Sommige mensen springen een gat in de lucht wanneer ze weer op kamp mogen. Lekker rond het kampvuur spannende verhalen vertellen. In de Tweede Wereldoorlog was dat echter anders. Toen waren er kampen van een hele andere orde en als je daar zat dan wilde je eigenlijk niets anders dan er weer zo snel mogelijk weg zien te komen. Captain Lewis Stone is zo iemand, die door zijn eigen stommiteiten in zo'n kamp is terecht gekomen. En het is nu juist zijn rol die je als speler aangemeten krijgt in Prisoner of War. Het doel van het spel mag dan ook duidelijk zijn: ontsnappen.

De opzet van Prisoner of War is best bijzonder. Je bedient Captain Stone vanuit derde persoons standpunt en je kunt over de horizontale axis om je heen kijken met behulp van de muis. Wanneer je in het kamp komt, wordt je mag je meteen al wat rondlopen over het Prisoner Compound en maak je een praatje met een aantal medegevangenen. Het eerste kamp is vrij klein en kent dan ook maar een viertal lotgenoten, maar in de volgende kampen is het al een stuk gezelliger. In de gesprekken met je lotgenoten krijg je allerlei adviezen te horen over hoe je uit het kamp kan ontsnappen en deze volg je dan ook op in missies.

Sommige kampen zijn wat groter en beter bewaakt dan andere.

Het tijdstip voor de missies kan je meestal zelf bepalen. Je dient dan stiekem weg te sneaken van de andere gevangenen en ongezien in een ander deel van het kamp te komen. Je mag hierbij echter geen wapens hanteren en je bent dus volledig aangewezen op stealth. Door het hele kamp lopen wachters rond die het enigszins verdacht vinden wanneer er een gevangene over het hek klimt of ergens rondloopt waar hij niet hoort te zijn. Wanneer ze je gezien hebben is het overigens vaak nog vrij makkelijk ontkomen. Gewoon een kwestie van snel onder een auto kruipen en al snel zullen de wachters het zoeken opgeven en verder gaan met hun dagelijkse routine.

Het spel heeft erg veel weg van Metal Gear Solid, maar dan zonder de wapens en in een WW2-jasje. Net als in Metal Gear Solid is het mogelijk met je rug tegen de muur te gaan staan waarna je kunt zien of er wat op je af komt lopen. Ook kennen de wachters hier de verschillende fases van verdachtheid. Zien ze een glimp van je dan zullen ze iets alerter zijn, maar als je dertig seconden niets van je laat zien dan vinden ze het welletjes. Zien ze je helemaal dan zullen ze je achtervolgen, maar blijf je een minuutje ongezien dan blazen ze hun speurtocht af.

Und hier geht man fressen!

De AI van deze wachters laat dan ook redelijk wat te wensen over. Zo kan je soms vlak voor hun neus onder een auto kruipen waarna ze ineens het spoor bijster zijn. Ook als je in een gebouw vlucht met maar één ingang en de wachters achtervolgen je dan lopen ze vanwege hun slechte pathfinding in het gebouw soms zo lang tegen een tafeltje op dat ze de zoektocht naar je al beginnen te staken.