Zelfs als je echt van Sonic houdt, bent opgegroeid met zijn fenomenale avonturen op de Mega Drive en je zijn tekenfilms bekeek en stripverhalen las, moet je toegeven dat Sega zijn best heeft gedaan ervoor te zorgen dat je die blauwe egel wel kunt lynchen. Verschrikkelijke 3D-games, talloze irritante vriendjes: de zoete belofte van de terugkeer van een platformheld van weleer leek een valse. De laatste jaren probeert Sega alles dat het bedrijf vernietigd heeft weer op te bouwen, en met aardige titels als Sonic Colours en Sonic the Hedgehog 4: Episode I was het redelijk op weg.

Haken en ogen

Episode I was een ode aan de Mega Drive-games: tweedimensionale platformfun met snelle actie door kleurrijke levels. De game was echter niet goed, het was eerder een verrassing dat het niet slecht was. De goede intentie van Sega was er, maar het eindresultaat had wat haken en ogen. Zo was het leveldesign veel slechter dan dat we gewend waren van de oude Sonic-games. Deze spellen horen om snelheid te draaien en afgeremd worden door een irritante blokkade midden op je pad zou eigenlijk niet moeten gebeuren. De kern van Sonic is de snelst mogelijke route in een level uit je hoofd leren. De levels in Episode I waren niet complex genoeg: het was niet nodig om een level keer op keer opnieuw te starten om zo de beste route te vinden.

Er is weinig veranderd in het tweede deel. De levels zijn iets groter qua opzet, waardoor je meer het idee krijgt je eigen route te kunnen plannen, maar uiteindelijk kregen we nog steeds vaak het gevoel dat de inspiratie bij de ontwikkelaars ontbrak. Niet alleen zijn de omgevingen vrij saai (eentonige olieplatforms en donkere onderwatergrotten), de game zit vol met momenten waar Sonic tot een halt wordt geroepen, meer nog dan in het eerste deel. Dan moet er weer een object of vijand vernield worden door er meerdere keren tegen aan te knallen, dan weer moet Sonic heel precies over bewegende platforms springen. Dit gebeurt zo vaak dat we op enkele levels na nooit het idee kregen in een achtbaanrit te zitten – en laat dat nou precies zijn wat je van een Sonic-game verlangt.

Daarnaast zitten er veel te veel onderwatersecties in het spel, wat de snelheid nog meer naar beneden haalt. Onderwaterlevels zijn bijna nooit een goed idee in games, maar in Sonic-games zijn het helse martelingen. De egel beweegt dan extra langzaam en geraakt veel te snel zonder zuurstof.

Tails

De terugkeer van het vosje Tails, die in de eerste episode schitterde door afwezigheid, kan ons wel bekoren. Tails vliegt in de singleplayer trouw achter je aan en wordt in de coöperatieve modus door een tweede speler bestuurd. Het is leuk om Sonic met zijn tweeën te spelen en de ontwikkelaar heeft de game volgestopt met secties die je samen moet klaren. Sonic en Tails kunnen door een druk op de X-knop hun krachten bundelen om een grote spinnende bal te maken die door de meeste objecten heen dendert, of Tails kan zijn blauwe maatje optillen en stukken vliegend afleggen. Helaas gaan na verloop van tijd deze ‘puzzels’ ook irriteren, simpelweg omdat ze wederom de snelheid uit de gameplay halen.

Baas boven baas

Dan zijn er nog de boss battles die aan het einde van elk van de vijf werelden voorgeschoteld worden..Enkele bosses lieten ons vloekend de controller weggooien. Zo maakt Metal Sonic na een te lang gevecht van vijf minuten opeens random gaten in de rails waar je op rent. Val je er van af, dan kun je weer helemaal opnieuw beginnen. Gelukkig zijn er ook een paar origineel gevonden eindgevechten, zoals een gigantische robot die als een ware Tetris-speler blokken naar beneden laat vallen die ontweken moeten worden, waarna ze gebruikt moeten worden als opstapje om de eindbaas een knal voor zijn kop te geven.

Episode II is echt geen wanproduct: bedolven onder het middelmatige leveldesign zit nog altijd een Sonic-game en de bijbehorende typische sfeer die de speler met een flinke dosis nostalgie injecteert. Daarbij heeft dit vervolg grafisch stappen en sprongen gemaakt: Sonic lijkt niet langer van plastic en de achtergronden lijken niet langer op platte afbeeldingen die met je mee bewegen. De game irriteert alleen net even te vaak door de snelheid weg te nemen. Leuk om even een kwartiertje te spelen en daarna nooit meer naar om te kijken.