Het racegenre wordt dit najaar overladen met nieuwe titels. Grote namen zoals Forza Motorsport 3 en Gran Turismo 5 maken hun opwachting, maar ook games als Need for Speed Shift en Colin McRae: Dirt 2 maken het asfalt onveilig. Het vergt daarom een behoorlijke portie lef om dit najaar met een racegame op de proppen te komen. Ontwikkelaar Eutechnix laat zien dat het ballen heeft en probeert zich tussen de brede schouders van de zwaargewichten te wringen met Supercar Challenge voor de PlayStation 3.

Eutechnix is echter niet geheel onbekend is met het maken van racegames. Men ontwikkelde eerder  het aardige Ferrari Challenge, een game die de sim-zijde van het genre opzocht en bij een select aantal enthousiastelingen populair was. Supercar Challenge gaat door waar Ferrari Challenge is gestopt. Met auto's als de nieuwe McLaren SLR Stirling Moss, Bugatti Veyron en Ferrari California is er aan recente supercars geen gebrek. De roots van de game worden wel duidelijk met de aanwezigheid van het aantal Ferrari's, die meer dan de helft van het aantal auto's in beslag nemen. Dit neemt echter niet weg dat met de aanwezigheid van een aantal klassiekers en 'normalere' auto's als de 360 Modena een gevarieerde line-up is neergezet. Let wel, elke race kan alleen worden gespeeld met identieke auto's. Het is onmogelijk om auto's van ongeveer hetzelfde niveau, maar van een ander merk tegen elkaar uit te laten komen. Het houdt het speelveld gelijkwaardig, maar beperkt je sterk in je keuze.

Diepgaande opties

Als je Supercar Challenge voor het eerst opstart, raak je haast onverdonderd door het aantal opties. Er is een overvloed aan gamemodi die niet allemaal even makkelijker te bereiken zijn. Het wordt uiteindelijk wel duidelijk waar alles zich bevindt en waar het voor dient, maar het gevoel bekruipt je dat het allemaal iets efficiënter in elkaar had kunnen worden gezet. Dit gevoel wordt versterkt door de ellenlange en talrijke laadschermen. Natuurlijk kun je voor een race een laadscherm verwachten, maar in Supercar Challenge heeft men het zelfs gepresteerd binnen de menu's verschillende van deze haatvolle schermen in te bouwen. De overgang tussen het selecteren van een auto en een race moet zo vloeiend mogelijk gaan. Hier is dit niet het geval en wekt het naarmate er meer tijd in de game wordt gestoken, meer en meer frustratie op.

Zoals het elke racegame betaamt, zijn standaard opties als time-trail en quick race voor de snelle (race)trek. In arcade en tournament moeten meerdere races worden voltooid om aan het einde als winnaar uit de bus te komen. Het grootste verschil tussen beide is dat in arcade de kunsten van de AI en de algehele moeilijkheid van de races worden verhoogd. De challenge-modus is waar je in het begin de meeste tijd zult doorbrengen. Hier kunnen nieuwe auto's en circuits worden vrijgespeeld door te voldoen aan doelstellingen die gerelateerd zijn aan vier moeilijkheidsgraden. Hoe hoger de moeilijkheidsgraad, hoe minder hulpmiddelen (hulplijnen) en meer geld er in het spel zijn.

Oefenen met Tiff

Als je het racen nog niet onder de knie hebt, kun je de tutorial proberen. Met behulp van de begeleidende stem van Fifth Gear-presentator, ex-coureur en meester-drifter, Tiff Needel, kan worden getracht de banen te leren kennen en de racelijn te perfectioneren. Hoewel de vaak ironisch klinkende Needell een grappige en persoonlijke aandoende toevoeging is, laat de timing van het commentaar te wensen over. Het wil nogal eens gebeuren dat meneer Needell grinnikend roept dat het gaspedaal dieper moet worden ingetrapt, terwijl je net van het grijze op het groene deel van de baan bent beland. Het concept is leuk, maar aan de uitvoering moet worden gewerkt.

Voor het begin van een race krijg je de optie om het rijgedrag van je auto aan te passen. Er is te kiezen uit drie instellingen, waarvan de eerste je volledig bij de hand neemt door zowel remmen en gas geven voor zijn rekening te nemen. Simulation geeft je de mogelijkheid alle hulpmiddelen, naargelang het vertrouwen in je eigen capaciteiten, handmatig in te stellen. Arcade zit tussen beide opties in en zorgt voor een realistische rijervaring zonder dat je er zorgen over hoeft te maken ongecontroleerd uit een bocht te slippen. Voor de echte sleutelaar is er de optie om de prestaties van de auto's te veranderen. Verwacht echter geen dikke turbo's die het vermogen met tientallen pk's verhogen. De enige aan te passen instellingen hebben te maken met het onderstel. Opvallende afwezige optie is hier de mogelijkheid om de rembalans aan te passen. Een optie die bij een aantal nerveus rijdende auto's zeker een aanwinst was geweest. Optisch is je auto door middel van een livery-editor ook nog eens aan te passen. Het aanbod aan stickers en kleuren en het aantal opties is groot, maar het aanbrengen van een een eigen verflaag voelt klunzig en stug aan.

Intense rit

De rit zelf is hoofdzakelijk positief. De auto's voelen allemaal anders aan en het weggedrag is realistisch. Vooral met de meeste hulpmiddelen uitgeschakeld, kan het een enerverende ervaring zijn om je auto onder controle te houden. Je moet moeite doen om op de minuscule hobbeltjes in het wegdek te anticiperen en niet te laat te remmen als een iets andere lijn wordt gereden. Curbstones aan de binnenkant van de bocht zijn vaak de grootste vijand van een goede rondetijd. Voor je het weet stuiter je vanaf een curbstone tegen de vangrail. De grootste troef komt echter in de vorm van het rijden in de regen. Een aantal van de ontwikkelaars van grote consolesims weten het niet klaar te spelen overtuigende regenraces toe te passen in hun games. Eutechnyx wel.

De grootste bijdrage aan een realistische en adrenalinepompende rij-ervaring is echter de cockpit-view. Niet omdat de cockpits zo gedetailleerd worden weergegeven (ze zien er goed uit hoor), maar omdat het geluid van de auto's vanuit dit standpunt rauw en bruut ter ore wordt gebracht. Het goede gebruik van surround-geluid zorgt ervoor dat het gieren en ratelen van je auto op uiterst realistische wijze is uitgewerkt, om van het krachtige motorgeluid nog maar te zwijgen. De om de haverklap knallende uitlaten kunnen na verloop van tijd wel een beetje op de zenuwen werken, want deze klinken net iets te hard uit de achterste surroundspeakers.

AI

Over de intelligentie van de andere vijftien door de AI bestuurde auto's is wat gematigder nieuws te vertellen. De ene keer voelen ze bijna menselijk aan, bijvoorbeeld wanneer een tegenstander net genoeg ruimte laat als je aan de binnenkant passeert. De andere keer lijken ze op onnozele schapen die op weg naar de eerste bocht na de start zonder uitzondering op elkaar knallen. Meer dan eens besluit de AI op specifieke punten op een circuit een elandproef uit te voeren. Geheel zonder reden (geen auto in de buurt) wordt een uitwijkmanouvre gemaakt, waardoor jij er bovenop zit. Het schademodel is hierbij een vloek en een zege. Het model is namelijk dermate zwak, dat je zonder ernstige gevolgen door kunt rijden. Overtuigend is het echter niet.

Net als met de AI weet Supercar Challenge op het gebied van graphics gedeeltelijk te overtuigen. Details als de glinstering van de zon op de motorkap en de reflectie van de omgeving op het natte asfalt geven de impressie dat Eutechnix de game met oog voor detail heeft ontworpen. De fletse, kartelige omgevingen laten een minder positieve indruk achter. Dingen als het zichtbaar veranderen van detail van de velgen van de tegenstander zien er domweg slordig uit. Het is niet dat de game er lelijk uitziet, maar voor een PS3-exclusieve racegame had er meer in gezeten.

Online

Door een behoorlijke community is er online genoeg vertier te vinden. Het is duidelijk dat Eutechnix van hun ervaringen uit Ferrari Challenge hebben geleerd en hebben toegepast op deze game. Het racen is behoorlijk basic. Je kiest een circuit, een auto en het weertype en je hebt een online sessie aangemaakt. Geavanceerde opties laten je de mate van aanwezige hulpmiddelen instellen. Kom je een lobby binnen, dan worden je instellingen automatisch gelijkgetrokken met de heersende regels. Het racen online voelt verder vloeiend aan, zonder al te veel gevallen van lag.