Het heeft een tijdje geduurd voordat ik door had dat mijn interesse in games aan het verdwijnen was. Ik speelde nog wel games, maar ik racete er steeds sneller doorheen. Eigenlijk dacht ik bij elke game al aan de volgende die ik moest spelen. Uiteindelijk begon ik meer te genieten van het lezen over games en ze te verzamelen. Ik had geld maar geen tijd – dan is het makkelijker om games te ‘sparen’ dan ze daadwerkelijk te spelen.

Wat een verschil met mijn kindertijd! Toen was ik al blij dat ik twee games per jaar kon kopen, terwijl ik tijd te over had. Games speelde je keer op keer uit, tot je elk level, elk liedje en elke cheat kon dromen. Waren die games dan zoveel leuker? Natuurlijk niet. Er is iets anders aan de hand.

Barry weet whatsup

Barry Schwartz bracht mij op het juiste spoor. Hij is een psycholoog en de schrijver van het boek The Paradox of Choice – Why More is Less. Oftewel: de paradox van keuze – waarom meer minder is. Schwartz claimt dat mensen met veel keuze sneller depressief worden. Mensen vragen zich namelijk constant af of ze wel voor hetgeen kiezen dat ze het gelukkigst maakt, en voelen de plicht alle opties die ze hebben af te werken. Het spreekt voor zich dat als je heel veel keuze hebt, je het jezelf onnodig druk maakt. Je verliest de vrijheid om te doen wat je echt wilt en je maakt je druk over wat je ondertussen mist. Want kiezen, dat betekent dat je iets anders (tijdelijk) moet achterlaten.

Dit is heel simpel toe te passen op games, of beter te verstaan: de manier waarop we games consumeren. Omdat ik genoeg geld had, bleef ik veel games kopen, grote hoeveelheden games waarvan ik als kind alleen maar over kon fantaseren. Er stonden honderden spellen in mijn kasten. Nieuwe releases, de grote namen die iedereen speelde, maar ook de kleinere titels die op forums en bij verschillende communities respect genoten, de indie-hits. De middenmoot, spellen die niet echt goed zijn maar ook niet slecht, dus toch wel tof om voor een vriendenprijsje aan te schaffen. Oudere games, zodat alle series compleet waren, zodat ook de klassiekers in de kast stonden, al zou ik ze nooit spelen.

Dit is geen vreemd gedrag. Als mens wil je meer keuzes voor jezelf creëren, omdat je ironisch genoeg denkt dat dit je méér vrijheid geeft. Vijfhonderd games leveren een groter scala aan ervaringen, en dat is positief, zo gaat de interne redenering. Daar komt bij dat je wellicht je identiteit ontleent aan een verzameling. Je voelt je een ‘gamer’ en daar hoort een grote verzameling bij, die je kunt posten op websites en forums zodat andere gamers ‘wow, vette verzameling!’ zeggen.

Het medicijn

Maar neem het nou maar van Barry aan, het werkt alleen averechts. Wat gebeurde er namelijk in de jaren dat ik een gigantische gamecollectie opbouwde? Ik kreeg steeds minder zin in het spelen van die games, omdat het mij ongelukkig maakte. Ik had teveel keuze en bij elke speelsessie werd ik daar aan herinnerd. Ik snelde door elke game alsof mijn leven er van af hing, want ik had nog tig andere ervaringen die ik moést beleven. Langzaam begint een hobby als een verplichting te voelen en word je een slaaf van een bezigheid die je zelf hebt gecreëerd.

De oplossing is simpel: richt je op de spellen die je echt wil spelen en vergeet nooit dat het een hobby is waaraan je niets bent verplicht. Ik ga niet zeggen dat je je complete verzameling moet verkopen en nog maar één spel per jaar moet kopen (al zou Barry daar zeker een voorstander van zijn), maar ik heb voor mijzelf in ieder geval de perfecte balans gevonden. Zit je vanavond dus met zware ogen naar die gigantische stapel toppers te kijken die je nog weg moet werken, denk dan even terug aan Barry en zijn theorie. Meer is minder.