In de Tweede Wereldoorlog was een schipper niet een lang leven beschoren. Dit mede door de verwoede pogingen van de vele onderzeeërs. Wij vonden op de bodem van de oceaan een dagboek van een commandant aan een van de onderwaterjagers. 23 oktober 1941

“Wederom een lange dag op trainingskamp. Dag in, dag uit het oefenen van manoeuvres, omgaan met technische problemen, de boot leren verdedigen. Wanneer zijn we klaar? Ik wil die vuile Jappen aanpakken! Waarom nog meer training?”

12 november 1941

“Nog een week verzekerde onze drilsergeant ons. Ons team is compleet en weet precies hoe ze alles uit de onderzeeër moeten halen. Als hoogste van mijn klas kreeg ik het commando op me, ik! Ik moest die sub in mijn eentje besturen, wat een eer. “

19 november 1941

“Het is zover, we zijn geslaagd! Onze training is voorbij. We zijn volleerd marinepersoneel nu, ik heb zelfs mijn eigen sub gekregen! Ik! Ik heb het commando over een onderzeeër! Ik kan niet meer wachten het schip onder de reet van die spleetogen uit te knallen! Maar nu eerst feest! We zijn geslaagd!”

3 juni 1942

“Het schijnt dat Japanse destroyers en vliegdekschepen zich hebben verzameld voor Midway. Wij worden er ook naartoe gestuurd, om te helpen verdedigen en deel te nemen aan een groots tegenoffensief. Het wordt mijn eerste missie, onze eerste missie. Het is spannend, ik voel me opeens weer heel onervaren, maar we gaan er gewoon voor. We maken ze af!”

5 juni 1942

“Wauw! Wat een dag, minstens vier schepen hebben we laten zinken, met een tweetal welgeplaatste torpedo’s zonk het eerste schip. Wat een prachtig uitzicht! Haha, wat een vreugde ging er door het schip heen: het hele schip was binnen enkele seconden verdwenen. Wat een mooie dag!“

7 juni 1942

“Ik schrijf je nu, omdat het misschien mijn laatste dag is. We zitten op ongeveer 100 meter diepte, dieptebommen hadden ons bijna vernietigd, maar we hebben niet langer de mogelijkheid naar de oppervlakte terug te keren. De Japanse destroyer blijft maar op ons jagen. We maken geen geluid, dus we hopen dat het schip snel weg gaat. We hebben nog maar voor enkele dagen zuurstof, en hij hangt al een dag boven ons schip.

De bemanning wordt rusteloos, ik weet niet meer wat ik moet doen… Ben ik wel goed genoeg als commandant? Waar ben ik aan begonnen? Waarom gaat het schip niet weg, hebben we de slag verloren?”

8 juni 1942

“Een hels lawaai maakte me wakker vandaag. Niet dat ik vast lag te slapen. Ik gaf het commando om het schip naar de oppervlakte te brengen, zodat we er achter konden komen wat het was. De bemanning zag er bezorgd uit. Maar ze vertrouwden me, dus langzaam gleden we naar de oppervlakte. Tot periscoophoogte althans, daar liet ik het schip stilliggen. De periscoop ging omhoog om voorzichtig een kijkje te nemen.

Wat ik daar zag deed mijn angst verdwijnen. We hadden gewonnen! Alleen maar Amerikaanse schepen! ONZE schepen! Geen Jap in zicht. We stegen meteen door naar de oppervlakte, het luik ging open en we sprongen het dek op om te juichen! We hadden gewonnen! De Jappen waren verslagen, we konden het niet geloven. Zeker niet na de situatie waar we ons in bevonden! Haha! Wat een victorie! Leve de VS!”

17 juni 1942

“Ons schip en zijn crew werden beloond met een aantal lintjes, we hadden goed werk geleverd. We werden meteen weer doorgestuurd naar de volgende missie. Nog nooit heb ik ze zo blij gezien, alsof ze van nieuwe krachten werden voorzien. We zijn helden… Ja, wij… zijn helden!”