Elke kerel heeft vroeger ooit wel eens een liefde gehad voor dinosaurussen. Echt lang duurde die liefde nooit echt. Paraworld heeft ook dino’s, is onze liefde voor deze game ook zo snel vervlogen als de liefde voor dino’s vroeger?

Het begon wat knullig, en dan bedoel ik het verhaal. Wetenschappers die een nieuwe soort fossielen vinden en een sponsor zoeken om er mee te kunnen experimenten. Sure, maar dan worden ze in een vliegtuig overgebracht naar een eiland om vervolgens in een kist (met stoeltjes) te stappen en uit het vliegtuig geknikkerd worden. Het gaat vervolgens natuurlijk mis, waardoor ze in een parallelle dimensie terecht komen en daar lopen ze de dinosaurussen tegen het lijf.

Na een kleine inleidende missie neemt het verhaal echter een ietwat interessantere wending, nadat je de eerste speelbare factie tegenkomt. Er wordt steeds meer uitgelegd over hoe ze er zijn gekomen, over de inwoners van deze nieuwe wereld en over nog veel meer.

Er zijn in totaal drie facties: de Norsemen, Dustriders en de Dragon Clan. De eerste clan die je tegenkomt zijn de noormannen en die helpen je in de volgende paar missies op weg. Dit is goed gedaan. Het verhaal wordt interessanter, wat er voor zorgt dat je steeds meer in het spel wordt gezogen.

Qua gameplay zit het helemaal snor. Gebouwen neerzetten gaat lekker simpel en ze zijn te draaien in elke mogelijke richting. Daarnaast moet ik even melden dat deze game van mij al een pluspuntje krijgt voor het bouwen van muren. Het is mij ontzettend vaak voorgekomen dat ik een muur bouwde in een RTS van rotswand tot rotswand, maar dat deze niet goed aansloot. Wat betekende dat de vijand gewoon om de muur heen kon lopen, langs de rotswand, en alsnog mijn basis in kwam denderen. In Paraworld niet! De muren sluiten automatisch aan op de rotswand, zonder extra poespas. Een muur staat gewoon binnen twintig seconden en je hebt je goede verdediging. Heerlijk!

Maar goed, je vergaart je grondstoffen zoals het hoort. Het zijn weer de standaard hout, voedsel en steen grondstoffen maar daarnaast is er nog ééntje. Dat zijn de doodskopjes. Voor elke unit die omlegt, of voor elk gebouw dat je vernietigt, krijg je een bepaald aantal doodskopjes. Deze doodskopjes kun je gebruiken om je units te upgraden naar een volgend level of om sommige speciale upgrades bij gebouwen te bewerkstelligen. Dit systeem werkt goed, maar helaas niet tegen de computertegenstander. Maar daar kom ik zo even op terug.

Er zijn namelijk in totaal vijf verschillende levels. Tevens zijn er verschillende units die je pas kan bouwen vanaf verschillende levels. Warriors kun je bijvoorbeeld al uit je barracks halen op level één, maar archers krijg je pas vanaf level twee. Dit werkt dan ook weer door middel van doorgaan naar de volgende eeuw. Daarna kun je pas level twee gebouwen neerzetten, enfin je weet wel hoe het werkt. Om de ‘tankrush’-strategie een beetje te minimaliseren kun je per level maar een maximum aantal units hebben. Gewone werkers die voor jou het hout en dergelijke halen tellen óók mee. Van level één kun je bijvoorbeeld 25 units hebben, van level twee maar 15, van level drie nog maar 8, enzovoorts tot een maximum van vijf dus.

Daarnaast heb je ook nog een aantal helden die aan je zijde staan. In de campagne zit dat aantal standaard op drie. De ene held is goed in close combat, de andere op een afstand en de andere held goed tegen dino’s. Zo heeft elke held zijn sterke en zwakke punten. In de loop van de campagne kom je nieuwe helden tegen die je in dat level, maar ook in het volgende zou kunnen gebruiken. Hoe? Door je quests te voltooien! Als je een quest (maar ook bijvoorbeeld side-quests) voltooid krijg je een lading punten. Van die punten kun je in het volgende level je vierde held aanschaffen of in plaats daarvan voor wat extra start units kiezen. Dat ligt dan weer helemaal aan jou.

De helden kunnen echter ook gewoon levellen. En dat heeft iets meer gevolgen dan je gewone units upgraden. Helden krijgen op level drie bijvoorbeeld een extra skill die je in de gevechten goed kan helpen de strijd in je voordeel te beslechten. Naast een extra skill krijgen ze vaak een aura erbij. Zo’n aura zorgt bijvoorbeeld voor meer schade in mêlee, meer armor voor iedereen met een speer, of dat units vanzelf langzaam healen. Dit kan beslissend zijn in een gevecht en is dus zeker geen slecht idee.

Maar dan komen we dus terug op dat probleem van mij. De computertegenstander is redelijk sterk in de normal-mode. Er zitten een paar rare dingetjes in die AI verstopt (landingsboten sturen naar een plek waar helemaal niets uitgeladen kan worden, maar wel daar blijven staan), maar over het algemeen is deze goed. Er wordt druk op je gezet, zodat je eerst naar je verdediging zal moeten kijken voordat je over gaat op de aanval. Dit is allemaal prima, je krijgt uiteindelijk vanzelf wel de tijd om je legertje op te bouwen om daarna eindelijk die felbegeerde aanval op hun kamp uit te voeren. Je pakt al jouw units bij elkaar en begint met marcheren. Alle units zijn van verschillende levels en door het verdedigen heb je een flink aantal doodskopjes opgebouwd, wat betekent dat je dus weer flink gaat promoveren. De units van jou worden véél sterker dan de standaard level één en twee units van de tegenstander, waardoor je dus uiteindelijk gewoon over de tegenstander heen walst zonder amper verliezen te leiden. Dat is natuurlijk onbedoeld makkelijk, maar gelukkig niet minder fun.

Genoeg gameplay, hoe ziet het spel eruit? Nou, goed! Het spel is zeer kleurvol en zit ook nog vol details. Vooral de grote titan units, grote T-Rex’en of Triceratops volgeladen met wapentuig en bakjes om boogschutters in te huisvesten, zien er spectaculair uit. Kanonnen die meedraaien, pijlen die van boog tot de vijand zijn borst te volgen zijn. Daarnaast zijn de uiterlijke verschillen tussen de clans goed uitgewerkt en geven deze daadwerkelijk het gevoel met iets totaal anders te spelen. Naast dat alles, kan er ook flink ingezoomd worden wat een nóg beter oog op de actie biedt, of gewoon om te genieten van de grote slachtpartij. Al met al een genot voor het oog.

Naast de singleplayer en de skirmish kun je natuurlijk ook nog online met de game. Wat op zich leuk moet uitpakken. Het enige waar ik dan uiteindelijk bang voor ben is dat het spel gewoon niet populair genoeg zal worden. De game is leuk, speelt heerlijk weg, ziet er goed uit, maar zal onder moeten doen voor het geweld van de andere RTS-games dat rond deze periode uitkomt. Ik vrees dat dit een strijd is die Paraworld niet zal kunnen winnen. Grafisch is het gewoon prima, maar zal het absoluut nooit opkunnen tegen de graphics van Company of Heroes, noch tegen de snellere speelstijl van die game. Was de game eerder, of misschien later, uitgekomen dan was hem dit ten goede gekomen, maar nu zal het waarschijnlijk blijven steken op een plek na de toppers. En niet iedere gamer heeft daar de centen voor. Zonde.