Met alle rechtzaken die de laatste maanden tegen de videogame-industrie zijn aangespannen, komt een recent artikel in de ChicagoTribune als een prettige afwisseling op alle negatieve verhalen.

Een team bestaande uit psychologen, advocaten, cultuur analisten en vertegenwoordigers van de gamesindustrie zaten samen om de tafel en bekeken in hoeverre de overheid invloed moet hebben op de productie en uitgave van computergames.

Daaruit blijkt dat het opleggen van censuur op videogames zeker geen taak van de overheid is, vooral omdat het direct in strijd is met het recht van vrije meningsuiting.Virtually everyone at the conference agreed that any government action would run afoul of the 1st Amendment protection of free speech. Although private criticism of many computer and video games was another matter.Former comic book writer Gerard Jones, who has written a soon-to-be published book defending the importance to children of fantasy play about slaying monsters, suggested that while he recoiled from the game's idea, "kids will be interested, especially if they're fighting [terrorism]."

They did disagree about the harm, if any, that could be caused by the game. Yet at the end of the panel -- and throughout the two-day meeting -- there was a remarkably high degree of agreement about what public policy could or should do about such games: not much, if anything.Vooral het feit dat kinderen opgroeien in verkeerde omgevingen, te maken krijgen met drugs, alcohol en armoede, zien een aantal leden van het panel als een veel grotere oorzaak van criminaliteit. De schuld afschuiven op computergames heeft daar weinig mee te maken.