Brothers in Arms: Hell's Highway zou eigenlijk zo'n twee jaar geleden uit komen. Na deze oorspronkelijke dag van de release, welke door Gearbox Studios niet gehaald werd, viel er een doodse stilte rondom de game. Het door uitstel getergde derde deel in de serie leek met de dag verder weg. Maar een paar maandjes geleden, tijdens de Ubidays in Parijs, begon de game weer te leven. Zodoende ligt Brothers in Arms: Hell's Highway nu in de winkels. Was het de lange wachttijd waard?

De Brothers in Arms-games worden gekenmerkt door een grote en trouwe achterban, met name omdat de serie tactiek, realisme en meeslependheid in het hoogste vaandel plaatst. Hell's Highway volgt exact dezelfde formule. Je beleeft het verhaal dus weer als sergeant Matthew Baker. Aan hem de taak om zijn soldaten (de 101st Airborne Division) door de grote mengelmoes van ellende en ethische problematiek genaamd de Tweede Wereldoorlog te dirigeren. Ditmaal stort je je op operatie Market Garden. Het doel van de operatie destijds was het zuiden van Nederland in één ruk te veroveren. Als alles volgens plan ging zouden de Geallieerden nog datzelfde jaar Berlijn overrompelen en de vrede herstellen. “We'll be going home by christmas”, aldus Baker. Niets was echter minder waar…

Zoals gezegd zou de game eigenlijk twee jaar geleden uitkomen. Destijds waren we zeker onder de indruk geweest van bepaalde grafische aspecten. Anno 2008 is Hell's Highway grafisch echter al lang en breed door andere games ingehaald. Zo ook de 'vernieuwende' vernietigingbare omgevingen. Het is vaak niet duidelijk wat er nu precies kapot kan en wat niet. Houten hekjes knakken om als satéstokjes, maar sommige bankstellen en tafels lijken haast gemaakt van kryptonite. Voor de rest ziet de game er fatsoenlijk uit. Er zitten zelfs een hoop toffe effectjes in, zoals de rookspoor achterlatende hulzen die uit je geweer vliegen, de spatjes modder op je beeldscherm en het verlies van scherpte van dingen op de achtergrond wanneer je inzoomt. Het is grafisch misschien niet overdonderend, maar het is ook zeker niet ergerlijk of lelijk.

De vraag blijft echter of de gameplay geleden heeft onder het veelvuldige uitstel. Gelukkig is dat niet het geval. In Brothers in Arms draait alles om het vastzetten, flanken en zorgvuldig elimineren van je doelwitten. Het is niet de bedoeling dat je als John Rambo over het slagveld heen rent. In plaats daarvan moet je rustig observeren waar je troepen plaatst, op welk groepje tegenstanders ('moffen' is zóóó 1945) je teams laat schieten en of het vervolgens mogelijk is dat doelwit te flanken.  Doe je dit niet, dan ga je een wisse dood tegemoet. Deze speelwijze moet ook weer in Hell's Highway worden toegepast en blijkt wederom een gouden formule. Doordat je altijd oplettend moet zijn waar je jezelf en je troepen plaatst, zijn de vuurgevechten intens en spannend. Granaten en kogels vliegen heen en weer en je medesoldaten schreeuwen het uit wanneer ze onder vuur liggen.

Het nieuwe team, de Bazooka-eenheid, is een welkome toevoeging. Dit team is vooral handig wanneer de Duitsers zich schuil houden op onbereikbare plekken zoals kerktorens of bunkers. Nu heb ik ooit op een perstrip vernomen dat Duitse helmpjes best wat kunnen hebben, maar wanneer je ze een raket naar het hoofd schiet, piepen ze wel anders. Dit bloederige tafereel wordt op theatrale wijze in beeld gebracht. De camera zoomt in op je slachtoffer en laat zien wat voor chaos je raket aanricht. Benen, armen, hoofden en zelfs rompen worden door de lucht geslingerd. Hetzelfde Matrix-achtige tafereel komt voor bij een welgemikt hoofdschot of bij een granaat. 

Dit is ook precies hoe Gearbox wil dat de game voelt: hard en cru. Meerdere malen kom je scènes in de game tegen die je met de neus op de feiten drukken. Meisjes worden doodgeschoten, kleine jongetjes worden verpletterd en weerloze vrouwen worden opgehangen. De game geeft duidelijk weer hoe je soldaten deze ellende beleven en je ziet sergeant Baker langzamerhand psychologisch aftakelen door alle misère. Sfeer is dus duidelijk belangrijk in Hell's Highway. Ook de manier hoe Nederland, en voornamelijk Eindhoven, in de game wordt weergegeven is vermeldenswaardig. De eerdere missies hebben niet veel van Brabant weg, maar de missies in de binnenstad van Eindhoven druipen daarentegen vande sfeer. Het voelt écht als Eindhoven aan. Van de inmiddels verloederde Philips-fabriek tot de verkeersborden en reclameposters (waar overigens, nogal stereotypebevestigend, het statiegeld groot op vermeld staat) aan toe.

We hebben helaas wel een paar dingen opde game aan te merken. Allereerst de AI, die af en toe van bedenkelijk niveau is. Meerdere malen werden we door de tegenstander gespot zonder dat daar enige aanleiding toe was. Dit gebeurt voornamelijk wanneer de tegenstander met de rug naar je toe staat. Hij draait zich dan vaak om, terwijl hij je eigenlijk nooit gezien kan hebben. Los van deze oneffenheden staat de AI zijn mannetje. Vooral op de hogere moeilijkheidsgraad (die overigens tijdens het spelen, net als inUncharted, aan te passen is) proberen ze je te flanken en trekken ze zich op de juiste momenten terug. Ook wanneer ze zien dat hun dekking aan flarden wordt geschoten rennen ze meestal snel naar een andere plek toe voor betere beschutting.

Daarnaast slaat de multiplayer de plank een beetje mis. In plaats van tactische oorlogsvoering lijkt het af en toe meer op Unreal Tournament 3 voor de geestelijk minderbedeelden. Dit komt voornamelijk omdat Gearbox de spelers de mogelijkheid biedt om in tanks te stappen en de game speelbaar is met twintig man tegelijkertijd. Ook bevat de game maar één gamemode, is het online stukken lelijker dan in de singleplayer, worden de online potjes geteisterd door vertraging, schittert coöperatief samenspel doo rafwezigheid en bevat de game geen offline multiplayer.  Foei Gearbox, foei!