Stapel een stel blokken zo hoog mogelijk op elkaar. Dat is de gameplay van Tumble in een notendop. Met de Move-controller, die je ook in het beeldscherm ziet, kun je blokken oppakken, draaien, kantelen, verder de diepte induwen of naar voren trekken. Het doel is een zo hoog mogelijke stapel blokken op een klein platform te zetten zonder dat de toren omvalt. De blokken komen in verschillende vormen die ook nog eens van diverse materialen zijn gemaakt. Ieder onderdeel reageert verschillend en daarom is slim stapelen in Tumble het devies.

Stapelen en vernietigen

Boom Blox op de Wii bewees al dat het uit elkaar laten vallen van een blokkentoren erg leuk kan zijn. Hetzelfde is ook mogelijk in Tumble. De bedoeling is zoveel mogelijk punten te scoren door drie mijnen op strategische wijze te plaatsen. Een andere zijsprong die je in Tumble wel eens maakt, is het op elkaar stapelen van zoveel mogelijk raar gevormde blokken . Daarbij is het echter niet de bedoeling dat de blokkenconstructie van het platform afvalt. Je zult dus goed moet nadenken alvorens de de vierkanten, driehoeken en cilinders opeen stapelt.

De simpele gameplay wordt gepresenteerd in een scherp, glanzend jasje. De kleuren spatten van het scherm en het hout, glas of steen waaruit bepaalde blokken zijn gemaakt, zijn daardoor bijna echt voelbaar in je handen. De omgeving waarin je die blokken stapelt is daarentegen zo statisch als het maar kan. Je bevindt je in een stille, levenloze arena die op geen enkel moment in het spel van uiterlijk verandert. Tumble is dus mooi, weel oogt tegelijkertijd ook een tikkeltje klinisch en saai.

Instinct

Het is best pittig om uit te leggen wat er nu precies zo leuk is aan Tumble. Dat is hetzelfde als vragen waarom kinderen het leuk vinden om Lego-blokken aan elkaar te klikken (en deze vervolgens weer met veel geweld uit elkaar te trekken). Waarschijnlijk voelt het gewoon goed omdat slopen en creëren ons oerinstinct aanspreken. Beide zijn voorbeelden van de leuke dingen des levens die gewoon automatisch goed voelen. Gelukkig is er met de besturing nagenoeg niets mis.

Met de Move-controller duw of trek je blokken gemakkelijk naar voren of achteren. Met één druk op de knop houdt je een blok vast, die je wanneer je de knop loslaat weer laat vallen. Dan kun je nog de camera draaien door op een paar kleine knoppen op de controller te drukken. Meer hoef je eigenlijk niet te doen en er zijn geen vertragingen of rare bewegingen te bekennen, Tumble bestuurt perfect.

Sony slaat met Tumble dus twee vliegen in één klap: het heeft in Tumble een Move-game die aantoont hoe precies de nieuwe controller is en een Move-game die leuk is om te spelen. Dat maakt van Tumble een hele prestatie, gezien de line-up tijdens de lancering van Move weinig verrassend was. Tumble doet daarom denken aan de begindagen van de Wii. Toen deden ontwikkelaars nog wel eens hun best om met een leuk nieuw concept op de proppen te komen.

Tech-demo

Uiteindelijk zal Tumble echter niet als de ‘killer-app’ van Move worden gezien. Daar is de game te kleinschalig en eentonig voor. Het voelt goed om blokken op elkaar te stapelen, maar hoe lang kun je daarmee doorgaan voordat je wat anders wilt doen? Wij hielden het in ieder geval niet langer dan een kwartiertje vol. Ook de multiplayer verandert daar niet veel aan. Je kunt één controller delen om samen om de beurt aan een toren te bouwen, maar dat is is ook gewoon in de singleplayer mogelijk. Voor korte sessies is Tumble leuk, netjes gepresenteerd en het beste voorbeeld van de precisie van de Move-controller, maar uiteindelijk blijft het niet meer dan een knapgemaakte tech-demo.