Ach ja, de mooie jaren tachtig en negentig. Het waren de hoogtijdagen van de actieblockbuster. Mannen waren gespierd, gebronsd, geolied, bebloed en bezweet, vrouwen sexy en vurig. De slechteriken waren sluw, zeker. Maar intelligentie is niet opgewassen tegen de scherpe oneliners en megadubbeloopsraketbazooka van de rechtschapen held. Wie moet nou niet glimlachen als hij denkt aan deze vele gewelddadige filmhoogtepunten?

The Showdown Effect probeert op dat sentiment in te spelen, maar die setting blijkt vooral een excuus voor een klassieke deathmatch multiplayer. Je kiest een eigen actieheld met bijpassend arsenaal en gaat anderen online bruut te lijf in een 2D-platformarena, terwijl je zo nu en dan een gevatte opmerking maakt. De game is pick-up-and-play pur sang. Speluitleg beperkt zich tot wat tekst en de hele voorzichtige speler kan trainen tegen dummies, maar de meesten zullen rechtstreeks in het heetst van de strijd springen. John McClane ging toch zeker ook niet eerst in oefenmodus door Nakatomi Plaza!

Kalm blijven in de chaos

Doen is leren en dat gaat hier vrij snel. De navigatie - rennen, springen, klimmen, ontwijken - is heel eenvoudig. De paar andere controls ook. Er is een EHBO-knop die per seconde een verbandje legt. Ondertussen kun je zelf geen geweld gebruiken en ben je dus kwetsbaar. En er is een interactieknop waarmee je alles wat los zit kunt oppakken, van een crucifix tot een brandblusser. Grappig om naar een tegenstander te gooien of hem er de hersens mee in te slaan, al moet ‘ie dan wel zo aardig zijn om stil te zitten. Veel kans maak je hiermee niet; het is een noodoplossing als je kogels op zijn.

De crux zit vooral in de controls van de wapens. Ontwikkeld als echte pc-game moet je in The Showdown Effect met de muiscursor op het lichaam van je tegenstander mikken om hem te raken. Als je niet exact op de weke delen richt, mis je geheid. Nu is The Showdown Effect geen precisieshooter, maar een zeer chaotisch vechtspel dat zich eigenlijk goed zou lenen voor een controller (die sowieso niet wordt ondersteund) en een luie bank. Het is wat bevreemdend om als een malle tekeer te gaan met je keyboard en muis en tegelijk accuraat te moeten mikken. Maar vooruit, het werkt.

Na eerst een paar keer pijnlijk afgeslacht te zijn - tenzij je begint op de toepasselijke N00bs Only!-server - kun je gauw meedoen met de gemiddelde spelers. Om echt goed te worden moet je niet alleen de controls perfect beheersen (snelheid is essentieel), maar ook in elke match je tactiek op die van tegenstanders afstemmen. Zo kom je in een match met woestelingen geregeld weg door in een duel beide kemphanen elkaar te laten verzwakken, om het klusje vervolgens zelf af te maken. De spelers die als vlooien door de arena springen met hun zwaard, vragen weer een hele andere aanpak.

One Man Army en The Expendables

Een doorsnee match heeft gewoonlijk zo’n acht spelers en kent drie rondes van enkele minuten. Het populairst is de Showdown-modus. Iedereen vermoordt iedereen, degene met de meeste kills wint de match en een deathmatch-finale bepaalt wie de 'last man standing' is. De Team Elimination-modus is vergelijkbaar, maar wordt zoals de naam al aangeeft gespeeld in teams. Wat sommige vervelende of onhandige spelers er overigens niet van weerhoudt om teamgenoten af te maken. Ook de One Man Army-modus is bekend terrein. Eén speler is het doelwit van alle anderen en zodra hij is uitgeschakeld, wordt de volgende het doelwit. Leuk is dat het eenmansleger aanzienlijk meer macht krijgt dan zijn vijanden, zodat het toch als een gelijkwaardige strijd voelt.

Dat geldt niet voor de modus Expendables, die wat ongebalanceerd is. Hierbij neemt een team uitgerangeerde actiehelden het op tegen een team van 'henchmen'. De henchmen respawnen na hun dood een stuk sneller en kunnen in een match ook promoveren tot het team van de expendables. Dat team is echter veel te sterk. Henchmen worden consequent met brute overmacht uitgeschakeld. Dat de helden bergen slechteriken afmaken is geweldig in een actiefilm, maar niet in een game waarin een deel van de spelers noodgedwongen die slechterik speelt. Deze poging om de gameplay te koppelen aan geliefde films, komt niet echt uit de verf. Daardoor blijven spelers vooral in de bekende en weinig vernieuwende modi hangen, terwijl het idee achter de setting wel voldoende mogelijkheden biedt om ook de gameplay een originele invulling te geven.

I love it when a match comes together

Wie geen vrienden bij de hand heeft: het is zelden lang wachten op een vrij plekje op een andere server. Prettig is dat je gewoon nog tijdens een match kan aanschuiven. Die duurt nooit lang, dus het leent zich perfect om even tussendoor te spelen. Let wel: zonder pauze. Toen we tijdens een gemoedelijk teamspel op de Justin Bieber Fans-server (lekker makkelijk, dachten we) even de voordeur open moesten doen, werden we zonder pardon van de server gegooid en niet meer toegelaten. En dan moet je noodgedwongen naar de RAPE-server. Wie even rust wil, mag trouwens vrijblijvend toekijken hoe anderen spelen in de Spectator-modus.

Met de huidige spelmodi en slechts vier arena's om uit te kiezen, is er verder niet heel veel variatie in de matches. Hoewel de strijd zeker interessanter wordt door met zuurverdiende punten wapens en nieuwe spelregels te kopen. De Arena’s zelf zijn aangekleed als filmische set, zoals een kloosterkasteel of een neonverlichte stad. Al na enkele matches ken je deze op je duimpje. En natuurlijk zorgen de personages voor veel herkenbare momenten met achtergrondverhalen als: ex-soldaat wil gekidnapte familie redden en wraak nemen, of: onderbetaalde politieagent moet laatste zaak oplossen voor zijn pensioen. Bekende oneliners als "I love it when a plan comes together" (technisch niet uit een film) vliegen je om de oren.

Dit is vooral een amusante gimmick. De personages zijn in uiterlijk en naam parodieën op bestaande actiehelden, maar noch dat noch hun achtergrondverhaal heeft veel invloed op de sfeer of gameplay. Behalve misschien hun tijdelijke special power, zoals de bloedbadmodus van het psychopathische Battle Royale-meisje. Verder wordt er weinig geput uit de actiefilms waarnaar de ontwikkelaar zo graag verwijst. Wie op een nostalgiefest hoopt, komt dus helaas bedrogen uit. Laat dat de pret niet drukken trouwens. The Showdown Effect gaat vooral om snel, hard en kort geweld.