Stom, stom, stom. Denk je verstandig te zijn door alle Alien-films te kijken ter research, terwijl je in werkelijkheid de lat alleen maar hoger legt. Al denken we dat we zonder de vergaarde voorkennis waarschijnlijk dezelfde, teleurstellende conclusie zouden trekken.

Aliens: Colonial Marines is namelijk niet de game geworden waar we op hoopten. Verre van zelfs. Daar hebben Gearbox Software en 20th Century het zelf naar gemaakt. Beloven dat je een vervolg maakt op het zeer gewaardeerde Aliens schept verwachtingen. Net als de game jaren in ontwikkeling houden en journalisten een compleet andere demo laten zien. Uiteindelijk zijn er van die beloftes weinig waargemaakt en dat is vooral voor de gamer die zijn centjes aan deze game uitgeeft een hele zure alie.. euhm appel.

"Misteffecten die eerder lijken op smerige vliegengordijnen die bij je buren op de achterdeur zitten tijdens de zomer."

Maar waar gaat het dan fout? Want wie de game opstart, komt de eerste tien minuten nog aardig in Aliens-sferen. Een gevoel dat de game voornamelijk dankt aan het vertrouwde geluid van de pulse rifle die ons na al die jaren nog steeds verblijdt. Evenals als de bekende namen op de lockers van mariniers en de turrets met kloppende munitietellers op Hadley’s Hope. De game kent heel veel van dit soort verrassingen of easter eggs en dat maakt het voor de echte Alien-fan een waar feest van herkenning.

Helaas dacht Gearbox echter wat te makkelijk over deze game en vond het blijkbaar niet nodig om verder te gaan dan het maken van een Aliens-hommage. Misschien had iemand de makers moeten vertellen dat ze een shooter aan het maken waren, dan was de game niet verzand in kleine details en kloppende filmfeitjes. Die zijn namelijk niet goed genoeg om de erbarmelijke kwaliteit van de rest te camoufleren.

Xe-nono

Het begint bij het hele gevoel dat je krijgt tijdens de zes uur durende campagne. Of eigenlijk het gevoel dat je niet krijgt. De zo kenmerkende, beklemmende sfeer is nergens te bekennen. Sterker nog, op een klein leveltje na waarin je zonder wapens langs een paar Xenomorphs sluipt, ben jij altijd degene die de touwtjes in handen heeft. Zo voelt het althans. Je hebt altijd genoeg kogels, je kunt constant kiezen uit alle wapens (waaronder een veel te sterke shotgun) en je wordt nergens serieus op de proef gesteld. De Xenomorphs zijn een lachertje in deze game. Gewillig komen ze op je af rennen om zonder pardon afgeschoten te worden in plaats van te jagen in groepen en hun dodelijke staart vanaf het plafond door je ruggenmerg te steken.

Het is een pijnlijke constatering dat er van de gevreese Xeno’s uit de films weinig meer over is dan een paar flauwe, krijsende beestjes die na enkele schoten in een fontein van zuur uit elkaar spatten. Jammer genoeg wordt het zelfs nog erger als je beseft dat je motion tracker is verworden tot een irritant kookwekkertje dat af en toe piept maar nooit dat claustrofobische gevoel van omsingeling geeft. De motion tracker nota bene. Het enige apparaatje waar je bijna niks fouts mee kunt doen.

Eigenlijk alles voelt gedateerd aan in de game. Van de saaie, ongeïnspireerde dialogen tussen houterig geanimeerde personages tot de slecht uitgewerkt engine die zelfs op de PC weinig meer toont dan onscherpe textures en misteffecten die eerder lijken op smerige vliegengordijnen die bij je buren op de achterdeur zitten tijdens de zomer. De game wordt daarnaast geteisterd door bugs en grafische (schoonheids)foutjes waardoor het gevoel van haastwerk al snel de kop op steekt.

I’m a survivor

Alles kommer en kwel? Niet helemaal; het online gedeelte kent een paar aardige elementen. We zeggen met nadruk een paar, want ook hier is weinig moeite gedaan om wat extra te bieden. Door simpel knip- en plakwerk toe te passen dachten ze een online game af te leveren die zich kon meten met de concurrenten, maar helaas pakt dat toch anders uit. Het aanpasbare uiterlijk van je mariniers en Xeno’s, de vijf zelf in te stellen wapenuitrustingen en de vrij te spelen achievements, het is allemaal al gedaan en ook beter uitgevoerd.

Neem bijvoorbeeld het coöpgedeelte dat schaamteloos over de singleplayercampagne is geplakt. Nu was het verhaal al niet echt om over naar huis te schrijven, maar speel je het met z’n vieren dan wordt het helemaal een lachertje en zijn sommige onnavolgbaar door een gebrek aan logica. Er is geen moeite gedaan om opdrachten of het verhaal aan te passen aan vier in plaats van één speler, terwijl andere games toch wel hebben laten zien dat dit absoluut een vereiste is.

Het enige dat de game een beetje redt zijn de twee multiplayermodi Survivor en Escape waarin je in beide een groepje mariniers moet redden van een groep woeste Xeno’s. Vooral in Escape is dat kenmerkende gevoel van de Alien-films aanwezig; dat gevoel dat de vijand overal vandaan komt en veel sterker is dan jij en je zielige pulse rifle. Met slechts vier mariniers probeer je jezelf van punt naar punt te vechten terwijl je soms zenuwslopend lang op liften wacht of onder druk een deur dicht last. En net als in Survivor moet je als marinier constant je teamgenoten in de gaten houden om niet binnen een paar tellen het loodje te leggen. Je doel in Survivor-modus is gewoon lang genoeg in leven blijven, terwijl er af en toe op bepaalde plekken extra wapens spawnen die je helpen de Xeno’s af te houden.

Andersom is het aantrekkelijk om met de Xeno’s te spelen, omdat zij overal sluiproutes vinden die je achter, onder of zelfs boven de vijand plaatsen. Vooral de spelers die het geduld kunnen opbrengen om ergens in een hinderlaag te gaan liggen, zullen merken dat de Xeno’s bijzonder krachtige wapens hebben en op sommige momenten best te pruimen zijn als speelbaar personage. Het is jammer dat de besturing vaak te wensen over laat, omdat nooit duidelijk is waar de Xeno’s over het plafond kunnen lopen. Dit zorgt ervoor dat jouw personage ineens de andere kant op loopt of soms gewoon van het plafond valt. En Xeno’s die spontaan van plafond kukelen zijn eigenlijk een aanfluiting voor het hele Alien-universum.

Deze game is getest op pc.