In de verte zie ik het gigantische bouwwerk opdoemen. Hier worden dus TV programma's bedacht, opgenomen en uitgezonden. Dit is het Tv-station, waar Al-Asad zijn beruchte nationalistische opnames maakte. Het gebouw is sindsdien duidelijk in verval geraakt, de kogelgaten zijn nog duidelijk zichtbaar. 'Oke jongens, tijd voor een tactische bespreking', zegt Mart, onze teamleider.

'Ons doel is het opblazen van een kist met allerlei informatie die de terroristen van ons gestolen hebben. Gelukkig hadden we nog wat kopieën, vandaar dat we deze niet mee hoeven te nemen', vervolgde hij. 'Frank, jij gaat rechtsaf, Nick links en Koen verzorgt dekking tijdens onze bestorming.' Ik keek even om mij heen en zag dat we een uitgestrekte parkeerplaats over moesten steken. Gelukkig zat Koen al in een klein torentje verstopt met zijn gigantische sniper, zodat wij niet als schietoefening voor de vijand dienden.

Na een soepele oversteek waren wij aangekomen bij het gebouw. Nu pas zag ik de omvang van dit reusachtige bouwwerk. Ik ging een trap op, deze leidde mij het dak op. Ik keek snel even rond of er niemand in de buurt was. 'Hier is het veilig'. 'Hier niet, kom mij helpen, ik zit in de grote zaal', luidde de respons van Nick. Ik spoedde mij richting de grote zaal, waar ik Nick aantrof. Zijn levenloze lichaam zat vol kogelgaten. Veel tijd om dit te bestuderen had ik niet, aan de andere kant van de zaal zag ik een schim bewegen. Met de grootst mogelijke voorzichtigheid sloop ik erheen. 'Kabam!'. Ik zag de flitsgranaat nog net neerkomen, toen werd alles wit voor mijn ogen. 'Diede, ik ben in de grote zaal, geef dekking!'. Ik zag het mes recht op mij afkomen, terwijl mijn zicht zich langzaam herstelde. Val voordat het mes zich tussen mijn ogen boorde, hoorde ik twee doffe knallen. Mijn sparringpartner viel dood voor mij neer, met de 2e knal was Diede zelf uitgeschakeld..

'Waar zit hij,' schreeuwde ik in blinde paniek tegen Mart, die zich ook naar de grote zaal had verplaatst. Ik zag de rode spetters op zijn vest en eigenlijk behoefde mijn vraag op dat moment al geen antwoord meer. 'Dood', meer zei hij niet. Wij waren nu met zijn tween overgebleven in dit grote, kapotte gebouw. Met zijn tweeen tegen, als onze info klopte, nog twee tegenstanders. 'Wat is het plan, waarschijnlijk komen ze onze kant op', vroeg ik. 'We gaan via de grote zaal, de zaal waar alle films gemaakt worden,' luidde het antwoord. Mart droeg onze explosieven bij zich, de explosieven waarmee de krat opgeblazen moest worden. De krat die al twee van mijn teamgenoten het leven gekost had. Toen wij in de grote zaal waren, besloten wij om ons op te splitsen.

Het was doodstil in het gebouw. Ik dacht er zelfs over na om een kopje koffie uit de automaat te halen. Vroeg of laat zouden de twee overgebleven vijanden zich wel laten zien. Op dat moment hoorde ik iemand schuifelen aan de andere kant van de muur. Het kon niet anders of hij kwam mijn kant op! Snel verschanste ik mij in een open ruimte onder een trap. Toen werd het weer angstvallig stil, terwijl mijn ogen wenden aan het felle tegenlicht van een tl-buis. 'Frank, ..', hoorde ik in mijn rechteroor. Blijkbaar was de verbinding weggevallen met mijn enig overgebleven teamgenoot. Terwijl ik mij afvroeg hoe dit mogelijk was, deze apparatuur was immers getest door verschillende divisies van de Amerikaanse Marines, zag ik een stel benen langs het trapgat gaan. Met twee doffe knallen van mijn Desert Eagle was het nu een strijd van twee tegen een geworden.

Maar waar was mijn teamgenoot gebleven, waarom liet hij niks van zich horen? Ik besloot de route te nemen die hij al eerder genomen had, toen wij ons opsplitsten in de grote zaal, de zaal vol computers. Het lijk van de gedode terrorist liet ik voor wat het was.

Terwijl ik mijzelf door een smalle gang baande, zag ik een schaduw op de muur. Deze schaduw was van een staand persoon, het moest Mart zijn, dat kon niet anders, gezien de vorm van zijn helm. Deze helmen zijn speciaal gevormd naar het hoofd van de marinier die het dient, en laat Mart nou net een vrij groot hoofd hebben. Voorzichtig draaide ik mij de hoek om, en ja hoor, het was Mart. 'Wat is er met je communicatie aan de hand', vroeg ik, 'waarom reageerde je niet'. Vreemd genoeg reageerde Mart nu ook niet, terwijl ik naast hem stond. Toen pas zag de rode plas bloed op de grond. Mijn ogen gleden van de plas weer naar Mart, toen zag ik pas de snee in zijn hals. Een snee gemaakt door een professional, niet door zomaar een soldaat. 'Bam, bam bam', enkele kogels boorden zich in de muur vlak naast mij.

Gelukkig kon ik de kogels net ontwijken en kwam ik weer terecht in de smalle gang. 'Hij weet waar ik ben', was mijn eerste gedachte. Snel spoedde ik mijn richting de nooduitgang, waar ik toevallig vlak bij in de buurt was, en ik rende het dak op. Eenmaal daar angekomen bedacht ik mij, dat Mart de explosieven nog bij zich droeg. Ik kon weggelopen van dit slachtveld, maar ik deed het niet. Ik besloot via een opening in het dak naar binnen te gaan, terug naar de plek waar mijn vermoorde teamleider tegen de muur stond opgesteld. Eenmaal daar aangekomen was het puur geluk dat mijn tegenstander er niet meer was.

Met de explosieven op zak besloot ik een andere route te nemen naar de bom toe. Gelukkig hing er een kaart onder dat trapgat, waarnaast nu een lijk lag. 'Als hij zijn dode maatje nu nog niet gezien heeft, is het een wonder', dacht ik. Via enkele gangen vol geluidsrecorders kwam ik dichter en dichter bij de bom. Het bleef opvallend rustig om mij heen, er heerste een perfect serene rust. Als er buiten vogeltjes waren, die er niet waren, begonnen ze op dit moment te fluiten. Door al deze rust verslapte ik echter, ook kwam dit door de vermoeidheid van deze dag. Een dag, een dag zoals ik deze nog nooit eerder meegemaakt had. 'Klik', hoorde ik terwijl ik om het hoekje ging.

Wonder boven wonder raakte ik slechts aan mijn arm gewond bij de explosie. Ik had veel verwacht, maar geen mijn aan een muur. 'Ik moet doorgaan, nog maar een klein stukje'. Op dit moment zag ik hem staan, op nog geen vijf meter afstand. Van alles ging door mij heen. 'Wie was het, wat ga ik doen?'. Ik besloot mijn pistool te trekken en een eind aan deze slopende strijd te maken. 'Bam', er kwam slechts een enkel schot uit de loper. Ik miste, vanaf vijf meter, zijn hoofd. Met een luide kreet sloeg hij op de vlucht, richting uitgang. 'Lafaard', schreeuwde ik hem na.

Toen ik bij de ruimte aankwam waar het kratje zich bevond, hoorde ik opeens ruis door mijn koptelefoon. 'Hallo, hallo, wie is dit?', schreeuwde ik. Geen reactie, enkel wat extra ruis. Daar was het kratje al. Ik pakte de explosieven en begon deze te installeren. 'Klik', hoorde ik daar nou een veiligheidshendeltje? Toen zag ik het glimmende pistool de hoek om draaien en dook ik weg. Ik pakte een granaat, trok te veiligheidspal eruit en gooide hem met een boogje door de opening, waar ik zojuist het pistool had zien verschijnen. 'Booeem'. Stilte. Bloed op de grond. Het was voorbij.

Terwijl ik vervolgens rustig de explosieven installeerde, zag ik dat ik niet veel tijd meer had voordat de heli ons zou komen oppikken. Ik maakte haast. 'Die draad daar, die draad daar en klaar.' Het was nu echt voorbij. In dit verlaten Tv-station waren vandaag negen levens beëindigd, en dat alles voor een stom kratje met god weet wat er precies inzat. Ik pakte mijn met bloed besmeurde helm weer op en baadde mij een weg door de gang, de gang die ik enkele minuten geleden bijna compleet vernield had met mijn granaat. Ik zag de dode terrorist liggen, ik voelde een vreemd soort voldoening. Voldoening, omdat ik zojuist een sterkte tegenstander had omgelegd. Toen zag ik Diede staan. Diede, de man met de sniper, de man die mijn leven gered had en daarna zelf neergeschoten was. 'Je leeft nog, man, je leeft, haha!', riep ik uit vreugde. 'Ja, mag ik even de apparatuur, die bom moet onschadelijk gemaakt worden.', zei hij slechts. Hij heeft het antwoord nooit afgewacht, drie kogels gingen rechtstreeks door mijn voorhoofd.