Een beetje internetten, typen en e-mailen gaat tegenwoordig prima met een pc die dik vijf jaar dienst doet. Eigenlijk is het tegenwoordig alleen voor de nieuwste games (en een of ander besturingssysteem) noodzakelijk om van tijd tot tijd een nieuw bakbeest in huis te halen. Lang niet alle gamers hebben de investering van dik duizend euro daarvoor over. Een goed alternatief zijn de spelconsoles, een stuk goedkoper én de meeste spelgenres zijn tegenwoordig ook prima vertegenwoordigd dus je komt niets te kort. Behalve op RTS-gebied. Gelukkig is er voor de RTS-fans met een oude pc goed nieuws, want SunAge zit eraan te komen. SunAge is een belangrijke titel voor de Haarlemse uitgever Lighthouse Interactive, dat dik anderhalf jaar geleden zijn deuren opende. Inmiddels heeft Lighthouse al flink wat titels op de markt gebracht, waarbij vooral Sword of the Stars en Keepsake hoge ogen wisten te gooien. SunAge werd al in de begindagen van Lighthouse aangekondigd, maar de releasedatum werd enkele malen opgeschoven wat mede te wijten was aan het kleine ontwikkelteam achter de game. Gelukkig nadert het spel eindelijk zijn voltooiing dus tijd voor ons om eens bij Lighthouse langs te wippen om te zien hoe het ervoor staat met SunAge!

De kantoren van Lighthouse Interactive in Haarlem, waar altijd hard gewerkt wordt.

Het meest opvallende van SunAge is wel de grafische aanpak. Het spel gaat namelijk tegen de stroom van flitsende 3D-graphics in en valt terug op de klassieke 2D-aanpak. Dit betekent echter niet dat het spel er op grafisch vlak zeer gedateerd uitziet. Je grafische kaart hoeft zich bij SunAge dan ook niet compleet te vervelen, want voor de flitsende lichteffecten, explosies en rookwolkjes wordt nog steeds een beroep om hem gedaan. Het eindresultaat mag er best wezen; het is weliswaar geen Company of Heroes, maar wél een van de mooiste 2D RTS-spellen die je ooit zult zien. En daarbij heb je aan een processor van één gigahertz genoeg om het spel te kunnen spelen. Buiten de retro grafische stijl is er echter weinig écht retro aan SunAge, want het spel biedt enkele interessante innovaties binnen het RTS-concept. Het meest interessante is wel het systeem van ‘Connection Lines’. Deze vormen als het ware je stroomvoorziening. Je start je basis met één toren die oneindig veel kracht kan leveren. Wanneer deze toren echter wordt vernietigd, dan is het spel voorbij. Gebouwen ontlenen kracht aan de toren wanneer ze tegen het fundament van de toren aangebouwd worden. Wil je gebouwen verder weg plaatsen, bijvoorbeeld om ergens erts te ontginnen, dan zul je er ‘Connection Lines’, een soort van hoogspanningsmasten naar toe moeten bouwen. De ‘Connection Lines’ zorgen voor aardig wat tactische diepgang, want door ergens de keten te doorbreken, kan een heel groot deel van de basis, inclusief afweergeschut, worden platgelegd. Het is soms handiger om eerst de stroomvoorziening plat te leggen, en daarna pas het afweergeschut zelf onder vuur te nemen. Door meerdere palen bij elkaar te zetten ontstaat echter een soort netwerk waarbij het uitvallen van één node niet direct betekent dat de hele boel plat gaat. Het is aan jou om te zorgen dat er zo min mogelijk zwakke punten in je netwerk te vinden zijn.

De Connection Lines in werking

Een ander leuk element van SunAge zijn de fundamenten. Elk gebouw staat automatisch op een fundament, maar het is ook mogelijk een los fundament te bouwen. Hierop kun je later vrijwel direct diverse kleine gebouwen plaatsen, zonder dat er een werker bij aan te pas komt. Denk daarbij aan opslag voor grondstoffen, afweergeschut of gebouwen die zorgen dat je meer eenheden tegelijk kunt hebben. Deze fundamenten moeten trouwens, net als alle andere gebouwen, via andere fundamenten of direct verbonden zijn met je ‘Connection Lines’, omdat anders je afweergeschut niet zal werken. SunAge maakt gebruik van vier soorten grondstoffen. In de versie die wij speelden heetten ze simpelweg nog ‘blauw’, ‘groen’, ‘geel’ en ‘rood’, maar uiteindelijk zullen ze natuurlijk een leukere naam krijgen. De eerste van de vier grondstoffen heb je nodig voor de basisbehoeftes en stelt je in staat een simpel leger te bouwen. De grondstof daarna is nodig voor voertuigen, terwijl de laatste twee grondstoffen alleen nodig zijn voor de meest exotische voer- en vliegtuigen. Sommige maps bevatten slechts twee van de vier grondstoffen en hebben daardoor automatisch een minder uitgebreide tech tree. Je kunt echter prima uit de voeten met één grondstof, al leg je het wel af tegen tegenstanders die meer grondstoffen hebben. Het is dus niet zo als bij Age of Empires dat je continu praktisch alle grondstoffen nodig zult hebben. Grondstoffen worden ontgonnen in ‘Command and Conquer’-stijl, wat wil zeggen dat je een speciaal gebouw nodig hebt waar grondstoffen door speciale voertuigen worden afgeleverd. Deze voertuigen rijden heen en weer tussen de bron van de grondstoffen. Een punt waarin SunAge opvallend sterk uit de hoek lijkt te komen, is de AI. Deze is namelijk een stuk minder voorspelbaar dan in de meeste RTS’en, omdat het spel willekeurig kiest tussen drie totaal verschillende AI-stijlen. De ene AI is zeer agressief, de andere is juist zeer passief en de laatste zit ergens in het midden. Zo kan er de ene keer na eventjes spelen al een groep tanks voor je deur staan, terwijl je een andere keer het hele spel niets merkt van de AI die zich in zijn fort van een basis heeft ingegraven. De AI zal in het gevecht ook niet door blijven vechten tot hij een ons weegt, maar zich tijdig terugtrekken wanneer hij merkt dat hij aan de verliezende hand is. Ook moet de AI echte verkenningsmissies uitvoeren omdat hij niet bij voorbaat weet waar jij uithangt in de map en hoe jou basis in elkaar steekt. SunAge kent eerder een beperkt aantal eenheden, maar elk van de eenheden is wel enorm verschillend in mogelijkheden. De ene is sterk tegen gebouwen, de andere tegen voertuigen en weer een ander tegen infanterie. Met een divers leger kom je dan ook het verst. Het is verstandig om onderzoek te doen naar secundaire vuurmodes van je eenheden, omdat die ervoor kunnen zorgen dat je eenheden met één druk op de knop nieuwe mogelijkheden krijgen. Je gewone infantrie verandert dan plotseling in snipers, die verder kunnen schieten en een stuk sterker zijn, maar ook veel minder mobiel. Voor elke eenheid is er zo’n secundaire vuurmode, die allemaal wel eerst onderzocht moeten worden. Het spel kent daarnaast ook nog eens drie behoorlijk verschillende facties, zodat je uiteindelijk toch op flink wat verschillende eenheden uitkomt. Multiplayer mogelijkheden kunnen natuurlijk niet ontbreken in SunAge. Leuk is dat het ook mogelijk is de singleplayercampagne met een andere speler coöperatief te doen. Daarnaast zijn er competitieve spelmodes en een skirmishmode, waarin je kunt oefenen tegen de AI. Ik werd in een potje tegen de medewerkers van Lighthouse Interactive hopeloos ingemaakt, maar had het spel wel snel onder de knieën. Een snelle leercurve is één van de dingen die Lighthouse voor ogen heeft met SunAge, dus daarin lijkt men alvast geslaagd. Het spel zal in de lente voor een budgetprijsje van zo’n €30 op de markt komen. We zijn benieuwd of men met SunAge de aanval kan openen op al het 3D geweld; want uiteindelijk draait het immers om de gameplay.