Met oog op de elder scrolls V, haalde ik Morrowind weer eens uit de kast. Het was mijn eerste RPG, en toen ik het voor het eerst speelde, begreep ik er nog bar weinig van. In tegenstelling tot The elder scrolls IV: Oblivion, moest je alles zelf uitzoeken, niks pijltjes op de landkaart. Zo heb ik het spel heel veel gespeeld, zonder echt voortgang  te boeken. Mijn avontuur bestond vooral uit spullen verzamelen, door alle kistjes in het spel af te gaan. Ook was het een kunst om zo veel mogelijk te jatten zonder gezien te worden door de guards, die je alleen aanvielen als je op het heterdaad betrapt werd. Zo verzamelde ik mijn uitrusting bij elkaar, zonder m’n leven op het spel te zetten.

Maar toen ik het derde deel van de elder scrolls series laatst weer opstartte, schrok ik toch wel even. In mijn beleving waren de graphics vroeger veel mooier, ik ben verwend geraakt door de huidige generatie games. Hoewel dit een kleine tegenvaller was, ging ik toch vol goede moed Tamriel, het rijk waarin de provincie Morrowind ligt, in. Wat me meteen weer opvalt is dat de voice-acting ijzersterk was, net als in de delen die nog zouden volgen. Dit is altijd al een pluspunt geweest in de serie, en zorgt er voor dat je nog meer in het spel getrokken wordt. En de graphics mogen dan wel ‘slecht’ zijn, de sfeer is geweldig; het moerasgebied waar je je avontuur begint, creëert een perfect landschap om uren in rond te lopen en, zoals vele Morrowind spelers weten, te verdwalen. Om eerlijk te zijn, vond ik de landschappen in Morrowind leuker dan de saaie bossen, en de tot vervelends toe herhaalde planes of Oblivion, in deel nummer IV.

Mensen die het spel hebben gespeeld, zullen zich vast wel het mannetje dat uit de lucht valt herinneren. Als je vanuit de plaats waar je begint naar Balmora loopt, zal je op een gegeven moment iemand uit de lucht zien vallen, met  een paar scrolls op zak. Als je in het boek leest dat naast hem ligt, zal je ontdekken dat deze beste man een manier heeft gevonden om snel te reizen, zonder dat je een vliegspreuk hoeft te gebruiken. Nieuwsgierig als je bent, gebruik je de scrolls die hij op zak had, om vervolgens, de eerstvolgende keer dat je springt, duizenden meters de lucht in te vliegen, en door heel Morrowind heenvliegt. Dit soort verrassende dingen zijn nog steeds typisch voor de serie, en zorgen voor vele leuke momenten.

Ondanks al deze pluspunten zat er een klein nadeel aan Morrowind: het vinden van plekken. Je was vele uren kwijt aan het vinden van grotten, beesten, of huizen van personages. Dit kon erg frustrerend zijn, maar gaf wel een bepaalde uitdaging aan de game; het gaf voldoening om een quest te voltooien, in tegenstelling tot de nieuwe elder scrolls, waar de quest, zonder moeite, een voor een afgehandeld worden. Maar het grote publiek heeft geen zin om uren rond te lopen, op zoek naar die ene grot, dus heeft Bethesda in de opvolger een overzichtelijke kaart, en markers voor het vinden van plekken, toegevoegd. Dat was eigenlijk ook wel beter.

Als je Morrowind in de kast hebt staan, raad ik je aan om hem weer eens te gaan spelen. Het is erg leuk om te zien hoe de elder scrolls serie zich heeft ontwikkeld in de loop van de jaren, en hoe de serie is aangepast aan de eisen van het grote publiek. Het is nog steeds een geweldig spel om te spelen, en eigenlijk verlang ik stiekem naar een remake van het spel, ook al weet ik dat die nooit zal verschijnen. Helaas.

Hebben jullie Morrowind gespeeld? En zo ja, wat vonden jullie er van? Wat vind je goed aan de veranderingen in de huidige elder scrolls, en wat vind je slecht?

Bedankt voor het lezen.