In de kern is Rayman: Origins voor Vita weinig veranderd ten opzichte van de game die halverwege november al voor Wii, Xbox 360 en PlayStation 3 verscheen. En dat brengt ons gelijk al bij de hamvraag van deze recensie: wat is de kern van Origins?

De kern

Vind je de coöperatieve modus voor vier spelers het belangrijkste, dan stelt de Vita-versie teleur; de multiplayer ontbreekt volledig. De enige interactie met anderen komt in de vorm van een Ghost-modus waarin ontastbare verschijningen op je scherm etaleren hoe snel een level kan worden uitgespeeld. Je kunt vervolgens de beste tijd proberen te halen, maar iemand dit direct in zijn gezicht wrijven is er nauwelijks meer bij.

Dat hoeft geen probleem te zijn voor een platformgame als Rayman: Origins. Het was leuk dat de coöp erin zat, maar na het onvermijdelijke kwartiertje elkaar de hersens in meppen, gingen de meeste spelers weer over tot de orde van de dag: het zo goed/snel mogelijk doorlopen van de verschillende werelden en levels. Dat je zoiets met zijn vieren tegelijk kon doen, gaf hier geen compleet nieuwe dimensie aan en zorgde in sommige gevallen zelfs voor hinder, omdat de omgevingen er eigenlijk niet op gemaakt zijn.

De levels blinken wel uit in hoe ze je voortdurend lijken te dwarsbomen met hun opzet, maar eenmaal het perfecte ritme gevonden, te spelen zijn alsof het een race betreft. De prachtige, handgetekende ondergronden, obstakels en fantasievolle handreikingen zijn zo opgesteld of opgehangen dat je er altijd of precies tegenaan botst, of net langs rent/slingert. De controle over welke van de twee het wordt, is iets waar je ieder level weer opnieuw naar op zoek moet en wat de game tot aan het einde boeiend houdt.

Geen substantiële toevoeging

Nu speelt niet iedereen Origins op deze manier, laat dat duidelijk zijn. In de consoleversie riep de game dit soort gedrag zelfs vrij abrupt een halt toe – spelers die overal zo snel mogelijk doorheen probeerden te komen, kwamen er toen achter dat zij onderweg ook allerlei extra’s (electoons) hadden moeten verzamelen om vanaf dat moment nog verder te komen. Met de komst van de Ghost-modus naar de Vita-versie, komt die eis minder onverwachts. Het zo snel mogelijk doorkruisen van de levels is ondergebracht in een apart speltype en signaleert zo wellicht dat de hoofdgame de nadruk ergens anders op legt. Als toevoeging hierop zijn de ghosts daarom zonder meer geslaagd.

Helaas weet de modus nauwelijks op zichzelf te staan. Ten eerste zijn lang niet alle levels van de singleplayer te spelen en waarom dat niet het geval is, valt lastig te verklaren. Wel is in de selectie wat geknipt om ze beter als parkoers geschikt te maken. Het tweede punt is dat de wisselwerking met echte tegenspelers te omslachtig in zijn werk gaat. Alles gaat via Near – niet online dus – en je moet een flink aantal keer tussen deze applicatie en de game wisselen om ook maar één ghost uit te wisselen. De modus is zo zelden meer dan een schim van wat het had kunnen zijn.

Goed op zichzelf

De hoofdmoot, het zoeken naar en daadwerkelijk bereiken van de verborgen collectibles in de game, is op zichzelf gelukkig leuk genoeg. Het toont aan dat iedere omgeving bovenop zijn normale route nog een alternatief kent, dat vaak een stuk lastiger is. Zo biedt Origins ook voor de perfectionist die niet op tijd, maar op compleetheid gebrand is genoeg uitdaging. De visuele pracht die je ondertussen hoe dan ook onder je neus krijgt, weet ook op de Vita nog te verbazen. Het is af en toe wat priegelen wanneer de game zijn camera even wat verder naar achter plaatst, maar daar biedt de zoomfunctie een vreemde maar onmiskenbare oplossing voor.

Mocht je het willen, kun je op die manier zelfs even je analoge stick wat rust gunnen en met de touchscreen de spelwereld van dichterbij bekijken. Je zult dan zien hoe zorgvuldig alles is geconstrueerd om niet alleen prachtig maar ook functioneel te zijn. De achtergronden zijn geweldig vormgegeven en geanimeerd, dat terwijl je nooit het idee hebt enkel naar opvulling te kijken: iedere wereld heeft een thema dat zowel op de voorgrond als in de verte tot leven komt. En het doet nooit afbreuk aan de gameplay, wat maakt dat je zowel een heerlijk uitziende als spelende platformer krijgt.