Yakuza doet altijd wat je niet verwacht. Juist wanneer je denkt dat iemand je met een golfstick wilt bewerken, nodigt hij je uit voor een vriendschappelijk potje golf. En personages die in eerste instantie nog bewondering oproepen door hun op waardering en discipline gefundeerde levenswijze, duiken plots een luguber massagehuis binnen (al kun je hier natuurlijk ook bewondering voor hebben). Yakuza: Dead Souls is hier geen uitzondering op. We dachten dat de franchise de hele zombiehype links zou laten liggen, maar blijkbaar is ook het fictieve Tokio niet immuun voor dit virus.

Zombies zijn over het algemeen wel bestand tegen een harde vuist en woeste schop, dus het spreekt voor zich dat je in Dead Souls vooral naar schietwapens grijpt. Het pijnlijke is dat deze zijsprong in de serie precies hier z'n grootste misstap begaat. De schietmechaniek houdt het midden tussen een derdepersoons schietspel en de oorspronkelijke Yakuza-brawlers. Dit betekent dat de camera zichzelf voortbeweegt en vooral in binnenlocaties de actie van de zijkant of slechts deels van achteren weergeeft. Voor knokactie is dit ideaal, maar in Dead Souls is het de grootste ergernis. Richten gebeurt in deze situaties namelijk automatisch. Het komt daardoor te vaak voor dat je tegen een muur of meubel aan schiet omdat je personage te langzaam en onsecuur draait of je de zombies in z'n geheel niet ziet.

Meppen of toch schieten?

Uiteraard kun je zelf ook een (letterlijke) draai aan de camera geven, maar doordat de actie behoorlijk snel van aard is en er telkens meerdere zombies om je heen waggelen en soms ook rennen, wil je dit liever niet. Wanneer je daadwerkelijk in het nauw gedreven wordt, kies je daarom al gauw voor alternatieven. Een daarvan is het gebruik van objecten in de omgeving, zoals ook al in eerdere delen mogelijk was. Spijtig genoeg helpt dit over het algemeen enkel om zombies van je af te meppen; om te doden zijn toch echt kogels nodig.

Handmatig richten is een andere optie. Dit gaat als in een traditioneel derdepersoons schietspel, zij het met een gekke twist. De camera zoomt in en positioneert zich achter je personage, maar in plaats van met de linkerknuppel te kunnen lopen, richt je hiermee, wat ook nog eens vrij onnauwkeurig gaat. Een aantal van deze besturingsopties is aan te passen en maakt het draaglijker, alleen is handmatig richten door de snelle actie lang niet altijd een optie. De laatste noemenswaardige optie is een soort bullet time, die je in slow motion een doelwit laat selecteren en vervolgens voor een krachtiger schot zorgt. Maar dit is enkel een wapenfeit waar je eens in de zoveel tijd over beschikt en enkel handig is in ruimer opgezette omgevingen, dus over het algemeen moet je vertrouwen op de onbetrouwbare auto-aim en dito camera.

Geslaagde insteek

Deze gebroken spelmechaniek is echt een doodzonde, want de insteek van Dead Souls getuigt van veel potentie. De actie is vlot en afwisselend, met meerdere soorten zombies en indrukwekkende eindbaasgevechten op voor de serie iconische plekken. Bovendien is het bijzonder om te zien hoe het inmiddels bekende fictieve Tokio vakkundig wordt afgebroken. De eerste paar uur beperkt het virus zich tot slechts een wijk en kun je elders met een gerust hart een paar minigames spelen, je slag- en stootkunsten uitoefenen en bizarre zijopdrachten uitvoeren.

Op die momenten heb je het gevoel een nieuw volwaardig deel in de Yakuza-serie te spelen, ook omdat het verhaal (buiten het zombiegebeuren om) wederom goed in elkaar steekt. Je wéét op een gegeven moment dat je toewerkt naar een climax die de gebeurtenissen van de vier speelbare personages (Majima, Akiyama, Goda en Kiryu) aan elkaar knoopt. Hoe en wat, en vooral hoe de eindstrijd zal verlopen, blijft echter lang onduidelijk, wat je aanspoort om steeds haastiger het verhaal te volgen.

Halfbakken uitwerking

Vanuit een speltechnisch oogpunt is het niet echt gewenst dat een steeds grotere groep van de bevolking geïnfecteerd raakt. Hoe verder je immers komt, hoe meer grip het virus over de stad krijgt en hoe minder focus op de nevenactiviteiten ligt. Waar het schieten eerst nog een van de zoveel elementen in Dead Souls is, ligt er steeds meer nadruk op naarmate je verder komt. Het verhaal wordt dan wel interessanter, maar de daadwerkelijke spelmechanieken gaan je tevens meer en vooral sneller tegenstaan.

En daarmee is Dead Souls een experiment dat slechts deels is geslaagd. Een onbegrijpelijk grote zombie-uitbraak sluit op een leuke manier aan op de bizarre Yakuza-stijl en als je iemand ziet spelen, komt de actie goed over. Het is bruut, afwisselend en bij vlagen contextgevoelig. Alleen functioneert het niet naar behoren, wat een cruciale factor is. Het is in die zin tekenend dat het uitbouwen van je personages met extra vaardigheden en kunstjes er eigenlijk niet zo heel veel toe doet; je blijft twintig uur lang worstelen met een halfbakken spelmechaniek.