Hier in de westerse wereld zijn de thema’s Tweede Wereldoorlog en Vietnam Oorlog bijzonder populair binnen de game- en filmindustrie. In Japan ligt dat toch ietsje anders. Daar gaat het vooral om de tijd van feodaal Japan, toen vele krijgsheren onderling streden om de absolute macht over het gehele Japanse eiland. Het was de tijd van de samurai en de ninja. Koei is één van de voornaamste ontwikkelaars die zich op dit soort tijdperken richt. Samurai Warriors 2 is hun nieuwste telg.

Samurai Warriors is een spin-off van de bekendere Dynasty Warriors-reeks. Laatstgenoemde situeert zich in middeleeuws China. Samurai Warriors is dus de tegenhanger die het middeleeuwse Japan behandelt. Voor de rest komen beide reeksen behoorlijk overheen. In Samurai Warriors 2 bestuur je een held die meevecht op een groot slagveld. Deze slagvelden en helden zijn allemaal gebaseerd op de geschiedenis, maar wel hevig geromantiseerd en gedramatiseerd. Echt historisch accuraat is het dus niet. Dit maakt in principe niet uit, zolang het maar een boeiend verhaal en intense slagvelden oplevert. Dat is in Samurai Warriors 2 echter absoluut niet het geval. Het spel bevat 26 helden waarmee je kunt spelen. Qua uiterlijk, achtergrond, wapens en vechtstijl verschillen ze behoorlijk onderling. Ze spelen echter praktisch allemaal hetzelfde. De gameplay is meestal niet meer dan constant op dezelfde aanvalsknop rammen om op die manier zoveel mogelijk mannetjes uit de weg te maaien. Die mannetjes zijn allemaal oliedom en enorm passief. Je kunt meestal complete regimenten voorbij rennen, zonder dat je ook maar iets overkomt. Echt interessant of uitdagend zijn deze gevechten dus absoluut niet. Alleen de vijandige commandanten en helden zijn redelijk agressief en bieden nog enige uitdaging. Een gevoel van intensiteit wordt tijdens de slagvelden echt nooit bereikt. De omgeving is erg kaal, met hier en daar wat eenvoudige en nietszeggende objecten die trouwens iedere keer weer hetzelfde zijn. Alle vlaktes en gebiedjes wordt afgeschermd met lelijke rechthoekige obstakels of zelfs onzichtbare muren. De omgevingsgeluiden zijn matig en komen zelden goed door en de vijandige soldaten zien er allemaal exact hetzelfde uit. Laat ik ook de muziek even niet ongenoemd laten. Dit behoort namelijk traditionele Japanse muziek te zijn, maar men moest het zonodig verzieken door bijna alles te versnellen en overal een goedkope en ronduit foute trancebeat onder te zetten.  Enige inleving kun je dus wel vergeten.

Je kunt ook niet bepaald ver vooruit kijken op het slagveld. Niet alleen door de matige beeldopbouw, maar ook doordat de camera te dicht op je karakter staat en constant een beetje naar beneden gericht staat. Overzichtelijkheid kun je mede daardoor wel vergeten. Nee, je hebt niet snel het gevoel dat je jezelf op een slagveld bevindt in deze game. Het is soms net alsof je door de Twilight Zone loopt en af en toe een groepje vijanden tegenkomt die je zonder al teveel weerstand van de kaart veegt. God, wat is dit saai.

Overigens heb je wel verschillende missies en doelen die je op elk slagveld moet behalen. Toch komen alle doelen op hetzelfde neer: het eeuwige, eentonige inhakken op legertjes hersendode mannetjes. Dit hakken had nog enigszins leuk kunnen zijn wanneer de verscheidene combo’s en aanvallen lekker aan zouden voelen, maar er zit nauwelijks enig gevoel achter. De slagen hebben niet de impact die je zou wensen, waardoor het nooit enerverend wordt.

Misschien nog wel erger is de informatie-overload die je steeds te verwerken krijgt. Er gebeurt zoveel tegelijk op een slagveld, dat je constant overladen wordt met gebeurtenissen waar je rekening mee moet houden. Al snel raak je het overzicht compleet kwijt. Dat al die Japanners van die aparte namen hebben, helpt ook niet mee. Zie jij op een willekeurig slagveld zo maar even twintig verschillende namen te onthouden zonder verdere introductie in de vorm van een verhaal. Ik geef het je te doen als westerling!Over de verhaallijn gesproken: die stelt net zo weinig voor als het vechtsysteem. Je kunt met elk karakter een aantal slagvelden doorlopen, die stuk voor stuk een achtergrondverhaal hebben. De achtergrond van ieder gevecht wordt slechts met een droge lap tekst overgebracht, wat je al snel overslaat. Alleen de introducerende filmpjes van de karakters zijn fraai gemaakt, maar inhoudelijk stellen die ook weinig voor. In misschien net een minuut moet je een binding krijgen met het karakter en zijn of haar achtergrond. Een onmogelijke taak. Die taak wordt nog eens verder bemoeilijkt door de vreselijk slecht ingesproken stemmen. Je moet het doen met Engelstalige stemacteurs, en die hebben nou niet bepaald hun best gedaan om ook maar enigszins geloofwaardig over te komen. In combinatie met het slecht geschreven en oppervlakkige script, zorgt dit voor een enorm cheesy tafereel wat behoorlijke afkeer oproept. Nee, het is niet echt leuk om deze game te spelen. Ohja, je hebt dan nog een Survival Mode, die zich puur richt op de actie en al die drukte op het slagveld en de cheesy verhaallijn achterwege laat. Daar krijg je dan een kaal en hoekig gebouw voor terug wat voor een fort door moet gaan en waarin je verdieping na verdieping weer diezelfde oersaaie en eentonige vijanden moet verslaan met dat zo oppervlakkige vechtsysteem. De enige manier waarop Koei dit nog een beetje interessant probeert te houden, is door zogenaamde verzoekjes toe te voegen waar je tijdens je spannende avontuur door het fort aan moet proberen te voldoen. Tegen de tijd dat je aan die verzoeken toekomt, heb je de Survival Mode echter wel weer gezien. Men heeft ook een bordspel toegevoegd, wat in het kort te omschrijven is als een agressievere vorm van Monopoly. Het is pijnlijk om te moeten constateren dat dit extraatje daadwerkelijk het leukste aan de hele game is. Je hebt wel nog een multiplayer-mode waarin je met twee of zelfs vier personen de verschillende slagvelden kunt doorlopen, maar ik betwijfel of je überhaupt mensen kunt vinden die dit oersaaie gebeuren met je zouden willen spelen. Op de Xbox 360 kun je de game ook nog tegen elkaar over Live! spelen. Dit klinkt echter leuker dan het is, want je speelt allebei op een ander slagveld en dan is het gewoon een race om wie als eerste de vijandige, computergestuurde, commandant op zijn speelveld weet te verslaan. Nee, daar zaten we echt op te wachten hoor! Om trouwens nog even op de Xbox 360-versie door te gaan; die is wel beter dan de PS2-versie. Toch zegt dat nog bijster weinig. Wees gerust hoor, qua gameplay en opties zijn beide versies exact hetzelfde (buiten de overbodige Xbox Live! mode). Grafisch is de Xbox 360-versie echter beter. De game is lang niet zo grauw en heeft meer kleur en helderheid, heeft weinig tot geen last van kartelrandjes, kent wat gedetailleerdere karaktermodellen, is van wat kleine grafische effecten zoals bloom lighting voorzien en heeft veel scherpere en duidelijkere menu’s. Natuurlijk is de resolutie ook een stap hoger. Maar zoals ik al aangaf, zegt dit allemaal bijster weinig. De PS2-versie is voor dat platform namelijk al behoorlijk lelijk en met wat minieme grafische verbeteringen voor een zogezegde next-gen uitvoering, blijf je ook op de Xbox 360 een lelijke game houden. Nee, wat mij betreft loop je met een grote boog om deze game heen. Helemaal als het gaat om de Xbox 360-versie, want de toch al redelijk achterhaalde gameplay komt op een next-gen console alleen nog maar pijnlijker naar voren. Ik ben gedurende deze review eigenlijk alleen maar negatief geweest over de game en vanuit mijn oogpunt is dat ook gerechtvaardigd. Toch moet ik de game wel meegeven dat alles buiten de gameplay, geluid en verhaallijn behoorlijk goed verzorgd is. Bovendien zit er een heel aardig systeem in voor het ontwikkelen van je karakters op gebied van moves, skills en wapens. Door de lengte van de slagvelden en de hoeveelheid karakters, zul je bovendien wel eventjes aan de slag blijven. Toch zou ik dit spel met de nodige twijfel alleen de echte diehard hack ’n slash fans aanbevelen. Voor iedere andere persoon is hier niets te vinden wat met speelplezier te maken heeft.