Bij een serie die zichzelf al jaren kwijt is en waarbij de zoektocht met iedere nieuwe titel weer verder op een zijspoor leek te raken, rijst de vraag of er wel goed gezocht is. Want het succes van Sonic ligt gewoon daar waar we het voor het laatst gezien hebben: op de console, in twee dimensies. Sonic The Hedgehog 4: Episode 1 bouwt verder op de basis van Sonic 1,2,3 en Sonic & Knuckles en laat verdere ontwikkelingen binnen de serie grotendeels met rust. Wel gaat het vierde deel aan de haal met de homing attack-vaardigheid uit latere delen, een subtiele toevoeging die bepalend blijkt voor wat er goed, maar ook slecht is aan het spel.

Helemaal los

De vaardigheid van Sonic waarmee hij in een flits opgerold en wel naar voren schiet, is op het eerste gezicht een perfect verlengde van het toch al razendsnelle tempo waarmee we door de levels kunnen crossen. De twaalf daadwerkelijke levels zijn zo opgebouwd dat met slim gebruik van de homing-attack een snellere route gevonden kan worden, of op zijn minst het tempo niet plotseling onderbroken wordt door obstakels of mechanisch gespuis. Dat er meerdere manieren zijn om de gebieden van voor tot eind te doorlopen is overigens te danken aan het goede levelontwerp. Iedere route weet het gevoel van snelheid vast te houden, maar slechts het minst voor de hand liggende pad levert een toptijd, meer ringen en soms een extra leven op. Op de momenten dat we over de grond razen, door de lucht vliegen en iedere vijand torpederen, is de egel duidelijk in zijn element. Sonic 4 komt op stoom en maakt de weg voor ons vrij om voldoening te halen uit het secondewerk dat vereist is om Sonic niet regelrecht de stekels in te boren.

Remming

Helaas vindt het spel het soms nodig om aan de rem te trekken. De vele loopings, springplanken en andere manieren om door de levels heen te stuiteren worden ingeruild voor tergend slome platformstukken. Zonder aanloop moet er precies en op het goede moment van platform naar platform gesprongen worden, een gedeelte wat eigenlijk al nauwelijks bestaansrecht heeft binnen een Sonic-game. Maar in Sonic 4 draait de homing attack het spelplezier tijdens deze stukken definitief de nek om. Het is frustrerend om te zien hoe het spel soms exacte timing vergt, maar dit niet laat terugkomen in Sonic zijn vaardigheden. Eenmaal op snelheid is er niets aan de hand, maar uit stilstand is hij niet vooruit te branden. En tijd om sprongen voor te bereiden is er niet – platforms vallen weg of klappen om – omdat het spel naadloos op elkaar aansluitende sprongen vereist. Dat op te laat springen de doodstraf staat, willen we nog wel voor lief nemen. Maar dat Sonic prompt besluit om zelfmoord te plegen als we te vroeg de springknop indrukken is een stuk lastiger te behappen, doch uiteindelijk wel te begrijpen. De makers hebben er namelijk voor gekozen om geen aparte knop toe te kennen aan de homing attack, die zijn plek noodgedwongen moet delen met de springknop. Het onlosmakelijke gevolg is dat Sonic nog wel eens de afgrond verkiest boven het luchtruim, terwijl wij het tegenovergestelde voor ogen hadden.

Nu hoeft dit geen spelbreker te zijn, ware het niet dat SEGA ons met Sonic 4 iets te vaak stil laat staan bij het feit dat we toch echt een gloednieuwe Sonic-titel aan het spelen zijn, en geen veredelde remake van de eerste drie delen. Het spel doet dit aan de hand van een aantal platformgedeeltes, die op het eerste gezicht voor een leuke afwisseling zorgen, maar nauwelijks passen binnen de op snelheid gerichte gameplay. Op andere momenten blijft de game juist gevaarlijk dicht bij wat de serie al eerder gedaan heeft, alsof de makers wilden kijken of ze die spelervaring goed konden nabootsen, alvorens zich te wagen aan nieuw materiaal. Toch mag Sonic 4 met recht een nieuw deel genoemd worden. Met nieuwe muziek, levels en opgepoetste graphics kunnen we daar in ieder geval niet omheen.

Geschiedenisles

Want Sonic 4 schotelt ons nog steeds energieke, inmiddels tot retro omgedoopte beats voor, die soms eerder op een kinderdisco thuishoren, maar over het algemeen fijn in de oren klinken. Opgezweept door de vrolijke technodeuntjes schieten we als een speer door de slechts in totaal vier hoofdstukken. Als eerste worden we achtergelaten in een jungle, waarmee het spel een dikke, opzichtige en zelfs ongemakkelijke knipoog geeft naar de Green Hill Zone van het eerste deel. Daarna is het echter nog niet gedaan met de nostalgie en komen we onder meer nog in een slecht vermomde flipperkast en een donkere grot met wateroverlast terecht. De omgevingen zullen je bekend voorkomen, maar petje af als je hier uitgebreid bij stil kan staan met – hoe hard kan Sonic eigenlijk rennen? – 60 kilometer per uur. Ook Dr. Eggman wacht Sonic nog altijd netjes op in iedere vierde stage en wie ondanks zijn hevige goudkoorts na een eindsprint niet alle ringen heeft uitgezweet mag zijn geluk beproeven in een bonuslevel.

Sonic 4 voelt als Sonic, klinkt als Sonic en ruikt misschien zelfs een beetje als Sonic, het ziet er alleen een beetje onegels – ja dat is vanaf nu een woord - uit. Natuurlijk is het nog duidelijk herkenbaar, maar de precieze invulling van de graphics laat enigszins te wensen over. De strakke lijnen die we te danken hebben aan het HD-tijdperk doen Sonic zelf, die vooraan een kijkdoos lijkt te zijn geplaatst, niet veel goed. Wel zien de achterliggende omgevingen er aardig kleurrijk en divers uit, al komt het niet levendig over. Maar uiteindelijk draait het toch om het echte Sonic-gevoel. Daarmee zit het gelukkig wel goed en blijkt dat SEGA van zijn fouten heeft geleerd. Wel geven we de ontwikkelaar nog wat huiswerk mee voor de volgende episode, in de hoop wat meer speelduur en creativiteit terug te zien.