In Viva Piñata lok je papieren dieren in een eigen tuintje, laat je ze voortplanten en probeer je ze vervolgens voor veel geld te verkopen. Na twee games op de Xbox 360 en een eigen televisieserie komt de reeks uit de koker van het Britse Rare nu op de Nintendo DS uit. Laten we eens kijken of ook dit deel erin gaat als zoete koek.

Het originele Viva Piñata en het pas uitgekomen vervolg zijn games die vooral heel tegenstrijdig zijn. De zoete kleuren en de al net zo zoete tekenfilmserie die de games vergezeld schreeuwen om een jonge doelgroep. De gameplay van de gamereeks is echter ronduit pittig te noemen. De tuin in elkaar zetten en de eerste kleine dieren een huis geven is nog tot daar aan toe – grotere dieren je tuin in lokken door ze de kleine dieren te laten opeten, ondertussen de planten water geven en de slechte dieren uit je tuin houden, is al een hele opgave. We willen de intelligentie van een basisscholier niet onderschatten, maar wij zelf vinden het al moeilijk ons met de talloze taken die een tuin onderhouden met zich mee brengt, te jongleren.

Ten opzichte van de soms ietwat hectische besturing van de Xbox 360-versies is de DS-versie is een hele verbetering. In feite is Pocket Paradise gewoon de eerste Viva Piñata, maar dan van bijna bovenaf gezien. Het feit dat je nu een wat completer beeld hebt van je tuin en dat je nu de stylus gebruikt in plaats van een analoge stick, maakt al het verschil. Opeens is het planten en water geven van zaadjes in je tuin een leuke taak in plaats van een onnodig tijdrovende verplichting. Om extra goed je tuin in de gaten te kunnen houden, kun je op elk moment een landkaart oproepen, waarop alle dieren en hun woningen afgebeeld staan.

Het tweede voordeel dat Pocket Paradise heeft in vergelijking met zijn grote broers is de link met de televisieserie. Het is allemaal wel leuk en aardig om een tekenfilm te lanceren naast de games, maar eigenlijk hebben die games vrij weinig te maken met wat in de serie gebeurd. In Pocket Paradise heb je (verplichte) oefenlevels en daar word je door de personages uit de serie begeleid. Een goede zaak voor de kleintjes en voor iedereen die durft toe te geven de serie grappig te vinden.

Maar misschien de beste toevoeging aan de game (de extra dieren die te behalen zijn dienen als nobele toevoeging maar niet meer dan dat) is de Playground mode – een echte sandbox, precies datgene waar de Viva Piñata-reeks om schreeuwde. Hier lopen in een willekeurige tuin alle dieren rond en kost niets geld. Eindelijk heb je de tijd om je perfecte tuin te maken, al is het nu des te meer zonde dat het oppervlak van je tuin niet zo groot is als in de Xbox 360-versies.

Audiovisueel valt er weinig aan te merken op Pocket Paradise. De kleurrijke piñata's komen goed over op de gelimiteerde hardware van de DS. Het is misschien niet zo indrukwekkend als in glorieuze hoge definitie, maar nog steeds erg duidelijk en de kleuren spatten van je scherm. Met verschillende weersomstandigheden, een dag- en nachtcyclus en de grappige geluiden die de piñata's in je tuin maken wordt er een goede sfeer gewekt. Juist dat is zo belangrijk bij een game die het zonder einde moet stellen. Dergelijke games moeten de spelers telkens terug weten te trekken om nog een paar dieren de tuin in te lokken of een mooi beekje aan te leggen. Pocket Paradise slaagt hier grandioos in.