De Prince of Persia-film draait eindelijk in de bioscoop en natuurlijk kan het niet uitblijven dat er tegelijkertijd ook een nieuwe game in de schappen ligt. Verrassend genoeg is de game niet gebaseerd op de film, maar speelt ‘ie zich ná The Sands of Time af. Voor het warm houden van de Prince of Persia-hype maakt dit uiteraard geen enkel verschil. Het verhaal van The Forgotten Sands is flinterdun en als je tijdens de quasidramatische tussenfilmpjes even niet goed oplet, vergeet je dat The Sands of Time ook maar iets met deze game te maken heeft. Niet erg, want dat maakt voor de ervaring niet veel uit. De game draait volledig om de platformactie en de gevechten.

De prins is dan misschien niet meer zo charismatisch als in de vorige delen, hij is nog steeds enorm acrobatisch. En net als in eerdere delen is het ook nu weer ontzettend leuk om van het ene naar het andere richeltje te springen, enorme plateaus te beklimmen en over muurtjes te lopen. Het is mooi meegenomen dat dit nog steeds goed werkt, aangezien de platformactie de kern van de game vormt. Nog steeds moet je rennen, springen en klauteren om de meest indrukwekkende paleizen te doorlopen. En aangezien de omgevingen vol zitten met rondslingerende hakbijlen en ineenstortende bouwwerken, is het te hopen dat je hand-oogcoördinatie op orde is.

Wel is het jammer dat je zo nu en dan het gevoel hebt dat je niet volledig ‘contact’ maakt met de omgeving. Je moet precies op de juiste plek tegen de muur aanlopen, anders lukt het niet. De contextgevoeligheid is dus wat armzalig. Ook doet de prins soms niet helemaal wat je wilt. Als je op een pilaar een bepaalde kant op wilt kimmen of een schakelaar wilt verzetten, doet hij dit het soms in de tegengestelde richting. En dan volledig willekeurig, waardoor je er dus ook geen rekening mee kunt houden. Er valt mee te leven, maar soms voelt het dus niet helemaal goed.

Tijd

Overigens komt het niet alleen op je lenigheid aan. Hoe verder je komt, hoe vaker je gebruik moet maken van bovennatuurlijke krachten. Net als in The Sands of Time-trilogie kun je met de tijd spelen. Dit is natuurlijk handig wanneer je onverhoopt in een afgrond dondert. Dan spoel je de tijd gewoon even terug en probeer je de sprong nog een keer. Maar soms heb je deze vaardigheid ook nodig om überhaupt verder te komen. Op een gegeven moment kun je bepaalde objecten voor enkele seconden ‘restaureren’. Denk hierbij aan een omgevallen pilaar die je op deze manier weer even naar zijn oorspronkelijke staat brengt. Doe je dit, dan kun je de pilaar beklimmen om zo een hoger gelegen plateau te kunnen bereiken.

Daarnaast kun je na een uurtje of twee spelen water als het ware laten ‘bevriezen’. Ook dit maakt je leven als Perzische prins een stuk aangenamer. De paleizen zitten namelijk bomvol fonteinen en watervallen. Bevries je een waterval, dan kun je er bijvoorbeeld langs omhoog klimmen. Of je gebruikt een bevroren stukje fontein als een soort rekstok door eraan te slingeren en vervolgens een enorme sprong te maken.  

Hier ligt ook gelijk de kracht van The Forgotten Sands. De platformactie an sich is al erg leuk en juist deze krachten zorgen ervoor dat het net wat meer om het lijf heeft. Dit geldt al helemaal wanneer je beide krachten moet combineren. De ‘platformpuzzels’ zijn dan niet alleen leuk, maar dagen je ook echt uit. Je moet dan letten op je sprongen en ook nog eens razendsnel wisselen tussen de verschillende vaardigheden. Op deze momenten is The Forgotten Sands op z’n best en bleef je opnieuw de hoogtijdagen van de serie, zij het in een HD-jasje.

Truc

Juist om deze reden is het dan ook zo jammer dat er maar twee vaardigheden zijn die je op deze manier gebruikt en combineert. Op een gegeven moment heb je het trucje namelijk wel door en wil je eigenlijk dat de game je weer wat nieuws biedt. Dit geldt al helemaal omdat de game vrij kort en lineair is. Telkens is er maar één oplossing is om verder te komen. Hierdoor kun je nooit op een creatieve manier de omgeving de baas worden en ben je aangewezen op de twee krachten en de gebruikelijke platformactie.

Ubisoft laat hier wat kansen liggen. Nu word je gedwongen om de game te spelen zoals de ontwikkelaar het bedoeld heeft. Dit is leuk, maar is aan de ander kant ook een gemiste kans. De binnenomgevingen van Assassin’s Creed 2 en zelfs het vorige Prince of Persia-deel laten bijvoorbeeld zien hoe je toch een bepaalde vorm van vrijheid hebt, terwijl de omgevingen volledig afgebakend zijn. Het is zonde dat je niet naar je eigen oplossing zoekt, maar naar wat de ontwikkelaar voor je bedacht heeft. Het is een designkeuze die op sommige momenten wat achterhaald aanvoelt, zeker als je de evolutie van het genre de afgelopen jaren in het achterhoofd houdt.

Dit gaat ook op voor de gevechten. Ze zijn grootschalig en de actie is vrij bruut, maar eigenlijk heb je te weinig aanvalsopties om echt los te kunnen gaan. Zelfs wanneer je alle mogelijke aanvallen hebt vrijgespeeld, is het nog wat karig. En de gevechten zelf zijn ook niet ontzettend uitdagend, waardoor je hier al snel op uitgekeken bent. Het is in eerste instantie nog best leuk om met je zwaard en wat krachtige vuuraanvallen zandmonsters te doden, maar er had simpelweg meer ingezeten. Het enige wat je nu hoeft te doen, is wat inhakken op de tientallen vijanden en af en toe een ontwijkende sprong te maken wanneer zij je proberen te slaan. Dat je de vaardigheden van de prins gedurende het spel kunt uitbouwen, maakt het alleen maar makkelijker. De gevechten komen dus ook over als opvulmateriaal voor het veel interessantere platformgeweld.

Waar dit alles toe leidt? Tot een prima Prince of Persia-spel dat ten tijde van The Sands of Time (2003) behoorlijk wat indruk zou hebben gemaakt. Nu is het niet meer dan ‘goed’ avonturenspel. Het is absoluut geen verkeerde keuze geweest dat Ubisoft heeft teruggegrepen naar de succesformule van een eerder deel, al lijkt de studio wel vergeten te zijn dat we inmiddels zeven jaar verder leven.