledig klem zetten.

Oud

Die rare moeilijkheidsgraad is overigens niet ergerlijk, maar het is wel een indicatie van oud gamedesign. En dat komt nog wel vaker naar voren in Duke Nukem Forever. Zo is de game grafisch zichtbaar gedateerd: de gezichten zijn ronduit lelijk, voorwerpen die ver van je verwijderd zijn zeer onscherp en de textures van de omgevingen ogen, los van het mooie glanseffect, enorm verouderd. Overigens maakt een uitstekende afwisseling van de omgevingen wat dat betreft een hoop goed, maar DNF is en blijft het lelijkste kindje uit de klas.

Het zal je dan ook niet meer verrassen: de vijftien jaar ontwikkelingstijd heeft Duke Nukem parten gespeeld. Qua gameplay, qua uiterlijk, maar ook op een ander technisch vlak. Zo zul je je gaan ergeren aan de lange laadtijden tussen levels. Iedere vijf minuten ben je een minuutje naar een laadscherm aan het kijken, wat na twee uurtjes spelen toch vrij onaangenaam wordt. Maar ook het oppakken van spullen in de omgeving is een hele klus. Je moet bijna exact met je cursor op voorwerpen richten om interactie te bewerkstelligen.

Eerlijk

Tijd voor het oordeel: Duke Nukem Forever is eigenlijk niet zo’n heel goed spel. Sterker nog, vergeleken met hedendaagse shooters moet het zich enigszins schamen. Het is immers lelijk, technisch gedateerd en probeert qua modi eigenlijk niets nieuws te doen (lees de multiplayer-preview hier). Maar Duke Nukem Forever is geen normale game. Het is Duke Nukem Forever. Gearbox heeft de game echt niet uitgebracht met de illusie dat het een geweldig product was. Forever is een ode aan gamers, en wat dat betreft stelt het allerminst teleur. De humor is nog steeds geweldig, de gameplay staat geheel zijn mannetje en de hoofdmodus kent genoeg inhoud om je een lang weekend bezig te houden. Wij hebben genoten en gelachen, en twijfelen er niet aan dat jij exact hetzelfde gaat doen.

Deze game is getest op de Xbox 360. Het was tijdens het recenseren van de game nog niet mogelijk om de multiplayer van het spel te testen.