Saints Row 4 is een logische evolutie ten opzichte van het vorige deel. Wederom wijkt het af van genreconventies, breekt het met fatsoensnormen en maakt de game anderen en zichzelf belachelijk. In goede zin welteverstaan; het verbloemt op die manier alle tekortkomingen van de game. Simpele of eentonige sequenties worden in zo’n razend tempo overspoeld met seksistische humor en grappige referenties, dat je met een foute glimlach op je gezicht blijft spelen.

Voorbeeldje: samen met een MI6-agent infiltreer je een basis om een psychopaat op te sporen. Ondertussen schiet je lampjes kapot en schakel je vijanden uit. Doodsimpel en doodsaai, ware het niet dat het lollige commentaar en scherpe referenties je om de oren vliegen. Het hoofdpersonage zeurt over hoe belachelijk stealth eigenlijk is terwijl hij een arsenaal aan wapens meezeult, en vijanden schreeuwen op een satirische manier dat ze niks meer kunnen zien als een lullig lampje kapot wordt geschoten. Door de geluidjes en het verstoppen in een doos herken je vanzelf de sneer naar Metal Gear Solid. Een grapje over de grootte van iemands Solid Snake kan daarbij natuurlijk niet ontbreken. De game zit vol met dergelijke scènes, waarin Saints Row 4 zijn eigen logica creëert en er lachend mee weg komt.

Schijt aan science fiction

Om alle belachelijkheid nog enigszins logisch te kunnen presenteren, creëert de game in sneltreinvaart zijn eigen extreme universum. In de eerste tien minuten ontmantel je een nucleaire raket, word je van leider van de Saints ineens de president van Amerika en landen er vijandelijke aliens op aarde. Het belangrijkste verhalende onderdeel is daarbij dat Zinyak, de leider van de aliens, een computersimulatie van Steelport heeft ontwikkeld waarin jij gevangen wordt gehouden. Net als in The Matrix dus.

Wat zich vervolgens ontvouwt is een grootschalige Mass Effect-parodie. Je probeert via verschillende missies oude bendeleden te redden om zo de aliens van binnen in de simulatie te bevechten. Los van het eenmalige grappige effect dat deze verhalende insteek oplevert, maak je op deze manier kennis met een aantal prominenten uit de serie. De game refereert daarbij veelvuldig naar momenten uit de vorige delen. Dat is leuk voor de fans, al blijven personages nauwelijks meer dan een hulpmiddel voor nog meer banale situaties.

Desondanks spat het enthousiasme van het scherm af, wat vrijwel volledig komt door de heerlijke chemie tussen de stemacteurs. Dialogen zijn altijd lollig, scherp en sympathiek. Het zorgt ervoor dat het verhaal zichzelf op een fijne manier voortzet en het geeft een duidelijke meerwaarde aan de hoofdmissies. Het verhaal zelf zal overigens geen Oscar winnen, maar met het tempo en de humor is het toch voldoende onderhoudend.

#YOLO#SWAG

Qua gameplay slaagt Saints Row 4 misschien iets te goed in het introduceren van nieuwe spelelementen. Er zijn superkrachten, op een vergelijkbare manier als in Prototype en Crackdown, waarmee je op hoog tempo door de stad springt en vliegt. Autorijden wordt er meteen een stuk minder interessant door en de game neemt ook weinig moeite om daar enigszins balans in te brengen. Maar de flow waarmee je je nu voortbeweegt voelt zelfs beter aan dan in Prototype, dus zo erg is die verschoven balans niet echt. Daarnaast veranderen de superkrachten hoe je de spelwereld ervaart, waardoor het wat minder relevant is dat Steelport vrijwel volledig hetzelfde is als in het vorige deel.

Om dat gevoel van herkenbaarheid nog verder de kop in te drukken, geeft Saints Row 4 je voldoende middelen om mee te variëren in het veroorzaken van chaos. Zo heb je bizarre wapens als de dubstep-gun of het alien-schiettuig, maar ook krachten als telekinese of stompen op de grond. Persoonlijke favoriet is echter het totaal willekeurig uitvoeren van een vernietigende takedown. De game wel erg afhankelijk van deze overvloed, want de combat is op zichzelf wat simpel en onoverzichtelijk. Doordat vijanden veelvuldig in kluitjes bij elkaar staan is er van enige tactische benadering weinig sprake en ook de AI van vijanden is nogal matig.

Met een schijt-aan-alles-uitstraling is Saints Row 4 een garantie voor plezier, maar het weet daarmee zijn technische imperfecties niet altijd te verhullen. Saints Row 4 doet ongelooflijk zijn best om met een stoere houding zijn slordigheden te verdoezelen en daar komt het over het algemeen ook wel mee weg. Zo benadrukt de game soms zijn eigen bugs en glitches expliciet voor komisch effect. Maar slordigheden blijven slordigheden en die blijven simpelweg irritant. Op momenten mist de besturing bijvoorbeeld precisie en val je weer van een dak af, spring je tegen een uitstekende dakkapel of zit je vast tussen een aantal lullige paaltjes. Dat doet een hoop af aan het tempo en de flow van de game.

Saints Row blijft Saints Row

Saints Row 4 zou dan ook geen Saints Row-game zonder technische malheur en ook dit deel kampt met crashes, pop-up, een bibberende framerate en lelijke graphics. Gelukkig lijkt de game dat zelf ook te beseffen en biedt het op elke vierkante meter wel iets te doen of te verzamelen om de focus in ieder geval op de gameplay te houden.  Het resultaat is een game waarin je op een moordend tempo langs allerlei missies en objectives vliegt. Hetgeen uiterst verslavend werkt, omdat alles wat je verdient wel weer een nieuwe mogelijkheid biedt om nog meer bizarre dingen te doen.

Al met al laat de game je constant verlangen naar meer en voldoet het ook aan dat verlangen door je telkens weer te verrassen met nieuwe gameplay-elementen of gekke gebeurtenissen. Een nieuwe glimlach overwint daarbij altijd de frustratie. Saints Row 4 bewijst zich daarmee als de ultieme uitlaatklep van onvolwassenheid.