Waar veel sandboxgames ervoor kiezen om de speler onderaan de ladder te laten beginnen, daar plaatst The Third je bovenaan de voedselketen. Iedereen kent de reputatie van The Saints. Als leider van deze georganiseerde bende hoef je niet bang te zijn dat oom agent je op de vingers tikt als je niet netjes oversteekt bij het zebrapad, je een bekeuring geeft omdat de parkeermeter niet hebt bijgevuld of je belemmert in het molesteren van willekeurige voetgangers door ze met trappen en klappen naar de grond te werken. En niemand die ernaar kraait als je een auto instapt door aan de bestuurderskant gewoon door de ruit binnen te knallen met je benen, waardoor je gelijk weg kan scheuren. Het leven is toch een stuk makkelijker als je niet gebonden bent aan de wet, maar de wet aan anderen mag voorschrijven.

Mocht nog niet duidelijk zijn dat The Third zichzelf nog minder serieus neemt dan de vorige delen, dan verraadt de tagline ‘strap it on’ toch wel het nodige. En anders bij het zien van de paarse dildo van anderhalve meter die als ‘normaal’ mêleewapen dient. Alles is erop ingesteld om spelers los te laten in een lompe, explosieve speeltuin. Daarom kent de game de nodige uitdagingen waarin je binnen een bepaalde tijd zoveel mogelijk schade moet aanrichten met een tank of met een verticaal opstijgende straaljager een testvluchtje mag nemen.

Denk groot

Als een rivaliserende bende zich bemoeit met jouw zaken in de (nieuwe) stad Steelport,laat je weten dat je hier niet van gediend bent. Dat doe je dan niet a la Nico Bellic door vanachter een wagen boze dingen te schreeuwen naar je tegenstander, maar je roept een luchtaanval in waardoor een vijftiental vijanden alle kanten op vliegen, waarbij en passant ook nog de nodige voertuigen de lucht in vliegen. Dat maakt toch wat meer indruk dan een ‘I’m gonna kill you’ met dik accent en een klappertjespistool. In de wereld van Saints Row: The Third moet en kan alles spectaculairder dan in eerdere delen.

Ook tijdens missies denk je groot. Zo pleeg je een bankoverval met dusdanig veel zelfvertrouwen en zelfspot dat je vermomd gaat als jezelf. Met grote plastic maskers op stormen The Saints de bank binnen en wijzen ze bankmedewerkers routineus op de gang van zaken: daar is de uitgang, handjes in de lucht, wijs de weg naar de kluis, dat soort dingen. Helaas voor The Saints blijkt het een val te zijn en de rustige bankmedewerkers blijken stuk voor stuk te beschikken over grote wapens met nog grotere magazijnen. In een hectisch vuurgevecht vallen de lijken over elkaar heen, maar uiteindelijk weten The Saints de kluis te bereiken. Wat blijkt: de deur is niet te kraken. Voor normale kluizenkrakers reden om de operatie af te blazen, voor The Saints de perfecte gelegenheid om plan B in te schakelen: een helikopter.

Met een stel haken wordt de kluis uit de bank getild. Terwijl je meters boven het straatniveau op het betonnen gevaarte staar, schiet je een heel SWAT-team naar het hiernamaals. Maar als jij een helikopter hebt, dan kun je er donder op zeggen dat de politie die ook heeft. Tijdens de hectische kluisvliegscène turfden we er zes, geen slechte score voor een missie die niet langer dan tien minuten duurde. Een score die ontwikkelaar Volition gedurende de game nog flink wil opkrikken.

Charlie wie?

Door al die geinpocherij zou je bijna vergeten dat Saints Row: The Third er bovendien niet slecht uitziet. Schoonheidsprijzen zal het niet verdienen, maar de getoonde actie verliep soepel, personages hebben genoeg eigen smoel en de straten van Steelport zijn gedetailleerd genoeg om charmant te zijn. Het is nergens top notch, maar het is wel duidelijk dat de game technisch flinke sprongen heeft gemaakt ten opzichte van zijn voorganger. En eigenlijk was dat het enige wat de vorige keer afleidde van de bakken spelplezier. Trek je mooiste kleren aan, bel Joop van Tellingen en zorg dat je een handtekeningenboekje klaar hebt liggen: Saints Row: The Third komt eraan! Charlie wie?

Al het nieuws live vanuit Los Angeles: Gamer.nl/E3