Zo’n Final Fantasy: Dissidea zagen we nog best wel aankomen en aan Smash Bros. zijn we inmiddels ook al gewend. Maar dat de Japanse rpg Persona 4 een vervolg zou krijgen in de vorm van een pure 2D-fighter is op z’n minst verrassend te noemen. Dat die 2D-fighter vervolgens ook nog eens bijna zonder gebreken is, is zelfs een klein wonder te noemen. Alhoewel, van Arc Systems zijn we natuurlijk wel het een en ander gewend. De ontwikkelaars van Guilty Gear en BlazBlue hebben hun strepen inmiddels verdiend, ondanks dat beide titels (ongeacht hun hoge kwaliteit) niet eens in de buurt komen bij de populariteit van een Tekken, Street Fighter of zelfs Dead or Alive. En Atlus, tja, de japanofielen onder ons weten dat die mensen ook wel aardig uit de voeten kunnen met het neerzetten van memorabele personages en verhaallijnen.

Huwelijkse voorwaarden

Een huwelijk tussen een fighter en een rpg dus, hoe gaat dat nou precies in zijn werk? In de eerste plaats zijn natuurlijk de personages uit Persona 4 gepakt, voorzien van een uitgebreid scala aan aanvallen en hun monsterlijke Persona’s als hulpkrijgers. De mannen van Atlus hebben vervolgens voor elk personage een verhaallijn getikt die je tientallen uren zoet houdt en hebben er wat aftakkingen bijgegooid, gebaseerd op jouw acties. Voeg nog even een arcademodus toe voor de kortere versie van die verhalen, een online modus die behoorlijk aardig en grotendeels stottervrij verloopt, een trainings-, challenge- en versusmodus en je bent er al zo’n beetje. Nou ja, buiten het feit dat dit alles nog van de nodige kwaliteit voorzien moet worden natuurlijk.

Wat alles dat niet met het vechten zelf te maken heeft betreft: dat zit absoluut prima in orde. Dit is visueel gezien een heerlijk pakket voor de fijnproever, dat wordt bijgestaan door verse, opzwepende rock en de beste herkenbare thema’s uit de laatste Persona-rpg. Ook het verhaal is een feest van herkenning. Of je nou wilt of niet, dit is een officieel vervolg, dat net zozeer officieel verdergaat met de verhaallijn. Dat die niet eens in de buurt komt bij de impact van het origineel, daar kunnen we mee leven. Dat het verteld wordt middels ellenlange monologen en slechts een handjevol dialogen, vinden we minder prettig. Maar het geheel houdt stand. Wie de moeite neemt om alles te lezen krijgt uiteindelijk een aardig verhaal mee – voor rpg-begrippen dan. Leggen we het tientallen uren tellende epos langs andere fighters, dan mogen die zich stuk voor stuk gaan schamen.

Diep, dieper, diepst

“Maar…”, zeggen die andere fighters dan, “wij zullen toch vast en zeker een beter vechtsysteem hebben dan dit vlees- noch visspelletje?” Nou, je zult goed moeten zoeken wil je een meer diepgaande en originelere titel vinden dan Persona 4: Arena. Nog voordat we de trainingsmodus doorlopen hebben zijn we de helft alweer vergeten. Er zijn verschillende manieren van springen, verdedigen, dashen en counteren. Je kunt tijdens het gevecht acht verschillende status ailments oplopen (denk aan confused, poisoned en panicked) en er staan vier verschillende meters in beeld die allemaal een compleet andere functie hebben. Dan zijn er nog de ontelbare combo’s, verdeeld in verschillende rubrieken, die je weer op elkaar af kunt stemmen. Niet genoeg? Maak dan nog even plaats voor Persona 4: Arena’s grootste troefkaart: je speelt niet met één fighter.

Tijdens het vechten zijn twee aanvalsknoppen ingedeeld voor je basisvechter. Twee aanvalsknoppen laten jouw monsterlijke Persona een paar klappen uitdelen. We kunnen niet eens beginnen te beschrijven hoe ingewikkeld en diepgaand de mogelijkheden zijn. Niet vreemd ook, met twee vechtersbazen tegelijkertijd, tien miljard beschikbare combo’s, meters en statusveranderingen. Gelukkig is er naast de trainingsmodus zoiets als de auto-combo. Kort gezegd: ram vaak genoeg op een simpele aanvalsknop en je personage valt vanzelf in het ritme van een dikke combo en zelfs speciale superaanval, als je balk vol is. Het systeem werkt feilloos, want beginners kunnen op deze manier makkelijk een mooi spektakel de arena inslingeren, terwijl ze langzaam aan de diepere lagen proeven. En gevorderde spelers hoeven er ook geen commentaar op te hebben. Wie de finesses eindelijk (na zoveel uren dat we het zelfs wat teveel vinden) onder controle heeft, heeft niets te vrezen van zo’n beginnerscombo.

Zo af en toe…

Hoe onwaarschijnlijk het op papier op lijkt: een Persona-game kan wel degelijk óók een goede fighting-game zijn. Sterker nog, het is een van de beste fighting-games van deze generatie, mits je al die talloze uren training in de complexe spelsystemen wil steken. Zoals heel veel aspecten van deze game, is dat echter niet voor iedereen weggelegd. Helaas voor Arc Systems is Persona 4: Arena zo diepgaand, dat alleen de meest doorgewinterde diepzeeduikers de diepste grotten van de gameplay zullen ontdekken. Daar liggen de echte schatten verborgen, al is het bewonderenswaardig dat ook net onder het wateroppervlakte al genoeg mooi koraal ligt voor de minder getrainde snorkelaar. Een huwelijksanaloog en een duikersdialoog; rare combinatie hè? Maar zo af en toe kan dat nog best eens heel behoorlijk uitpakken.