Enkele uren later was de verstandhouding al beter. De sfeer minder ongemakkelijk. Een gratis huursoldaat, zo zag ik je. Maar je was geen gewone huursoldaat, daar kwam ik al snel achter. Ik heb nog nooit iemand met zo’n uitzonderlijk incasseringsvermogen ontmoet. En ik maakte er dankbaar gebruik van. Terwijl jij de schurken te lijf ging, bestookte ik ze van een afstandje met mijn pijlen. Af en toe werd het je te veel, dan ging je even door de knieën. Maar het duurde nooit lang voordat je opveerde, klaar om de strijd weer aan te gaan.

Cadeautje

Ik besloot je te belonen voor je diensten en ging bij thuiskomst op zoek naar de wapensmid. Ik kocht een prachtig glanzend nieuw zwaard voor je, en een helm die al even imposant was. Trots overhandigde ik deze presentjes, nieuwsgierig naar jouw reactie. “Ik heb gezworen om je lasten te dragen,” zuchtte je. Ik was diep teleurgesteld en eerlijk gezegd, behoorlijk gekwetst. Maar ik vergaf het je, zoals ik je altijd alles vergaf.

Hee kijk, een grot

Talloze grotten hebben we samen uitgekamd. Bloeddorstig stortte jij je in ieder gevecht met je nieuwe zwaard, op de voet gevold door mij en mijn boog. Als ik vervolgens weer de leiding nam en met uiterste precisie langs de vele valstrikken sloop, volgde jij in mijn voetsporen. Helaas nam je mijn voetsporen niet zo nauw en trapte jij dan wel op de drukplaten die ik zo nauwkeurig had vermeden. Het heeft me flink wat brandwonden en bloedverlies opgeleverd. Maar als ik me omdraaide en zag hoe jij zelf moeite had om je staande te houden, sloeg mijn woede telkens weer over in medelijden.

Één keer had ik het echter helemaal gehad. Je had me weer eens op een haartje na het leven gekost en als klap op de vuurpijl zei je toen we eenmaal weer buiten stonden: “Hee kijk een grot, ik vraag me af wat daarbinnen is?” “Daar komen we net vandaan!” schreeuwde ik uit en ik strompelde geïrriteerd weg. Ik was te zwaar beladen, maar jij kon ook niet meer dragen. Althans, dat zei je. Wat had ik dan gemoeten, die kostbare drakenbotten laten liggen verrotten in één of andere grot? Er was een stadje vlakbij, maar dan moest ik wel eerst een steile afdaling maken. Ik wist dat je me niet zou volgen, je ging immers nooit van de weg af. Ik was er alleen maar blij om.

Foetsie

Eenmaal in de stad aangekomen dumpte ik alle troep die we hadden verzameld bij een lokale winkel en ik ging op weg naar de taverne. Ik zette het op een drinken om vervolgens een kamer voor de nacht te huren. De volgende ochtend zou je je wel weer bij me voegen, dacht ik. Maar toen ik wakker werd was er geen spoor van je te bekennen. En de volgende dag nog steeds niet. Ik begon onderhand toch aardig bezorgd te raken en niet alleen om alle kostbaarheden die ik je had meegegeven. Zo snel als ik kon reisde ik af naar de grot die we twee dagen eerder samen hadden bezocht. Geen spoor. Zelfs niet een stukje verder op, langs de weg, waar ik je voor het laatst had gezien. Ik raakte in paniek.

Ik besloot om huiswaarts te keren en mezelf te hergroeperen. Misschien had iemand je daar in de stad gezien, aangezien dat toch eigenlijk je thuis was. Toen ik door de poort wandelde was het al diep in de nacht. De voortzetting van mijn zoektocht zou tot morgen moeten wachten, en dus ging ik doodmoe op weg naar huis. Daar zat je dan. Je begroette me zoals gebruikelijk: “Ik geef mijn leven om je te beschermen.” Ik had tranen in mijn ogen, maar ik zei niks. Je had gelijk, het was beter om de hele affaire te vergeten. We hebben er nooit meer een woord over gerept, daar had jij noch ik behoefte aan.

Bedankt

Je bent er sowieso nooit een van veel woorden geweest. Maar je was er altijd wanneer ik je nodig had. Ik zal de avonturen die we samen beleefd hebben dan ook nooit meer vergeten. Dank je wel.