Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. Dat geldt ook voor games, want bepaalde titels zullen nooit het stempel ‘must have’ of ‘systemseller’ krijgen, maar zijn wel gewoon leuk. Super Monkey Ball is zo’n serie. Al sinds de eerste game zitten AiAi, MeeMee, Baby en GonGon gevangen in een bal en moet de speler door de omgeving te kantelen, hen naar het einde van een muurloos doolhof rollen.

Het is een verslavend concept dat door de jaren heen niet tot nauwelijks is veranderd. Ook op de PlayStation Vita is er weinig veranderd. De moeilijkheidsgraad van de game wordt rustig opgevoerd, waardoor Super Monkey Ball: Banana Splitz voortdurend blijft uitdagen zonder ergens echt oneerlijk of frustrerend te worden. In de eerste levels zijn AiAi en zijn vriendjes redelijk eenvoudig van A naar B te rollen. Later worden de bochten scherper, de afdalingen steiler en komen er steeds meer gaten in het doolhof te zitten. Op een gegeven moment moeten de aapjes zelfs op gevoel ‘sprongen’ tussen platformen maken, waarbij het springen eigenlijk bestaat uit het op de juiste snelheid en onder de juiste hoek van het ene platform af rollen en dan hopen op het andere platform te landen. Voor de Monkey Ball-veteraan gesneden koek, maar dankzij de verfijnde leercurve ook voor de leek nog wel bij te benen.

Vanzelfsprekende tiltbesturing

Enkel bij de besturing is een hele logische aanpassing gedaan. We kantelen al jaren de levels in Monkey Ball met een analoge stick, maar de Vita beschikt natuurlijk over een tiltsensor. Alsof Monkey Ball altijd al gemaakt is met zo’n besturing in het achterhoofd. De tiltbesturing is erg precies en het voelt heel natuurlijk om het level rondom de aap-in-een-bal daadwerkelijk te kantelen. Ook op de hogere moeilijkheidsgraden, waar precisie steeds belangrijker wordt, staat de tiltbesturing zijn mannetje en zul je niet snel vanwege de besturing van het level afrollen. Wie tóch de meer klassieke besturing met de analoge stick prefereert, kan op elk gewenst moment wisselen van besturingsstijl. Super Monkey Ball: Banana Splitz bevat dus twee solide besturingsstijlen en forceert niemand tot iets ongemakkelijks. Zo zien we het graag. 

Veel minigames

Super Monkey Ball bestaat echter van oudsher uit meer dan rollen met apen. Minstens net zo belangrijk zijn de minigames, die ook in Banana Splitz weer prominent aanwezig zijn. Acht stuks vinden we er terug, waaronder de klassieker Monkey Target. In deze minigame wordt het aapje in zijn bal van een schans gelanceerd, waarna de capsule fungeert als een soort deltavlieger. Het doel is om zoveel mogelijk bananen te verzamelen en door hoepels te vliegen, om vervolgens zo dicht mogelijk bij het doelwit te landen. Even simpel als verslavend, zeker in de multiplayer.

De meeste games zijn met maximaal vier man online of op één Vita te spelen. In dat laatste geval wordt de Vita soms doorgegeven, zoals bij Monkey Target, maar is het ook mogelijk om met meerdere spelers tegelijk te spelen. In het nieuwe Love Maze bijvoorbeeld moeten twee aapjes zo synchroon mogelijk een doolhof doorrollen. Twee spelers kunnen dan allebei met één hand de Vita vastpakken en met de analoge stick hun aapje besturen. De minigames zijn even divers als verrassend en Love Maze is een perfect voorbeeld van een unieke multiplayermodus.

Gimmicks

Helaas is niet elke minigame even goed. Dat komt voornamelijk omdat SEGA het kennelijk noodzakelijk vond ook de camera van de Vita te benutten. Pixie Hunt vervalt daardoor bijvoorbeeld in een zeer matige Augmented Reality-game. Het doel is om objecten met specifieke kleuren te fotograferen, om vervolgens kleine aapjes-in-ballen te vangen door te vegen over de touchscreen. Dat speelt even ongemakkelijk als dat het klinkt en is gewoonweg niet leuk.

De camera wordt ook gebruikt om zelf levels mee te maken, hoewel ‘zelf’ in deze zin misschien niet het juiste woord is. Het idee is dat je een foto van een object maakt. Vervolgens wordt het silhouet van de foto gebruikt om een level te genereren. Zo krijg je dus een level in de vorm van een controller, je bankstel of je hond. Deze levels kun je daarna ook delen met de rest van de wereld, al kunnen we ons niet voorstellen dat daar veel meerwaarde in zit.

Tot slot zijn er nog twee euvels die weliswaar klein zijn, maar toch de snelheid uit de game halen. Het menu moet met de touchscreen worden bediend , maar dankzij de ‘glijdende’ elementen werkt dat niet lekker. Daarnaast ontbreekt een autosave-feature, waardoor je na elk potje onnodig wordt opgehouden door save-formaliteiten. Het zijn dit soort kleine oneffenheden die onderstrepen dat Super Monkey Ball inderdaad geen kwartje geworden is.