Oef! SpellForce 2: Faith in Destiny maakt het zichzelf niet gemakkelijk door met gedateerd grafisch geschut en een geraamte van zes jaar oud de strijd aan te gaan met collega-games als Diablo III. Een minutieus geplande aanval op hedendaagse hack & slash-games kun je SpellForce 2: Faith in Destiny dan ook niet noemen. Hoewel er een behoorlijke ontwikkeltijd in het spel zit verwerkt, hebben we het hier feitelijk over een uitbreiding van een spel dat in 2006 uitkwam en nu omgezet is naar een stand-alone game. Zoals de ontwikkelaar zelf al aangeeft, zie het in het tijdsbeeld. Hoewel je vervolgens wellicht een opgewarmde oude maaltijd verwacht, blijkt juist dat de chefs van Nordic Games de afgelopen jaren niet stil hebben gezeten en zowaar enkele verse ingrediënten hebben toegevoegd aan het bekende recept. Zij namen de ontwikkeling over JoWood en vonden dat het tijd was voor een snufje real-time strategie.

SpellForce 2: Faith in Destiny begint heel traditioneel, als een actie-rpg waarin je met twee personages hier en daar monsters afslacht en quests aanneemt. Ondertussen raap je achtergebleven loot op en kleed je zo je personage aan met wapens en armor. Hoe meer monsters je afslacht, hoe meer ervaring je opdoet en hoe sneller je vervolgens in level stijgt. Tot zover geen verrassingen. Maar dan krijg je ineens een hoofdkwartier en een aantal werkers toegewezen. Voor je het weet ben je omgeschakeld naar de RTS-modus, bouw je legers en zorg je dat het aantal grondstoffen op peil blijft. Een interessante wending, die redelijk naadloos overloopt.

Geen fantasie

Voor je goed en wel kan beginnen aan de campagne, wordt allereerst het verhaal uit de doeken gedaan. Faith in Destiny heeft een plot dat nergens uitblinkt in diepgang of originaliteit, de kern is dat enkele portals die de verschillende eilanden met elkaar verbinden kapot zijn. En er is een onbekend ras, dat de dorpelingen heel creatief ‘The Nameless’ noemen, bezig met een grootschalige invasie. Jij bent een Shaikan, een ras dat drakenbloed heeft, en bezit krachten die beslissend kunnen zijn in de strijd. Dit alles speelt zich af in een middeleeuwse fantasiewereld, waarin elven, gnooms en magie tot het vaste meubilair horen. Wat niet helpt is dat het verhaal op geen enkel moment echt boeiend wordt overgedragen. De dialogen zijn vlak, wat voortkomt uit de clichématige personages, en de manier waarop het in beeld gebracht wordt, is vrij klinisch. Geen cinematische effecten, geen dramatische muziek en weinig gezichtsuitdrukking.

Hakken en levelen

Het eerste wat je te doen staat is het uitschakelen van enkele groepjes monsters. Iets wat in het begin van het spel goed te doen is, maar later moeilijker wordt. Dit komt vooral omdat het moeilijk is om een duidelijke tactiek uit te voeren. Als speler heb je na een tijdje veel magische spreuken tot je beschikking en naarmate de tegenstand sterker wordt, wil je deze effectief kunnen gebruiken. Vooral het gericht een bepaald monster raken, is op die momenten moeilijk. De tab-knop biedt dan uitkomst, aangezien hiermee de sterkste en het meest gevaarlijke monster automatisch geselecteerd wordt. Toch blijft de frustratie hangen dat aanvallen niet helemaal lekker volgens plan uitgevoerd kunnen worden. Zeker met het aantal (toffe) spreuken en aanvallen dat het spel biedt na het bereiken van hogere levels, is dit jammer.

Het hacken en slashen in de campagne wordt helaas snel repetitief. Quests beperken zich vaak tot het bekende halen en brengen en met enorme maps is het lang rondstruinen om uiteindelijk het juiste pad te vinden. Uniek is wel dat je een third-person perspectief kan aannemen om vervolgens met de WASD-knoppen door de wereld te lopen. Het is een leuke toevoeging, maar zal in de praktijk amper worden gebruikt. Een echt nuttige toevoeging zijn de portals die je vrijspeelt. Hiermee kun je snel teleporteren tussen plekken in de wereld, wat een zegen is voor het voltooien van sommige quests.

Van tactiek naar strategie

Wanneer het RTS-gedeelte aanbreekt, is het even omschakelen. Waar vijanden normaal relatief rustig wachten op hun plek, word je hier constant bestookt door legers van de tegenstander. De gameplay is vervolgens te vergelijken met Warcraft III, zij het een uitgedunde versie. Qua mechaniek zit SpellForce 2: Faith in Destiny op zich goed in elkaar. Gebouwen neerzetten is makkelijk, evenals het trainen van eenheden en het draaiende houden van de economie. Het wordt pas lastig wanneer een leger is samengesteld en je het op de vijand af moet sturen. Als je als speler niet strikt gebruikmaakt van het vormen van groepjes, dan rent het leger al snel als gekken op een tegenstander af. De kans dat je gebalanceerde leger opeens zonder tien boogschutters verder moet, is dan heel groot.

Toch bieden de tegenstanders over het algemeen niet zo heel veel problemen. De strategie van de computer bestaat vooral uit zoveel mogelijk eenheden trainen en ze in grote groepen op je afsturen. Het is vrij voorspelbaar en met enige training gemakkelijk te omzeilen. Ondanks deze tekortkomingen en het gebrek aan de finesse die topgames in het RTS-genre wel hebben, blijft het RTS-deel van Faith in Destiny zeer vermakelijk om te spelen. Iets dat misschien wel voor de game als geheel gezegd kan worden: vermakelijk. Met daarbovenop nog een Skirmish-modus, en dat voor een schappelijke prijs en lage systeemeisen, is SpellForce 2: Faith of Destiny nog best aardig.