Tijdens de Games Convention in Leipzig had uitgever EA zich mede als doel gesteld om mensen te overtuigen van de kracht van Burnout Paradise. Ook wij waren uitgenodigd voor een demonstratie van de game en we waren dan ook zeer benieuwd of de waarde heren van ontwikkelaar Criterion ons zouden weten te overtuigen. Nou, die overtuiging was al binnen enkele minuten bewerkstelligd en alle scepsis verdween als sneeuw voor de zon.

Ondanks dat men de game volledig opnieuw van de grond af opgebouwd heeft, is en blijft dit overduidelijk Burnout. Het klinkt als Burnout, het voelt als Burnout en het oogt als Burnout. Het enorme snelheidsgevoel is nog altijd ten volste aanwezig en op dit gebied zijn er dan ook duidelijk geen concessies gedaan ten opzichte van de vorige delen. Het grote verschil is dat je niet langer gebonden bent aan lineaire stukken asfalt, maar werkelijk overal kunt gaan en staan waar je maar wilt. Met je auto welteverstaan, want uitstappen is er niet bij. Waarschijnlijk is dat ook alleen maar goed. Burnout gaat immers om racen en crashen, en niets anders.

Dat je goed kunt crashen en veel ravage kunt veroorzaken in Paradise, dat werd door de ontwikkelaars ruimschoots bewezen. Het stratenplan van de stad waarin je rondrijdt, Paradise City dus, is qua layout volledig afgestemd op Burnout. Dat betekent veel rechte stukken, flauwe bochten, drukke kruispunten, nauwe steegjes, en springschansen, heel veel springschansen. Je kunt in deze stad naar hartenlust de meest reusachtige sprongen proberen te maken, zoveel mogelijk objecten stuk rammen, grote crashes veroorzaken en halsbrekende stunts uithalen.

Nou kan dit doelloos rondrijden en slopen op een gegeven moment toch gaan vervelen. Daarom zijn er nog altijd vele evenementen beschikbaar waar je aan deel kunt nemen. Een interessant aspect aan Burnout Paradise, en iets waarmee het tempo van de game hoog gehouden wordt, is het volledig ontbreken van menuschermen. Wanneer je in de stad  bijvoorbeeld een race event ziet, dan rij je de lichtgevende cirkel binnen, je drukt op beide schouderknoppen en ineens komen daar je tegenstanders aanscheuren waarna je meteen midden in de race zit. Een volledig naadloze ervaring die perfect past bij Burnout. Ben je flauw van de race of verloopt het niet zoals je wilt, dan kun je simpelweg een zijstraatje inslaan en daar eventjes aan de kant van de weg wachten om weer uit de race te stappen. Vervolgens kun je weer geheel vrij door de stad scheuren. Allemaal zonder tussenkomst van een menu.

Deze naadloosheid komt ook terug in de multiplayer. Hoewel er aanvankelijk het plan scheen te zijn om de multiplayer modes los van de free-roaming singleplayer te houden, is men daar toch op teruggekomen. Maar goed ook, want zoals de multiplayer nu staat, kun je uren doelloos vermaak hebben met je vrienden. Via een simpele druk op de knop nodig je iemand uit in je game, of verstuur je een verzoek naar iemand anders. Binnen enkele seconden zit je met je vriend rond te scheuren in dezelfde stad. Wat je vervolgens kunt doen is elkaars records op de meest uiteenlopende vlakken overtreffen. Wie maakt de langste sprong, wie kan het langst de turboboost vasthouden, wie richt de meeste ravage aan, noem het maar op. Deze statistieken worden allemaal bijgehouden, waardoor je constant in competitie kunt zijn.

Nou race je constant met één auto door de stad, en ongetwijfeld moet je de boel een keer repareren, wil je een ander likje verf of wil je met een andere auto racen. Ook dit is allemaal naadloos geïntegreerd. Race door een benzinestation of spuiterij en je merkt meteen het effect. Je hoeft niet te stoppen of menu's op te roepen, het gaat allemaal vanzelf. Gewoon blijven doorscheuren dus. Over doorscheuren gesproken: het traffic checking is nog altijd aanwezig. Als je echter denkt dat je daarmee net zo soepeltjes door een file heen beukt als in Burnout Revenge, dan kom je bedrogen uit. Bij iedere auto die je ramt, verlies je wat van je snelheid en loopt je auto steeds wat meer schade op. Het wegbeuken van auto's om daarmee chaos te creëren of tegenstanders te verschalken, kan dus nog steeds, maar het komt nu wel tegen een prijs.

Nadat de ontwikkelaars de unieke en bijzonder fraaie structuur van de game aan ons gedemonstreerd hadden, werd ondergetekende zowaar een controller in de handen geduwd. Ik mocht zelf ook nog even een aantal minuten met de game aan de slag. Wat er na het oppakken van de controller gebeurde, is eigenlijk lastig te omschrijven. Dat moet je zelf ervaren. De game voelt meteen aan als Burnout. Binnen no-time had ik de auto volledig onder controle gebracht en scheurde ik vol overgave dwars door het drukke verkeer. De adrenalinekick kwam onmiddellijk weer opzetten. Al snel stuitte ik tegen wat geïmproviseerde springschansen, waar ik meteen met een fraaie zijwaartse koprol van af sprong. Nog leuker werd het bij een snelweg die deels opgebroken was. Middels wat springschansen sprong ik moeiteloos van de ene naar de andere weghelft. Natuurlijk mochten een aantal spectaculaire crashes onderweg ook niet ontbreken.

 

Met andere woorden, binnen enkele seconden had ik enorm veel fun met de game. Dat is hoe Burnout altijd gewerkt heeft, en hoe het nog steeds werkt. Sterker nog, door de opzet en aankleding van de game, zou dit maarzo de leukste Burnout tot nu toe kunnen worden. Immers is de stad niet ingericht op realisme, maar op snelheid, ravage en plezier. Over de ravage gesproken, die is nu al meermaals aangehaald in de preview zonder er verder op in te gaan. Iedereen kan echter gerust zijn, want de ravage is beter dan ooit tevoren. Voor het eerst maakt Burnout gebruik van een next-gen schademodel wat vooral in slowmotion bijzonder fraai uit de verf komt. Bij een frontale botsing zie je de motorkappen van beide auto's real-time in elkaar kreukelen en steeds meer onderdelen vallen van je auto af. Zoals het Burnout betaamt, bevat de game weer de meest spectaculaire crashes die ooit vertoond zijn.

Overigens was het de PS3-versie van de game die wij te zien kregen en zelf speelden. Leuk aan deze versie van de game zijn de zogenaamde mugshots die je met behulp van de PlayStation Eye kunt maken. Wanneer je een menselijke opponent total loss weet te rijden, dan verschijnt er bij hem naadloos een kadertje in beeld waarin met de camera een shot van je gezichtsuitdrukking gemaakt wordt. Het leuke is dat je al deze mugshots kunt verzamelen, zodat je een galerij aan gefrustreerde hoofden van vrienden en kennissen opbouwt. Veel inhoudelijks voegt het niet toe, maar het is absoluut een leuke feature wat de multiplayer-ervaring verrijkt en persoonlijker maakt.

Kortom, Paradise is weer ouderwets Burnout en pure, ongedoseerde fun. Hield je van de vorige games, dan zal ook dit nieuwe deel volledig in de smaak vallen. Was je eerder afgehaakt vanwege te weinig vernieuwing, dan lijkt Paradise het ideale deel te zijn om weer hernieuwd kennis te maken met de franchise. Nadat we het vorig jaar op de Xbox 360 nog moesten doen met een HD-versie van Burnout Revenge, mogen we ons nu eindelijk gaan verheugen op een Burnout-ervaring die de nieuwe generatie consoles eer aan doet. Wanneer dat zal zijn? Niet eerder dan de eerste helft van 2008. Je zult dus nog eventjes geduld moeten hebben.