Het zou bijna vermoeiend worden om over Supreme Commander nog te berichten. De game heeft al zo vaak in de spotlight gestaan dat je, als speler, de game ook amper nog uit kan staan. Niets is minder waar, met het gold gaan van Supreme Commander barst juist de oorlog los, en hoe!

Eigenlijk had hier nu weer een verslag moeten staan van de singleplayer versie die mij toegestuurd werd. In plaats daarvan, in het licht van de recente ‘going-gold’-melding, een kleine laatste indruk van het spel. Geen makkelijke taak, want eigenlijk is alles al besproken, vandaar dat ik jullie ook maar al te graag verwijs naar de vorige previews.

Zoals het er nu naar uitziet staat Supreme Commander gewoon als een huis, sterker nog, als een flatgebouw van twintig verdiepingen. De gameplay is solide, ontzettend veel fun en bovenal makkelijk in de omgang. Het gebruik maken van de kaart krijgt een geheel andere betekenis, want door het uitzoomen heb je de volledige kaart, inclusief icoontjes van al je eenheden, op je hele scherm verspreid. Het overzicht blijft bewaard, en over grote fronten krijg je zo de mogelijkheid om het land te veroveren.

Ready to rumble!

De drie teams, United Earth Federation, Aeon Illuminate en de Cybran Nation, zijn duidelijk verschillend, ondanks enkele overeenkomsten in gebouwkeuzes. Daar blijft het echter bij, in de loop van de beta hebben alle units (en daarmee dus ook de facties) hun eigen smoelwerk gekregen. Duidelijk verschillende stijlen en, veel belangrijker nog, allemaal met hun speciale eigenschappen. Van amfibie tanks tot extra sterke luchtmacht, en van kanonnen die nooit missen tot extra sterke artillerie. De verschillen zijn legio, en goed gebruik van de verschillende units geven een beslissend voordeel in de grootschalige veldslagen die het spel rijk is. Dit tevens verspreid over het land, de zee en in de lucht.

Supreme Commander is niet één twee drie op te pikken. Het vergt in het begin wat coördinatie en misschien is het zelfs lastig voor beginners, of mensen die in het algeheel nieuw zijn in het genre. Het grondstoffen vergaren werkt anders dan bij de meerderheid van de hedendaagse RTS games. In plaats van het gebruikelijke hout, goud en voedsel verzamelen, gaat het in Supreme Commander om massa en energie. Massa komt vanuit kleine, en in latere tech-levels, grote ‘Mass Extractors’. De Mass Extractors zetten de massa in de planeet om in massa die je voor je gebouwen en eenheden kunt gebruiken. Energie komt van de gebruikelijke energiecentrales en ook hier moet je klein beginnen voordat je met de grote centrales aan de slag kunt. De mogelijkheid om massa uit energie te halen bestaat echter ook nog, waardoor de speler niet afhankelijk is van de sporadisch verspreide massapunten.

Het doel is uiteindelijk om zo goed mogelijk gebruik te maken van de grondstoffen die binnenkomen. Er zijn verschillende opties van weergave beschikbaar, om het overzicht zo groot mogelijk te maken: hoeveel energie komt er binnen en hoeveel gaat er uit? Dit is belangrijk omdat je productie, vanzelfsprekend, niet in mag storten. Een vertraging in de productie kan funest zijn voor je leger en kan de tegenstander de kans geven je volledig te overrompelen. Belangrijker nog, zonder massa kunnen de meeste eenheden geeneens schieten. Dit in stand houden van een balans wordt door de beste spelers tot een kunst verheven, maar voor de minder ervaren spelers is dit ook goed genoeg te doen om de AI aan te kunnen.

IJzersterke intelligentie

Dat gezegd biedt zich meteen het volgende onderwerp aan: de AI. Hoe goed een game ook is, op z’n minst moet de game lekker te ‘skirmishen’ zijn om even te oefenen. Ook hier faalt Supreme Commander absoluut niet. De AI is sterk, houdt in de gaten wat jij doet en compenseert zich naarmate jouw handelingen. Bouw jij teveel landtroepen en vergeet je luchtafweergeschut mee te sturen, dan knalt de AI snel even een lading vliegtuigen uit zijn fabrieken en bombardeert je aanvalsmacht plat. Dit leidt dan weer tot het vijandelijke leger die zijn grondtroepen aanstuurt richting jouw kamp, mogelijk met desastreuze gevolgen.

De AI kan aangepast worden aan bepaalde schema’s. Ze houden bijvoorbeeld eerst alles in de gaten en storten zich daarna alleen op een luchtmacht. Deze zogenaamde ‘Archetype’ AI stelt de speler in staat met een AI te spelen die hem het leukste lijkt. Als je een gebalanceerde, defensieve, agressieve of misschien wel een combinatie van alles wil, kan dat door het simpelweg in te stellen.

Maar skirmish is niet alles. Sommige spelers geven ook veel om het verhaal van een game. Een verhaal dat meestal in de campagnes wordt verteld. Ook de campagnes hebben de volle aandacht gekregen: sfeervolle filmpjes houden je aandacht vast, al waren het nog wat gemakzuchtige voice-overs in de laatste versie die ik speelde. Er kwam weinig sfer uit de stemmen, maar de beelden waren van een heerlijke kwaliteit. Vervolgens word je meteen in een missie gegooid, eerst inleidend een aantal gebouwen en units oprichtend. Al snel kun je een indrukwekkende vijandelijke basis uitschakelen en beschik je al over sterkere legers. De tegenstander staat zijn mannetje en je gaat er al snel helemaal in op. Als ‘Supreme Commander’ in opleiding word je van planeet naar planeet gestuurd om daar al het schorem dat in jouw weg staat uit de weg te ruimen. Wat daar verder gebeurt? Tja, dat verklap ik verder niet.

Laatste kopzorgen

Het enige wat het onvermijdelijke succes van Supreme Commander mogelijk in de weg zou kunnen gaan staan, is de balans van het spel zelf. Niet de eenheden die oneerlijk verdeeld zijn, dat zit wel snor, maar qua systeemeisen. De laatste versie die ik in mijn handen had, had nogal veel te morren. Des te meer het aantal units richting de 300 per partij ging, kwam de game te vervallen in stotterend beeld, dit terwijl hier echt geen slechte PC staat. Iets wat zorgelijk is, zo dicht bij de lancering. Er zat echter nog wat tijd tussen dus het zou mogelijk nog opgelost kunnen worden.

Als laatste zou het dan toch nog een restant van de instapdrempel kunnen zijn. Omdat Supreme Commander toch een vreemde eend in de bijt is in RTS land, is de nogal verschillende speelstijl misschien wel iets te uitdagend voor sommige spelers. Daarbij is de online community een echte harde kern van veelal zeer ervaren spelers, die het online spel voor de nieuwelingen kan bemoeilijken. Er kunnen dan wel weer eigen multiplayer games opgestart worden, waarin men zelf kan kiezen wie men in de game toelaat.

Uiteindelijk zal alles wel goed komen met Supreme Commander, het spel doet teveel dingen goed om überhaupt nog de fout in te kunnen gaan. Het uiteindelijke oordeel zullen jullie horen in de review.