De naam Ridge Racer mag dan verdoemd zijn tot het opwekken van een gegiechel bij iedereen die Sony's legendarische E3-persconferentie van 2006 nog in het achterhoofd heeft, feit is dat de franchise bij de lancering van menig nieuw platform aanwezig is om gamers over de streep te trekken. Bij de release van de alle PlayStations, evenals de Xbox 360 en zelfs de 3DS, was er een Ridge Racer om het nieuwe gamesysteem te voorzien van een dosis racepret.

Zo ook met de PlayStation Vita. Een nieuw apparaat met een sloot nieuwe functies, waar de nieuwe arcaderacer van Namco-Bandai gretig op inspeelt. Vooral de online functionaliteit, maar ook het aanrakingsgevoelige scherm en dito achterzijde zijn niet vergeten. Jammer genoeg gaat ontwikkelaar Cellius, nota bene nieuw opgezet vanuit een samenwerking tussen Sony en Namco-Bandai, voorbij aan één ding: een spelstructuur die werkt.

Koopje?

Vooropgesteld: je betaalt voor Ridge Racer op de PlayStation Vita slechts de helft van een reguliere game. Wat krijg je dan voor die drie tientjes? Simpel gezegd: drie circuits en vijf auto's. Beide aantallen zijn weliswaar te verdubbelen door een zogenoemde Gold Pass te activeren (gratis tot 31 maart, daarna tegen extra betaling), maar dan nog is het aantal locaties en machines aan de karige kant. Zeker als je nagaat dat Ridge Racer nogal een handje heeft van het hergebruiken van dergelijke zaken. Dat mogen fans weliswaar een goed gebruik noemen, maar toch zoveel moeten betalen voor slechts een handjevol circuits en auto's die je eigenlijk allang kent, voelt als afzetterij. De verzameling lekker foute techno is trouwens wel top, en neemt ook toe bij het activering van de Gold Pass.

Het idee achter de nieuwste iteratie in deze reeks zit 'm met name in de online mogelijkheden. Of, beter gezegd, verplichtingen. Ben je namelijk niet in de gelegenheid om constant of regelmatig je Vita verbinding te laten maken met internet, dan speel je al helemaal een uitgeklede versie van Ridge Racer. Bij de allereerste keer opstarten kies je namelijk uit één van de vier facties, vermomd als raceteams. Daarmee sluit je je aan bij een deel van alle andere Ridge Racer-spelers op de hele wereld. Elk punt dat je scoort met racen wordt opgeteld bij het totaal van je formatie. Op zich een leuke gedachte, ware het niet dat je nauwelijks iets terugziet van die moeite. Je kunt weliswaar de beste racers van je team opspeuren, om je vervolgens met hen of hun spookbeelden te meten, maar van echte teambuilding is geen moment sprake.

De kern van het racen

En dat is jammer, want het gooien en smijten met futuristisch ogende, maar ouderwets lekker jankende racemonsters is deels net zo plezierig als voorheen. Waar het dit Vita-deel aan ontbreekt, is een fijne wegligging. Die voelt net iets minder stabiel dan de laatste Ridge Racer (7) op de PlayStation 3, waar de machines al minder rotsvast op de weg lagen dan op de PSP-Ridge Racers. Daarnaast is de besturing wat ‘pretentieus’: schakelen kan met de touch pad op de achterkant van de Vita, wat enigszins doet denken aan het idee van flippers aan een stuur van een echte auto, maar in de praktijk schakel je één op de vier keer niet (of juist wel) als je dat wel (of juist niet) wilt.

Ook buiten het racen om voelt Ridge Racer geforceerd modern; navigeren door het menu kan bijvoorbeeld alleen met de touch screen. Verder oogt het spel wel door en door gelikt, met strak afgewerkte menu’s en glanzende auto’s. De omgevingen benaderen het grafische niveau van de racelocaties zoals we ze op de PlayStation 3 kennen. Toch begaat Ridge Racer ook op technisch vlak een fatale fout: er duikt te vaak een te ernstig vertraging op wanneer het ook maar ietsje te druk wordt. Dat is de genadeklap voor een racespel dat heel graag vernieuwend wil zijn, maar daarmee alleen maar hardcore arcaderacegamefans van zich vervreemdt.