Quantum Conundrum vergelijken met Portal is ergens te makkelijk, maar minstens net zo noodzakelijk. De twee games naast elkaar leggen geeft perfect weer wat er goed en minder geslaagd is aan het nieuwste project van bedenker Kim Swift. In essentie zijn de spellen vrijwel hetzelfde – in iedere ruimte liggen een of meerdere kubussen die op een drukplaat terecht moeten komen om naar het volgende vertrek te kunnen. Ook de verhalende opzet vertoont overeenkomsten, al is de sadistische GLaDOS als commentator ingeruild voor een verstrooide professor.

Hij heeft een uitvinding bedacht waarmee je vier verschillende dimensies kunt manipuleren, die je één voor één worden uitgedeeld en uitgelegd, tot ze uiteindelijk allemaal tot je arsenaal behoren. De vier dimensies zijn Fluffy, Heavy, Reverse Gravity en Slow Time. Fluffy en Heavy zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden; de een maakt alles superlicht, de ander loodzwaar. Reverse Gravity zorgt ervoor dat alle stoelen en banken (en kubussen uiteraard) ineens richting het plafond gaan. Slow Time vertraagt tot slot de tijd en laat je bijvoorbeeld over zwevende objecten springen om een gat te overbruggen. Jij als speler bent dimensieonafhankelijk, wat wil zeggen dat je geen last (of voordeel) hebt van de invloed die ze uitoefenen op de wetten der natuur. Hierin ligt de sleutel tot de oplossing van iedere puzzel.

Tutoyeermeneer

Aan het begin van de game zie je die oplossing nog in één oogopslag, je hebt dan alleen nog de Fluffy-dimensie tot je beschikking en weet dus ongeveer wel wat je moet doen. Later, als ze alle vier te manipuleren zijn, wordt het al een stuk lastiger. Echt heel lang of inventief moet je helaas nooit nadenken, het spel zet veelal een of twee dimensies tijdelijk buitenspel waardoor de oplossing zich al beperkt tot de resterende dimensies. Ook is er de professor die jou als naamloos neefje nooit helemaal los durft te laten en daarom continu vrij opzichtige hints geeft. Het had Quantum Conundrum goed gedaan als deze tips pas in beeld kwamen nadat je eerst een tijdje doelloos in een kamer rond had zitten dwalen. Om ze al vooraf te geven, voelt als een belediging van de speler zijn denkcapaciteiten. Voor kinderen lijkt het spel ook niet bedoeld, de opmerkingen zijn daarvoor te cryptisch en te snel weer weg.

De tips leggen ook bloot dat de professor verder niet zo heel veel te melden heeft. Het verhaal is dat hij als gevolg van een experiment in een andere dimensie is beland en vanuit daar alleen maar kan praten met jou. Jij zult kaas moeten maken van zijn gebrabbel, maar daar blijft het bij, waardoor de plot niet meer is dan een excuus om van de hele game een verkapte tutorial te kunnen maken. Dat hij dit advies probeert te verpakken in interessante weetjes over zijn laboratorium, is te opzichtig om geloofwaardig te zijn. En wat valt er te beveiligen met puzzelkamers als deze ruimtes juist het enige interessante aan zijn werkplek zijn.

 

Het klinkt als muggenziften om daar een punt van te maken, maar het is de noodzakelijke context die van Portal een fantastische game maakte en van Quantum Conundrum ‘slechts’ een goede. Omdat het ontbreekt aan een interessante spelwereld, komt het zwaartepunt van het spel volledig op de puzzels te liggen. En die zijn zeer vermakelijk, maar nooit echt geniaal. Ze zijn op hun leukst wanneer je alle dimensies tot je beschikking hebt, maar ze niet allemaal vereist zijn voor de oplossing. Vanaf dan is het experimenteren geblazen en zie je hoe goed en soepel Quantum Conundrum eigenlijk werkt.

De extra uitdagingen per puzzel helpen om dat te accentueren; iedere ruimte heeft een streeftijd maar ook een streefaantal dimensies dat je mag gebruiken om tot de ideale oplossing te komen. Als je eenmaal weet hoe je verder komt, dan is snelheid vaak geen probleem meer. Een dimensie minder inzetten vereist echter een compleet andere benadering van een puzzel. Op die momenten durft Quantum Conundrum zijn kop even boven die van Portal uit te steken, verder blijft het spel net als zijn gekke professor in de schaduw.