Deel één en deel twee lees je respectievelijk hier en hier.

Vroeger leek alles nog moeilijk. School was te saai, huiswerk te stom, ouders te streng en volwassen te oud. Alles moest maar en niets mocht, waar het in games juist andersom was. Heerlijk was het om even vrij te zijn van alle, nu triviale, verplichtingen. Gaf me een virtueel zwaard of geweer en de rest verzon ik er zelf wel bij. Meer had ik niet nodig want meer was er nog niet. Geen echte beslissingen, geen diepgewortelde relaties.

Nu is alles anders. Mijn lichaam is volwassen, mijn geest aardig op weg. Als de schildpad die het van de haas zal winnen, beweeg ik me rustig door het leven. En ook door mijn games. Niet langer als het bunnyhoppende kind dat niet wist wat hij met zijn energie aanmoest. Nee, eerder bedachtzaam, met beleid en vooral heel tevreden met wat hij zelf allemaal kan. Niet iedere wortel die me wordt aangereikt, hoeft voorgekauwd te worden. Ik verteer het op mijn eigen tempo, nadat het een tijdje in mijn hoofd heeft gemaald.

Laat me gewoon zijn wie ik ben, niet wie je hebt bedacht dat ik moet zijn. Dat is veel te vergezocht en zoekende ben ik niet langer. Ik hoef niet meer te spelen, ik wil gewoon gamen!

De psycholoog sprak. Slechts drie woorden, grammaticaal incorrect maar daarom niet minder waar. ‘Jij hebt overwonnen’. Geen kind meer, ik ben nu een mens, met een ziel om het te bewijzen. Hij stond op en gaf me een klap in het gezicht. Ik bleef even liggen in de bank, verslagen maar vastberaden om weer overeind te komen en definitief op te staan.

Zijn doel heiligde de middelen, middelen die hij verder nauwelijks gebruikte. Hij legde niets uit, zei bijna geen woord en keek me vooral niet begripvol aan. Toch hield hij mijn gedachten in een wurggreep, tot ik mezelf aan hem wist te ontworstelen. Daarmee kwam ik pas echt vrij. Vrij van het verlangen om mezelf te verliezen in een fantasiewereld die me toch alleen maar weer gevangen zou nemen. Nee, als ik iets moest bereiken, wilde ik het helemaal zelf doen. Dat is het realisme waar ik naar zocht. Dat beseften we allebei, hij alleen iets eerder dan ik.

Morgen begint mijn drieënvijftigste uur. Mijn therapie is inmiddels geëindigd, maar de echte sessies moeten nog beginnen. De door mijzelf vastgestelde diagnose is die van een gezonde jongen. Hij houdt ervan om sociale dingen te doen, buitenhuis, maar kan ook best genieten van een game op zijn tijd. Vanaf nu neem ik zo af en toe weer plaats op de bank, met een controller in mijn hand, starend naar het scherm. Mijn gedachten eindigen hier, waar het echte leven begint.

Bedankt, psycholoog,..zielenknijper,..Dark Souls.