Voordat je bij het moeilijke gedeelte bent beland, moet je wel even door het stigma dat om mobiele games hangt, breken. Jungle Run lijkt op het eerste gezicht een zwaar versimpelde vorm van waar Rayman voor staat, in ieder geval sinds Origins: ritmische gameplay waarbij timing en platformskills van groot belang zijn. Haal je dat laatste grotendeels weg – Rayman rent in Jungle Run automatisch – blijft er weinig meer over.

Doorloop je de levels enkel zoals dat voor je wordt uitgestippeld, dan is dit ook zo. Er zijn wel wat obstakels en langzaamaan worden ook zweven en slaan/schoppen geïntroduceerd, maar de uitdaging blijft heel voorzichtig op de achtergrond loeren, en komt enkel tevoorschijn voor wie meer uit het spel wil halen. De echte test komt wanneer je in alle levels ook het maximale aantal lums probeert te verzamelen, want dan verlangt het spel plotseling dat je zijn vaste route negeert.

Je kunt wel braaf springen wanneer dat het meest logisch lijkt, maar daarmee kom je maar op de helft van het puntentotaal. Voor de resterende lums zul je het ritme dat Rayman oplegt op bepaalde punten moeten doorbreken, door tussendoor te springen en zo Rayman tijdelijk de andere kant op te sturen. Omdat hij wel door blijft lopen, is dit een kwestie van perfecte timing en bovendien ook een geheugentrainer. Voor je het weet vergeet je weer dat je van het gebaande pad af moest wijken, en kom je alsnog niet aan de perfecte score.

Dit laatste levert je per level een zogeheten tooth op, vijf daarvan spelen een extra moeilijk level vrij. Met in totaal vier werelden zijn er ook vier van deze bijzonder pittige uitdagingen. Ze combineren alles wat je in de makkelijkere levels voor je kiezen hebt gekregen, maar dan zonder de adempauze die je toen nog kreeg. Ondersteund door opzwepende westernmuziek, laten deze levels je helemaal vergeten dat je Rayman amper bestuurt. Dat laatste blijkt ook helemaal geen issue, omdat er in de andere moves van Rayman genoeg bewegingsruimte zit om anders door de levels heen te gaan.

Rayman Jungle Run bootst daarmee nagenoeg perfect Origins na, zonder dat je loopt te vloeken op slecht uitgewerkte virtuele controls. Ook grafisch doet het spel absoluut niet onder voor de graphics van die game. De omgevingen zijn net zo kleurrijk en hoeven niet op scherpte of framerate in te boeten, zoals dat bij de 3DS-versie wel het geval was. Het spel mag dan beduidend korter zijn, een slimmere vertaling van Rayman naar mobiel kunnen we ons zo 1,2,3 niet bedenken.

Deze game is getest op Samsung Galaxy S II