Linksonder in beeld loopt de timer stoïcijns af. Tien seconden nog. Ik weet dat ik op een weinig spannend deel van de map loop. Bovendien lopen er drie teamgenoten voor me die op alles schieten dat beweegt en niet bij ons team horen. Vijf seconden nog. Dit is het, het einde. Killstreak naar de kloten en een extra death in mijn statistieken. Twee seconden. Hoekje om, maar een van m’n teamgenoten loopt nog steeds voor me. Eén seconde nog. En dan plots: hoop!

Ik zie een tegenstander, een meter van me vandaan. Er volgt direct een tegenslag, want mijn teamgenoot is ‘m vol lood aan het pompen. Ik geef het op, uit frustratie ram ik nog een keer op de mêleeknop en ik maak me op voor het explosieve einde. Precies op dat moment legt mijn teamgenoot het loodje en steek ik m’n mes in de nek van mijn tegenstander. Ik kijk nog eens naar de teller, daar kan nooit meer dan 0,0001 seconden op gestaan hebben. Ik juich van binnen, ondanks dat ik bijna verdrink in mijn eigen zweet. Maar niet te lang, want de teller staat weer op dertig. En hij tikt af.

Call of Duty Ghosts Multiplayer

Heel kut

Je hebt inmiddels al zo’n beetje alles kunnen lezen dat Activision losgelaten heeft over de multiplayerstand van Call of Duty: Ghosts. De discussie over innovatie hoeven we hier niet nog eens aan te zwengelen. We zijn het er allemaal wel over eens dat er van echte innovatie geen sprake is. Leuk, dat we nu met een vrouw kunnen spelen. Grappig, die scripted events in multiplayer maps. Even iets nieuws, met die perk points. En jammer, dat de engine inmiddels zo stevig aan vervanging toe is dat we bij de next-gen-versie serieus vier keer moeten kijken om zeker te weten dat we wel echt next-gen spelen. Sowieso hoeven we hier die discussies niet aan te zwengelen, niet alleen omdat alle feiten redelijk panklaar op tafel liggen, maar ook omdat we vast de eerste stappen hebben kunnen nemen in wat echt belangrijk is: hoe speelt het?

Ergens is zelfs die vraag niet relevant. Gerommel in de marge, zegt de speler die elke jaarlijkse editie van dé serie van deze generatie scoort. ‘Hoe speelt het?’ is een vraag gebouwd op en beantwoord met een soort onbestemde, niet te kwantificeren zweverigheid waar niemand echt iets mee opschiet. Tenzij het antwoord is: het speelt heel kut. Dan heb je daar iets aan. Maar dat is het antwoord dit keer (weer) niet. Het speelt heerlijk, is wat ik mezelf hoor antwoorden. Vraag niet of daar een uitgebreide analyse op losgelaten kan worden, want met een potje of 40 á 50 achter de kiezen is er niets meer dan onderbuikgevoel. Dat zou je onbestemd en niet te kwantificeren kunnen noemen, maar dat het antwoord niet ‘het speelt heel kut’ is, zegt stiekem een hoop.

Beste Black Ops

Ik speelde twee jaar terug mijn eerste uurtje Call of Duty: Modern Warfare 3 en niet heel veel uurtjes later heb ik de game voorgoed weggelegd. Sorry, maar een luchtruim met vierduizend helikopters en achttien miljoen raketten is niet de game die ik wil spelen. De te kleine levels en de hectiek zorgden er bovendien voor dat ik Call of Duty: Black Ops (mijn favoriete deel) te veel miste. Het grappige is dat juist Ghosts, meer dan Black Ops 2, me deed denken aan mijn favoriete deel.

Ik heb nergens iets in de lucht zien hangen, maar dat kwam mede omdat die perks nog niet vrijgespeeld waren. En toch, er ligt een belofte van Infinity Ward: de studio wil het luchtruim niet overdreven volstouwen.In plaats van een UAV in de lucht, plaatsten we nu simpelweg een scanner op de grond . Niet dat een UAV nou direct ons grootste luchtprobleem vormde, maar het is wel een teken aan de wand die de ‘meer perks in your face’-filosofie van producer Jason Rubin onderstreept. En daar ligt de voorkeur van velen, ook al zullen er vast en zeker wel weer wat helikopters en drones opdagen.

De kleine vertraging van de speelsnelheid en in ieder geval vast één aardig grote map die direct bijzonder speelbaar aanvoelde, zijn ook van die kleine aanpassingen die het verschil moeten maken. Activision gaat in zijn uitgebreide lijst met features heus niet roepen dat ze ‘een grote speelbare map hebben die direct speelbaar aanvoelt’, of ‘brekend: we zijn net een minuscuul beetje langzamer dan de laatste Call of Duty-game’. Maar het zijn wel dit soort dingen die een eerste indruk maken of breken.

En in dit geval is het maken geworden. Een goeie map, een uitstekend tempo, en een schoon luchtruim. Noem me raar, maar zoiets doet mij als doorsnee Call of Duty-speler meer dan het toevoegen van een nieuwe wapenklasse of het al dan niet aanwezig zijn van uitgebreide shoutcast-mogelijkheden . Ik wil dat ‘het gevoel’ goed zit. En dat zit het, ondanks dat het niet te danken is aan baanbrekende (of überhaupt grote) veranderingen.

Call of Duty Ghosts Multiplayer

Beter onderbuikgevoel

Het is wel degelijk die minieme vertraging in speelsnelheid die voor een beter onderbuikgevoel gevoel zorgt. Activision roept ook heel hard over soepeler over objecten heen glijden en springen, maar daar merkten we niets van. De knee slide daarentegen, die ons al schuivend in crouch- of prone-positie brengt, draagt daarentegen wel weer bij. De reden dat ‘het gevoel goed zit’ is te danken aan dat soort kleine puntjes. De vertraging en de knee slide zorgen ervoor dat we veel meer het idee krijgen dat we fysiek de omgevingen heen bewegen.

Die illusie van een verhoogde fysieke aanwezigheid pakt goed uit, we hebben veel minder het gevoel dat we als een camera waar een wapen ondersteekt rondbewegen. Het zijn kleine dingen, absoluut. De hebben een kleine invloed, ook helemaal waar. Maar het is een klein stapje de goede kant op, voor een serie die al jaren successen boekt doordat het gerommel in de marge precies de goede kant op valt.

Feiten op tafel

De enige modi – naast Team Deathmatch – die beschikbaar waren, waren het nieuwe Search & Rescue en Cranked. Die laatste laat zich in de eerste alinea al perfect omschrijven. Het moment dat je rustig aan doet, met dertig seconden op de teller. Dat je toch iets harder gaat lopen, met nog twintig seconden op de teller. En dat je onder de tien om aandacht schreeuwend de vele hoekjes in een map verkent in de hoop dat iemand zich laat zien. De dood of de gladiolen. Of zoals Infinity Ward veel minder genuanceerd zou roepen: fuck de camper. Over Search & Rescue valt ook best uit te wijden, als ik hier een minimaal aantal woorden moest halen. Maar dat hoeft niet.

De Call of Duty-speler hoeft niet uitgelegd te krijgen hoe Search & Rescue speelt en waarom het op organische wijze goed teamwork beloont, net zoals dat niemand uitgelegd hoeft te krijgen waarom Cranked een modus is die zijn middelvinger opsteekt naar de camper. Activision heeft een uitgebreide presentatie gehouden, waarin de feiten uitgebreid op tafel gelegd zijn. Call of Duty-spelers vullen die feiten zelf wel in. Het enige dat nog overblijft is dat ongrijpbare. Die vraag die je toch stelt, ondanks dat een eventueel positief antwoord nagenoeg onbruikbaar is. En toch zeg ik het, omdat het gevoel er niet voor niets zit. Call of Duty: Ghosts speelt verdomd lekker. Meer kunnen hoeven we er voorlopig niet van maken.