We moeten eerlijk zijn: in onze preview van Fall of the Samurai hebben we een beetje gelogen. Wat hoewel deze stand alone-uitbreiding nog steeds tot de allergrootste hoort die we ooit gespeeld hebben, is hij niet 32GB maar slechts (!) 25GB groot. Ja, inderdaad, een tegenvaller voor iedereen die nog wat ruimte op z’n harde schijf over heeft. Maar niet getreurd, in die ‘magere’ 25GB zit genoeg tactisch vernuft, modern oorlogstuig en eergevoel om je de komende maanden zoet te houden. Wat een opluchting!

We hebben geen moment getwijfeld dat Fall of the Samurai ons zou teleurstellen. De uitbreiding voegt The Last Samurai, Empire: Total War én Japan in het algemeen namelijk op een sterke manier samen. In Fall of the Samurai speel je de Boshin-oorlog na, driehonderd jaar na Shogun 2. Japan krijgt in deze periode bezoek van grootmachten Amerika, Groot-Brittannië en Frankrijk en hinkt op twee gedachten. Enerzijds zijn daar de Shogunate die trouw blijven aan de Shogun en al haar klassieke tradities, anderzijds de Imperialists die kiezen voor de koning en moderne invloeden.

Deze tweestrijd zorgt voor een iets andere Shogun dan je gewend bent. En niet in de laatste plaats vanwege die tientallen nieuwe eenheden en wapens, waaronder de gatling gun, krachtige kannonen, line-infanterie en scherpschutters. Maar Fall of the Samurai gaat nog net iets verder dan een paar extra eenheden. Creative Assembly heeft met deze uitbreiding gekozen voor een andere weg. Een weg die overigens niet iedereen zal waarderen, maar wel eentje die je het al bijzonder aantrekkelijke origineel op geheel andere wijze laat spelen.

De tijd vliegt

Een groot verschil is bijvoorbeeld de keuze om een jaar nu te laten bestaan uit 24 beurten. Zes per seizoen om precies te zijn, waarbij een korte campagne niet langer duurt dan vijf jaar. Gezien de Boshin-oorlog niet zo heel lang duurde (slechts twee jaar) is de keuze begrijpelijk en valt er met de 120 beurten best te leven. Echter, door de korte tijdspanne valt er bijvoorbeeld wel de ontwikkeling van je clan weg en ook van veel van de andere RPG-elementen. De skill-tree’s van je generaals zijn bijvoorbeeld veel minder uitgebreid dan voorheen. Aan de andere kant is invloed van de seizoenen erg goed uitgewerkt en denk je in deze game wel twee keer na voor je ten strijde trekt tijdens de winterperiode.

Wat ook een prettige bijkomstigheid is, is de ietwat aangepaste eindgame. Want hoewel je er nog steeds voor kunt kiezen om te gaan voor totale macht en dus voor een strijd tegen alle clans, kies je normaal gesproken voor de zijde van de Keizer of de Shogun. Om vervolgens aan het einde van de game een veel betere inschatting te kunnen maken van welke clans trouw aan jou blijven. De verschillen tussen de twee kampen tijdens de campagne zelf steekt daarentegen wat goed in elkaar. Ergens verwacht je namelijk een strijd tussen de klassieke Samurai en de moderne soldaat, maar zowel de Imperials als de Shogunate kunnen moderne eenheden produceren. Ook de verschillende upgrades en gebouwen zijn veelal gericht op de moderne technieken, waardoor de eenheden en technieken uit de originele Shogun 2 wat naar de achtergrond verdwijnen. Spelers met een voorliefde voor speren en handbogen zullen zich dus misschien enigszins onwennig voelen tussen al dat moderne wapentuig.

The Art of War

Overigens wil dat niet zeggen dat je zonder moderne wapens niet kan winnen, want met een goed tactisch plan en wat lef kun je te allen tijde de artillerie van de tegenstander verschalken zonder zelf kannonen naar het slagveld te brengen. Het is alleen bijna zonde van de uitbreiding om niet met de nieuwe wapens aan de slag te gaan. Zo kun je nu zelf het bevel over je artillerie nemen en de vijand gericht onder vuur nemen en is het zelfs mogelijk om met je schepen (waaronder de indrukwekkende Iron Clad-oorlogsbodems) steden en legers onder vuur te nemen. Ook tijdens de real-time veldslagen. Deze steun kun je slechts twee keer inzetten en het is maar de vraag of je iets raakt door de lange responstijd tussen aanvraag en de daadwerkelijke barrage, maar met een beetje geluk en vooral een goede tactiek is dit wapen dodelijker dan welke eenheid dan ook.

De moderne technieken hebben trouwens wel hun weerslag op je bevolking. Japanners zijn nu eenmaal een volk met een onverzadigbare honger naar tradities, waardoor je bij iedere nieuwe ontwikkeling goed moet kijken of jouw volgelingen niet te opstandig worden. Vooral goed balanceren tussen legers en de juiste gebouwen zorgen dan voor voldoende stabiliteit en veiligheid in een regio. Ook helpt het om bijvoorbeeld een van je agents in te zetten. Zo kan de Geisha zorgen voor meer rust bij je edellieden en helpt de Ishin Ishi (een soort politieagent/volksvertegenwoordiger) om de bevolking zo ver te krijgen de juiste kleur te bekennen. De handigste eenheid is trouwens de Foreign Veteran (daar heb je Tom Cruise). Dankzij hem train je niet alleen goedkoper eenheden, maar krijg je bovendien betere gevechtsbonussen, kun je vijandelijke generaals verslaan in duels en worden je eenheden getraind waar je bijstaat.

Kun je geen genoeg krijgen van nog meer eenheden, dan zul je verrukt zijn met het nieuws dat je nu tot wel veertig eenheden tegelijkertijd kunt besturen. Kanttekening is wel dat de andere twintig als een soort back-up leger pas later in een veldslag beschikbaar worden, maar veertig eenheden zijn veertig eenheden! Dat ze nog altijd niet even goed luisteren naar jouw bevelen en de kunstmatige intelligentie soms rare bevelen uitvoert is helaaas inherent aan een Total War-game. Echter, zelfs de grootste zuurpruim moet toegeven dat deze uitbreiding eigenlijk alleen maar voordelen kent. Voor slechts 25 euro koop je een game die je kunt spelen zonder Shogun 2 in je bezit te hebben, maar die je wel uren en uren vermaakt.

Fall of the Samurai kan dus makkelijk op zichzelf staan. Door de nieuwe eenheden en moderne technieken verschuift de balans tussen de zwaard- en speergevechten naar de afstandelijke oorlogsvoering tussen musket en artillerie. Een keuze die zeker niet iedere Total War-fan zal omarmen, maar tegelijkertijd wel zorgt voor een totaal andere spelbeleving. En wie absoluut niet kan zonder een traditioneel handgevecht kan nog altijd laten zien dat er hoop is voor de echte Sun Tszu’s van deze wereld. Al zal je dat zeker wat meer moeite kosten dan je gewend bent.