Pac-Man gedraagt zich de laatste jaren als een uitgerangeerde artiest die een wanhopige poging doet om de pas van zijn jongere concurrenten bij te benen. Het concept waarmee Pac-Man groot is geworden is namelijk niet echt meer van deze tijd. Daarom moet Namco’s gele happertje te pas en te onpas op komen draven in andere spelgenres. Na Pac-Man-platformgames, Pac-Man-flipperkasten en Pac-Man-partygames is het nu de beurt aan een Pac-Man-racespel. Of beter gezegd: Mario Kart met Pac-Man. Pac-Man World Rally is een racespelletje volgens een eeuwenoude formule. Je racet een aantal rondjes over kleurrijke parcours tegen een zevental tegenstanders, allemaal personages uit het Pac-Man universum. Over het parcours verspreid liggen allerlei power-ups voor het oprapen, waaronder bommen, snelheidboosts en boosaardige duiveltjes die zich op de wagen van een tegenstander zullen nestelen. Het een en ander wordt opgeleukt met typische Pac-Man elementen, zoals gele opraapbare bolletjes, fruit waarmee je kortere routes kunt openen en de welbekende Pac-Man geluidjes.

Op een paar minimale spelelementen na heeft Pac-Man World Rally vooral goed gekeken naar de concurrentie. Het spel is bij momenten haast een één-op-één kopie van Mario Kart, van de besturing tot het layout van bepaalde parcoursen aan toe. Het ‘spookhuisparcours’ in Pac-Man World Rally lijkt echt schandalig veel op het spookkasteel in Mario Kart, ‘geïnspireerd op’ is hier echt een understatement. Er zijn overigens wel meer elementen die duidelijk van Mario Kart afkomstig zijn. Zo krijg je een boost na een drift, kun je kleine sprongetjes maken die handig zijn bij het nemen van bochten en is er een bom die het parcours afwandelt om de spelers die voorop ligt aan te pakken.

De grote gele Pac-Man

Maar zoals gezegd heeft Pac-Man World Rally ook een paar onderscheidende elementjes. Het meest unieke zijn wellicht de gele bolletjes. Als je daar een hele hoop van opraapt, kun je tijdelijk in een speciale, grote Pac-Man veranderen. De andere personages veranderen dan in blauwe spookjes, die je op kunt eten door er tegenaan te rijden. Analoog aan de spelmechaniek in het originele Pac-Man dus, al is de power-up niet héél krachtig en heb je zoveel gele bolletjes nodig, dat je het hoogstens één á twee keer per race uit kunt voeren. De verschillende parcoursen in Pac-Man World Rally komen stuk voor stuk uit het boekje ‘Hoe Maak Ik Standaard Kart- of Racegame Parcoursen voor Dummies’. De eerste wereld is een groene, onschuldige omgeving; Check. IJswereld; Check. Lavagrotten; Check. Ruimtebasis; Check. Piratenschip; Check. Oosterse tempels; Check. Gelukkig zijn er nog een handje vol parcours die wel origineel zijn, waarbij vooral het Katamari Damacy-parcours opvalt. Helaas ontbreekt hier wel de kenmerkende muziek van de Katamari-reeks, een dodelijke stilte op de achtergrond in het alternatief. Het grootste probleem is echter niet eens dat het spel aan chronische originaliteitsarmoede lijdt. Het is vooral de lage moeilijkheidsgraad die het spel de das om doet. Zelfs op de hoogste moeilijkheidsgraad behaal je zonder al te veel moeite de eerste plaats, zelfs als je geen ervaren racefanaat bent. De AI biedt nauwelijks weerstand en slecht gebruik van de boostmogelijkheden en power-ups. Daarbij is de besturing zo simpel, dat je de meeste bochten moeiteloos door zult komen. Alleen een paar latere parcoursen hebben redelijk wat vallen en scherpe bochten, maar de AI zal daar meer last van hebben dan jijzelf. Ook visueel is Pac-Man World Rally teleurstellend. De graphics zijn weliswaar kleurrijk en de omgevingen bevatten veel bewegende elementen die de boel op moeten fleuren, maar ze missen detail en komen erg rommelig over. Bij momenten waan je je terug in het tijdperk van de eerste Playstation met deze game. Het geluid is van het type ‘we doen er wat Pac-Man geluidjes in en dan is het wel goed’, en dat is het op zich ook. Geen streling van het oor, maar het is er en het stoort niet. Pac-Man World Rally heeft op zich de potentie in huis om net als Mario Kart voor aardig wat partyplezier te zorgen, maar weet ook in multiplayer niet echt te slagen. Het spel ondersteunt multiplayer voor maximaal twee spelers, waar ondersteuning van de MultiTap welkom was geweest. Ook is de Battle Mode (als iets in Mario Kart zit, dan móet het natuurlijk ook in deze game) niet echt om over naar huis te schrijven, wat vooral te wijten is aan het matige wapenarsenaal.