Eens in de zoveel tijd komt er een spel op je pad waarbij de term haat-liefde verhouding constant in het achterhoofd blijft hangen. Rainbow Six: Vegas is er zo eentje. Enerzijds zo frustrerend, anderzijds toch weer een pracht van een game die niet zou misstaan in menig collectie.  Waarom zul je in de komende pagina's ontdekken.

Na het teleurstellende Rainbow Six: Lockdown werd het de nodige tijd om het imago wat de eerdere Rainbow Six-games hadden, op te vijzelen. Met de kennis die Ubisoft had naar aanleiding van het geslaagde Ghost Recon: Advanced Warfighter eerder dit jaar was het het juiste moment om met een nieuw deel op de proppen te komen.  Vergeet alle ellende van Lockdown, met Vegas wilde Ubisoft met een schone lei beginnen. Dat is ze zeer aardig gelukt.

Zoals de naam al aangeeft speelt Rainbow Six: Vegas zich af in de volledig door neon-verlichte stad Las Vegas. Normaal gesproken een prima plek om je zuurverdiende centjes te spenderen in één van de vele casino's die de stad rijk is, maar momenteel valt dit gebied minder aan te raden  bij de plaatselijke reisbureau's. Sin City, zoals de stad in de volksmond ook wel eens genoemd wordt, is namelijk overspoeld door een grote groep Mexicaanse terrorristen (niet te verwarren met toeristen dus). Na Ghost Recon: Advanced Warfigher zou je verwachten dat Ubisoft wel de buik vol heeft van een Mexicaanse opstand, maar niets is minder waar. Sterker nog, het eerste level speelt zich nota bene af in Mexico!

Als Logan Keller, leider van Team Rainbow, ga je gezamenlijk met twee andere leden van het anti-terreur team op pad om bepaalde gebeurtenissen in Mexico uit te zoeken. Helaas slaat het noodlot al gauw toe. Je twee maten worden ontvoerd door een stel geflipte Mexicanen. Tot overmaat van ramp hebben de Mexicanen meer op de agenda staan dan alleen dat, want al snel word je verteld om zo snel mogelijk richting Las Vegas te vertrekken. Er staat een hoop op het spel in hét gokparadijs van Amerika, de hoogste tijd dus om als Logan de achtervolging in te zetten om zodoende je maten te redden en Las Vegas te ontdoen van al dat Mexicaanse gespuis.

Nou ja, Vegas redden? Eerlijk gezegd maakte ik me daar niet zoveel zorgen om tijdens het spelen van deze game. De voornaamste gedachte die bij me opkwam was overleven, en snel een beetje! Rainbow Six: Vegas is namelijk pittig. Heel erg pittig. Zeker als je daarvoor nog een paar ruige potjes Gears of War achter de rug hebt, waar realisme niet zo belangrijk is, is het flink wennen als je weer aan Vegas begint. Vegas speelt weliswaar als een rasechte first person shooter, in bepaalde opzichten lijkt de game verrassend veel op Gears of War. Dat mocht overigens dan wel dé game bij uitstek zijn waar schuilen centraal staat, deze game doet daar gek genoeg niet voor onder. Een typisch trekje van de nieuwe Unreal Engine 3, waar beide games op gebaseerd zijn? Wie zal het zeggen.

Feit blijft dat je ook in Vegas ook prima kunt schuilen en achter een muurtje of een ander object dekking kunt nemen, dit door middel van de left-trigger. Ga je in de schuil-modus, dan verandert je blikveld van een first naar een third person view. Dekking nemen zul je ook zeker moeten doen, want de game is zoals eerder gezegd behoorlijk lastig. De vijandelijke AI is taai, vals, gemeen en agressief, de Locust is er haast niets bij. Opvallend genoeg kunnen deze vijanden in tegenstelling tot de meeste games wél goed samenspelen. Zo roepen ze naar elkaar als ze door hebben dat je in de buurt bent en weten ze vaak genoeg op tijd weg te duiken, om zo ook achter muurtjes dekking te nemen en indien mogelijk, het vuur te openen op jou. Hey, wat vet, net zoals in Gears of War dus!

Overigens mag je de blindfire wel érg letterlijk nemen in deze game, want raken doe je sporadisch wanneer je vanuit gedekte positie gaat schieten. Ik heb zo'n beetje alles weten te raken, van gokkasten tot lampen tot aquaria (sorry visjes), maar die ene terrorist die zich verschool in dat hoekje? Ho maar. Toch is het een toffe feature die absoluut gemist zou worden als het er niet in zou zitten.

Gelukkig voor Logan werken je teamgenoten erg goed mee. Ze zullen altijd gehoorzamen (tenzij je in de weg staat) en gaan voor je door het vuur. Letterlijk. Het is dan goed om te weten dat je maten goed van zich af kunnen bijten. Je kunt ze zelf positioneren, maar zelf weten ze zich ook dusdanig in leven te redden dat je na een tijdje niet meer zonder teammaten van dit kaliber kunt, zeker als je dan weer terugdenkt aan die stomkoppen van een Dom, een Cole of een Baird uit Gears of War. De teamgenootjes in Vegas mogen dan niet zo’n hoge coolness-factor hebben, ze doen hun ding en dat is het waar het uiteindelijk om gaat. Zeker tijdens de invallen in de casino’s, die overigens op voortreffelijke wijze uitgevoerd worden, ben je maar wat blij met het gezelschap van je twee maten.

Maar goed, gaandeweg zul je dus door Las Vegas trekken, om de ene na de andere gijzelaar te bevrijden en de ene na de andere bom ontschadelijk te maken. Meer van hetzelfde dus en iets wat we in de loop der jaren eigenlijk nu wel kennen. Het is dan ook niet zozeer het verhaal wat je bijblijft, maar juist de actie die daarmee gepaard gaat. Wel moet ik eerlijk bekennen dat sommige momenten té frustrerend voor woorden waren. Uitdagend is de (helaas niet al te lange) singleplayer campagne zeker, maar soms bleek bepaalde stukken in het spel haast onmogelijk te zijn. Met veel pijn en moeite wist ik het dan toch te halen, maar ik heb in tijden niet zoveel lopen vloeken en tieren in een game. Een enkele keer heb ik de 360 maar gewoon uitgezet en mezelf gezworen het spel nooit meer aan te raken!...

.... En toch, toch bleef ik gewoon doorspelen. Want Rainbow Six: Vegas is wederom een game die doordrenkt is met de kwaliteit die we gewend zijn van Ubisoft. Het wordt haast saai, die Tom Clancy-games. Altijd dezelfde formule die bij elke game weer een beetje meer geperfectioneerd wordt, het is haast eng gewoon. Ook grafisch staat de game helemaal zijn mannetje, al is dat eigenlijk ook niet meer dan logisch gezien we hier met de Unreal Engine 3 te maken hebben, de krachtigste grafische motor tot nu toe.

Hoewel Mexico (het eerste level) nog niet zo heel overweldigend is en bij vlagen gewoon aan Ghost Recon: Advanced Warfighter doet denken (op de muziek na dan, want die is perfect), begint de pret pas echt in Las Vegas. De casino’s zijn allen verschillend van elkaar en hebben een detail die je niet vaak tegen zult komen in een spel. Nergens valt de aankleding uit de toom of zul je in lokaties terechtkomen die minder aandacht hebben gekregen. Een stijvolle luxe look, zo zou je de game kunnen omschrjven. Jammer alleen is wel dat er op een gegeven moment er wat textureproblemen op waren getreden en de framerate nog wel eens inkakte. Maar behalve dat, genieten geblazen.

Jammer genoeg is de grafische pret minder te vinden bij de multiplayerkant van Rainbow Six: Vegas. Misschien dat we enigszins verwend zijn sinds Gears of War, maar wanneer je eenmaal een potje online gaat spelen, is het detail dusdanig naar beneden geschroefd dat je toch even achter de oren gaat krabben. Niet echt next-gen dus, want de 360 zou het makkelijk aan moeten kunnen zou je zeggen.

Hoe dan ook, alle grafische teleurstellingen ten spijt, ook online speelt Rainbow Six: Vegas als vanouds. Naast de gebruikelijke deathmatch opties en een modus genaamd Attack and Defend, die sterk doet denken aan het oude vertrouwde Counter-Strike, kun je de verhaallijn van de singleplayer in co-op nog eens meemaken, maar dan met drie anderen. Om het feest helemaal af te maken kun je door middel van de Xbox Vision camera je eigen hoofd in de game zetten. Hierdoor zal jouw spelpersonage met jou gezicht rondlopen. Erg leuk en hopelijk zal deze functie nog vaker terugkomen in andere games. Al met al zijn het dit soort mogelijkheden die de game tot dé multiplayer-shooter van het moment kan maken.