Dat heb ik tot mijn grote spijt moeten concluderen. Noem me saai, noem me oudbollig, maar ik moet er niks van hebben. Ik ben altijd het type speler geweest die het liefst zijn eigen gang gaat, wat in mijn geval vaak op een laag tempo neerkwam. Als klein kind heb ik Spyro net zolang gespeeld totdat ik alle diamenten had verzameld. Als ik in Rapture rondliep, stopte ik regelmatig om de wereld om mij heen te bewonderen. In Red Dead Redemption pikte ik de verhaallijn pas weer op om naar het volgende gebied te gaan, nadat ik alle bloemen, pelzen en schatten had verzameld. In Oblivion heb ik overigens nooit de verhaallijn aangeraakt en in Fable II bleef ik na het voltooien van een queeste net zo lang rondhangen totdat ik zeker wist dat ik geen enkele uitspraak had gemist. Ik kan me niet meer herinneren dat ik ooit een cutscene heb overgeslagen die ik niet al eerder gezien had.

Ik heb op die manier van vele games genoten. Lekker rustig op mijn eigen geduldige tempo. Maar steeds meer zie ik games die dit bemoeilijken. Call of Duty met zijn actievolle lineaire structuren is een verschrikking voor mij. De speler wordt simpelweg gedwongen om in één ruk door de orgie van explosies te sprinten. Misschien is het hier ook wel mijn fout dat ik aanhanger ben van het ouderwetse idee dat een shooter een goede lange singleplayer moet bevatten.

Maar niet alleen in shooters is dit het geval. Splinter Cell, een serie waar ik altijd een zwak voor heb gehad, verraste de wereld met Conviction. Niet langer was het de bedoeling dat de speler minutenlang in het donker verstopt bleef zitten om tot een plotse, spontane, geluidloze aanval over te gaan. Actie was de norm. Andere reeksen, zoals Hitman, lijken ook deze kant op te gaan.

Kortom, ik zie een teleurstellende trend om games steeds sneller en actievoller te maken. Dan heb ik het nog niet eens over racegames gehad, de fastfood van de gamewereld, die altijd al op het principe van snelheid gebaseerd zijn geweest. Dit is niet voor niets een apart genre. Laten we dat zo laten!