Op een dirtbike crossen we de bosrijke heuvels van Pawnee door. De ondergaande zon schijnt fel in ons gezicht terwijl we ondertussen een wegvliegende helikopter in de gaten houden. Het is een van de momenten in Watch Dogs waarop we vol aan het genieten zijn — een stukje zen tijdens een actierijke missie. Een paar uur eerder genoten we ook al zo met volle teugen, maar toen met onze aderen propvol adrenaline. Na flink wat gesluip, geknal en gesjees om de RFID-sleutel tot een zwaarbeveiligde kamer te veroveren en tegelijkertijd twee zware jongens dwars te zitten door hun nare vrouwenveiling in de war te schoppen, hadden we serieus een paar seconden nodig om even op adem te komen.

Watch Dogs

Watch Dogs zit vaak ontzettend gelikt in elkaar. Als een zeer bekwaam gemaakte actiefilm voert de game je van hot naar her, waarbij we zo sterk in de actie gezogen worden dat we een simpele vraag als ‘waarom?’ bijna vergeten te stellen. Want waarom schieten we ook alweer al deze mensen neer? Waarom infiltreren we dit gebouw? En waarom waren we ook alweer boos?

De toorn van Pearce

Het zijn vragen waar we nooit echt goed antwoord op krijgen. Aiden Pearce, de norse en boze protagonist, is namelijk alles behalve een consistent personage. De meesterhacker is vooral een zeer praktische kerel, die niet terugdeinst voor een moordje meer of minder, of een infiltratietje hier of daar. Pearce rechtvaardigt dit alles omdat hij wraak wil nemen op degene die zijn nichtje hebben vermoord. Het blijkt de motivator om vrijwel heel Chicago’s ganglandschap eens flink onder handen te nemen — niemand blijft de toorn van Pearce bespaard.

En dat is misschien gelijk wel het meest opvallende aan het verhaal. Het is niet moeilijk sympathie op te brengen voor een man die zijn vermoorde nichtje wil wreken — zeker wanneer de moordaanslag eigenlijk op jou bedoeld was — maar de vormen die de wraak van Aiden aanneemt, is overdreven. Niet alleen moet zo’n beetje de gehele stad wegduiken voor de vigilantes roekeloze acties, maar Aiden’s zus en neefje worden ook het gevaar ingetrokken. Op de momenten dat het familiegedeelte iets meer naar de achtergrond verdwijnt en het verhaal zich meer richt op hackers, complotten en foute corporaties, krijgt Watch Dogs pas identiteit. Pearce kan dan gewoon de digitale kruisvaarder uithangen die met zijn hypermoderne smartphone elk vijandig bolwerk tot een kinderspeeltuin degradeert.

Watch Dogs

Formule die werkt

En het hacken met die smartphone komt gelukkig veel aan bod. Hoewel we de eerste missies nog wat onwennig met de vers gehackte bewakingscamera’s spelen, in dubio zitten of we nu moeten sluipen of schieten om verder te komen en een paar keer een ontploffing net verkeerd timen, hebben we na enkele succesvolle sequenties het hacken wel in de vingers. De meeste situaties die zich voordoen in een missie zijn bovendien formulewerk: zoek een camera, hop van het ene digitale oog naar het andere en schakel ondertussen bewakers uit of voer een paar hacks uit (ontploffinkjes, afleidingen). De manier waarop de formule ingepakt wordt kent wel veel verschillen. Zo lieten we ons op een gegeven moment vrijwillig oppakken om zo van binnen een gevangene een boodschap te brengen. Hoewel de benauwdheid van de gevangenis verfrissend werkte voor de gameplay, bleef de formule in de kern wel erg hetzelfde.

Ook de daaropvolgende dollemansritten die we moesten uitvoeren om kwaadwillende criminelen of lastige politieagenten af te schudden, komen vaak op hetzelfde neer. Omdat het niet mogelijk is om vanuit de auto te schieten, worden we vooral geforceerd om onze smartphone te gebruiken. Het hacken van stoplichten, stoompijpen en paaltjes werkt - en is zeker leuk - maar soms voelt het te geforceerd aan. Waar is de vrijheid om je belagers op je eigen manier stof te laten happen? Bovendien is het afschudden van de politie vooral een kwestie van een parkeergarage opzoeken en wegduiken, of lekker het water op gaan. De politie heeft dan wellicht een overschot aan zeer agressieve chauffeurs in dikke vette bakken, maar er is er geen eentje die een boot kan besturen (tip: dit is dan ook de ideale manier om aan de politie of andere belagers te ontkomen).

Watch Dogs

Het zijn van die kleine onvolkomenheden die ook wel een beetje onderdeel zijn van het openwereldgenre. Net zoals het grafisch gewoon erg lastig is om een dergelijke game op een wervelend tempo te laten schitteren. Watch Dogs is dus zeker niet het knappe wonderkind waar we op hoopten, maar een lelijke eendje is het allerminst. Chicago is een fantastische stad, die prachtig tot in detail is opgebouwd. Van de drukke Loop tot de getto’s in The Ward, tot de trailers in Pawnee. Het laagje tech dat over de game is gestrooid geeft daarnaast een heerlijk dystopische sfeer. 

Urgent

Juist dat element is wat Watch Dogs zo interessant maakt. Watch Dogs beklijft, omdat het als geen ander de tijdsgeest aanvoelt. De thematiek is urgent en nog niet eerder zo goed en toegankelijk naar een game gebracht. Dat het daarbij vaak een loopje met de realiteit neemt is niet erg — het komt de gameplay juist ten goede. Storender is dat de strakke visie in de campagne veel aan betekenis verliest buiten deze centrale modus. Als vigilante jaag je werkelijk door het verhaal heen, terwijl het leven daarbuiten meer een wat saaie plichtpleging is zonder echte waarde.

De meeste zijmissies staan aangegeven op de kaart — die na het veroveren van de nodige cTOS-torens behoorlijk vol is — waardoor het na een tijdje vooral een kwestie is van de gehele map afrijden en hetzelfde hack- schiet- en rij-riedeltje uit de campagne uithalen, maar nu zonder narratieve beloning en veel minder uitdaging. Wat overblijft zijn enkele minigames en de optie tot het profilen van alles en iedereen. Dit leidt af en toe tot een kleine missie en soms kun je iemand zijn geld afhandig maken. Gezien er weinig valt te kopen in Chicago, doe je dit in de praktijk niet echt.

Watch Dogs

Uiteindelijk is Watch Dogs een zeer sterke, maar vooral zeer aansprekende dollemansrit. De game staat stevig dankzij de goede missieformule, die werkt omdat alle elementen (hacken, schieten en rijden) sterk zijn en goed aanvoelen. Creëert dit memorabele missies waar we het jaren later nog over hebben? Nee, dat niet. Daar is ook het gemis van een sterke protagonist, en een gebrek aan screentime voor de veel kleurrijkere tegenspelers (Jordi, Clara, T-Bone) debet aan. Dat is jammer, gezien de campagne wel het voorgerecht en hoofdgerecht in één is. Het toetje dat de smaken zijmissies en enkele simpele online-componenten zoals de niet zo heel erg coole invasions kent, valt daarbij gewoonweg in het niet. Kers op dat taartje is dat we na ons avontuur in Chicago wel stof tot nadenken hebben: de kracht en het gevaar van informatie en techniek werd niet eerder zo sterk naar een game vertaald.

Deze game is gespeeld op PlayStation 4.