In de plaatselijke coffeeshop van ondergetekende staat nog een stoffige arcadekast van Virtua Tennis 2. Een kast uit 2001 die sindsdien ook nooit meer vervangen is, maar het maakt de bezoekers allemaal niets uit. Het ding slikt muntjes als zoete koek en zelden staan de stick en knoppen zich te vervelen. Er spelen fervente gamers op, mannen die thuis niet eens een console hebben en vrouwen die geen twee PlayStation-games zouden kunnen noemen. Maar allemaal spelen ze Virtua Tennis 2. Dat zegt eigenlijk alles over deze serie. Niet al die spelers zijn tennisfans. Ze vinden Virtua Tennis gewoon leuk en dat wordt ze ook nooit moeilijk gemaakt. Deze serie doet al jaren zijn ding als de meest toegankelijke vorm om van tennis te genieten. Je hoeft geen Nadal te heten om het te kunnen spelen en geen verregaande regels te leren om het spel te begrijpen. De bal is in, of uit en die wetenschap zorgt al jaren voor de ene vermakelijke pot na de andere.

Geen bal veranderd

Dat Virtua Tennis eigenlijk sinds het eerste deel al geen grote veranderingen meer heeft ondergaan in zijn concept, lijkt een afspiegeling van de huidige staat waarin de Japanse game-industrie zich momenteel verkeert. De game is vermakelijk, begrijpelijk en tegen elkaar spelen is op een hele oppervlakkige manier leuk. Daar scoort de serie mee en daarom veranderen de traditionele Japanners er weinig aan. Als je nog ijdele hoop had dat deel vier daar verandering in brengt kun je dat bij deze vergeten. Stap de baan op en je speelt in principe Virtua Tennis 3. Een game waar je slechts met moeite een bal uit kunt slaan en waar het inhouden van de slagknop en het zetten van een paar stappen genoeg is om een pot te spelen en winnen. Een paar subtiele veranderingen en aanpassingen weten aan dat gevoel van déjà vu niets te veranderen.

Elke speler heeft dit keer een unieke slag die je in kunt zetten als je voldoende rally’s gespeeld en gewonnen hebt. Noem het een superslag, die je gebruikt als je focusbalk vol is en waarmee je een loeiharde counter of bijna onhoudbare return uit je racket tovert. Het is de grootste verandering die je tegenkomt op de baan. Fantastische mogelijkheden om iets constructiefs met bijvoorbeeld PlayStation Move te doen heeft SEGA laten liggen. Wat saaie minigames en een exhibition match waar wapperen volstaat zakken direct door hun hoeven, zelfs als je Wii Sports ernaast legt. Een gemiste kans. En dus keer je al snel terug naar wat je al kennt van Virtua Tennis, wat op zichzelf genomen geen onoverkomelijke ramp is.

Carrière maken

De carrièremodus is wederom het paradepaardje van Virtua Tennis 4 en ondanks bovenstaande kritiek, ondanks de oppervlakkige gameplay die de hardcore gamer misschien smerig smaakt en het gebrek aan vernieuwing, is het hier waar de uurtjes heerlijk voorbij vliegen. Dit keer zijn de vier seizoenen die de opmaat vormen voor de vier Grand Slam-toernooien gepresenteerd als een bordspel. Elke beurt krijg je tickets waarmee je een specifiek aantal stappen kunt zetten. En daarom moet je goed opletten. Zet te grote stappen en je mist een hoop mogelijkheden om sterren te verzamelen, die je kwalificeren voor toernooien en tegelijkertijd je populariteit doen groeien. Stop bij elke fandag, elke trainingsmissie en elk kuuroord en je komt misschien dagen te laat om überhaupt mee te kunnen doen aan een toernooi.

En dus maak je gaandeweg met je zelf in elkaar geknutselde speler verschillende afwegingen op een bord dat volgepropt is met vermaak. Onze favoriet was het benefiettoernooi waar je alleen aan mee mocht doen als je gek gekleed was. Maar ook de trainingen nemen steeds meer bizarre vormen aan. Wel eens een rij kuikens naar hun nest geleid op de tennisbaan? Of een potje poker gespeeld met een tennisracket en een bal, met een fopsnor onder je neus, een hoge hoed op je hoofd en een plastic vis in je hand als racket? Het antwoord is gegarandeerd ‘nee’. Op de toernooien zelf is serieusheid troef, maar de weg daar naartoe zit vol met geinig en afwisselend tijdverdrijf waarmee je ook nog eens je speler op belangrijke punten verbetert. En als je ermee klaar bent is er natuurlijk ook nog die andere troef van de game, de simpele wetenschap dat je met z’n tweeën op de bank uren zoet kunt zijn met het overslaan van een balletje. Kinderlijk simpel, maar ook kinderlijk leuk.

Oppervlakkigheid als troef

Wie niet in deze game stapt met hoge verwachtingen wat betreft realisme, diepgang of revolutionaire gameplay, zal het meeste plezier halen uit Virtua Tennis 4. Wat overblijft is namelijk Virtua Tennis zoals het ooit groot geworden is. Een game die vermaakt in al z’n oppervlakkigheid en toegankelijkheid. Het feit dat deze game zichzelf niet al te serieus neemt diskwalificeert het echter niet voor stevige kritiek. Want het moet gezegd worden, niemand die Virtua Tennis 3 al in huis heeft zou de volle pond moeten neerleggen voor Virtua Tennis 4 – daar geeft deze game je simpelweg nooit een echt goede reden voor. Dat maakt Virtua Tennis 4 er an sich niet slechter op, maar de serie in zijn geheel (en dus SEGA zelf ook) mag ondertussen wel eens terug naar de tekentafel voor wat vernieuwing.

Virtua Tennis 4 is getest op de PlayStation 3.