Hulk Hogan, The Rock en André the Giant verwachten we in de toekomst niet meer in de ring aan te treffen. En dat is best jammer, want een robbertje tussen de worstellegendes van destijds en de WWE-helden van nu had zeer waarschijnlijk interessante situaties opgeleverd. De ware showworstelfan mag dus van geluk spreken dat je in WWE All Stars met beide generaties aan de slag kunt.

WWE All Stars lijkt je op het eerste gezicht vrijwel meteen in het diepe te gooien. Je verwacht vriendelijk te worden begroet met een tutorial, of in ieder geval met een milde uitleg van hetgeen de gameplay, die anders in dan in voorgaande WWE-games, kenmerkt. Maar dat gebeurt niet. WWE All Stars dwingt je nergens toe en laat je compleet vrij in het kiezen van de eerste modus waarmee je kennis wilt maken. Tijdens je eerste gevecht zal het spel je vervolgens enkele hints over de besturing geven, maar je ontkomt er uiteindelijk niet aan even op start te drukken om het besturingsschema voor de dag te halen. Pas als je dat gedaan hebt - en je eindelijk weet welke knop wat doet - kun je daadwerkelijk aan de slag in de ring.

Goed vermaak

WWE All Stars is anders dan zijn spirituele voorgangers. Dat blijkt vooral uit de cartooneske celshaded-stijl, maar ook de gameplay verschilt merkbaar van voorgaande delen. Met de Y- en X-knoppen deel je klappen uit en met de A- en B-knoppen kun je grapples uitvoeren. Tevens zijn er speciale ‘signature moves’ waarvan iedere vechter gebruik kan maken. Zo springt Hulk Hogan moeiteloos drie meter de lucht in om vervolgens op de grond de rug van zijn tegenstander op zijn knie te breken. Indrukwekkend, en WWE: All Stars doet erg zijn best trouw te blijven aan de stijlen van de vechters. Daardoor heeft het spel wel moeite om qua special moves een blijvende indruk achter te laten: na (Super) Street Fighter IV zijn we immers toffere finishes gewend.

Ook is de gameplay af en toe wat simpeltjes. Naast het uitvoeren van enkele grapples en het op verscheidene manieren slaan van je tegenstander, zijn er niet veel manieren om je tegenstander het leven zuur te maken. Desalniettemin hebben we ons goed vermaakt in de ring. Dat komt ten eerste omdat het tempo voor WWE-begrippen erg hoog ligt. Soms sta je ongemakkelijk te wachten tot je tegenstander opstaat (zoals zo vaak in WWE-spellen), maar verder ben je vrijwel constant bezig met het inzetten van je aanvallen en vooral het timen van je counters.

Door op de schouderknoppen te drukken, kun je namelijk een slag of grapple omzetten in je eigen voordeel. En zelfs die counter kan weer gecounterd worden door je tegenstander. Dat je niet van veel verschillende moves gebruik kunt maken, valt daarom nauwelijks op: je probeert ieder situatie op de juiste manier te benaderen en moet altijd gereed zijn om een allesbepalende counter uit te voeren.

Jong en oud

Als je weet wat je moet doen om te winnen, kun je in een van de modi de proef op de som nemen. Allereerst is er de Exhibition-modus, waarin je zoals gewoonlijk kunt kiezen met hoeveel vechters je de ring in wilt, welke regels er gehanteerd worden en op welke locatie het gevecht zal plaatsvinden. Zo kun je bijvoorbeeld aan kooigevechten deelnemen of de keuze uit verschillende tag team-varianten (waarbij twee teams het tegen elkaar opnemen) maken. De modus leent zich perfect voor simpele gevechtjes tegen iemand op de bank of de computer (en komt grotendeels overeen met de spelmogelijkheden die je online hebt).

Exhibition laat je tevens experimenteren met zowel vechters van de nieuwe als oude garde. Wie voor experimenteren echter geen geduld heeft, kan meteen in de Fantasy Warfare-modus aan de slag. Fantasy Warfare bestaat uit losstaande gevechten die in tegenstelling tot in de Exhibition-modus worden ingeleid met een smaakvol filmpje. Zoals de naam al impliceert zijn het gevechten die in het echt niet plaats zouden kunnen vinden; denk dus aan helden van twintig jaar terug die het opnemen tegen populaire, hedendaagse WWE-vechters. Het samenbrengen van jonge en oude vechters is een van de speerpunten van WWE All Stars, dus in die zin voelt de Fantasy Warfare-modus wat beperkt. Naast de filmpjes verschilt Fantasy Warfare immers nauwelijks met gevechten in de Exhibition-modus.

De échte uitdaging zit ‘m in de Path of Champions-modus, die op zijn beurt weer bestaat uit drie losse, fictieve evenementen. Ieder evenement kent een ‘eindbaas’, onder wie The Undertaker, tag team D Generation X en Wrestlemania, en Randy Orton. Maar voordat je het in een strijd om het kampioenschap tegen één van hen opneemt, moet je eerst negen andere gevechten in jouw voordeel beslissen. Zo ontkomt je niet aan een aanvaring met The Rock en André the Giant.  Net als Fantasy Warfare is de modus wat simpeltjes vormgegeven. In principe is Path to Champions niet meer dan een tournamentmodus met enkele cheesy, niet-grappige filmpjes. Wel fijn is dat je vorderingen worden opgeslagen. Je kunt dus gerust je console uitzetten om later verder te gaan.

Kwantitatief

Eerlijk is eerlijk: de modi in WWE All Stars zijn niet echt enerverend, dus de game teert vrijwel volledig op zijn personages en gameplay. Gelukkig is dat door het simpele maar doeltreffende vechtsysteem geen ramp. Af en toe is het vechtsysteem misschien zelfs té simpel, maar gelukkig maakt het counteren van aanvallen qua spanning een hoop goed. Je kunt je heil ook nog buiten de ring zoeken en op zoek gaan naar een stoel om je tegenstander het leven mee zuur te maken, maar van toegevoegde waarde is dat niet. Bovendien is het in gevechten die niet de ‘extreme’-regelgeving kennen een uitstekende manier om gediskwalificeerd te worden. En dat is natuurlijk nogal loos.

Het is tevens mogelijk je eigen vechters vorm te geven. Je moet de nodige dingen ontgrendelen zoals signature moves, maar verder zijn de aanpasmogelijkheden al vanaf de eerste keer dat je de game opstart opvallend uitgebreid. De vraag is echter of je wel zin hebt je eigen vechter te ontwerpen. Het lijkt ons dat je toch vooral (en meteen) met een van de dertig bekende vechters aan de slag wilt. Dat is immers een van de belangrijkste speerpunten van het spel - en juist voor die korte, chaotische speelsessies leent WWE All Stars zich door zijn laagdrempeligheid perfect.

De review van dit spel is gedaan op basis van de Xbox 360-versie.