De belangrijkste launchtitel voor Wii U is zonder twijfel Nintendo Land: de game wordt geleverd bij de Premium-editie van de console en dat betekent dat het voor veel mensen de eerste ervaring met Nintendo’s nieuwe console is. De allereerste indruk, daar moet je mensen meteen mee wegblazen. Nintendo Land moet spelers ervan overtuigen dat de bijgeleverde controller, de GamePad, iets toevoegt aan het speelplezier, net zoals Wii Sports een uithangbord voor de Wii-controller was. Dat lukt Nintendo Land gedeeltelijk.  Maar het verrast ook op een andere manier: het spel heeft meer om het lijf dan je zou verwachten. Het voelt, schokkend genoeg, als een echte game aan!

Op het eerste gezicht lijkt dat misschien niet zo. Nintendo Land bestaat immers uit twaalf kleinere spellen, iets waar veel fanatieke gamers na vijf jaar minigamecompilatie-ervaring met de Wii wellicht een zekere aversie voor hebben gekregen. Bij het opstarten van het spel word je verwelkomd door een zwevende robot op een groot, rond plein, met aan het uiteinde van die cirkel twaalf verschillende ‘attracties’. Elke attractie draagt de sfeer uit van een andere Nintendo-franchise, en bij elk spel krijgt je Mii ook een pakje uit de betreffende franchise aangetrokken (bijvoorbeeld een groen pakje en muts in het geval van de Zelda-serie).

Twaalf verschillende minigames dus? Ja en nee. Wie bang is voor Wii Play-achtige praktijken, waarbij je twaalf minuscule spellen voor je kiezen krijgt waar je na een uur alweer klaar mee bent, kan rustig ademhalen. De spellen in Nintendo Land voelen uitgebreider, (meestal) leuker en hebben een veel hogere productiewaarde. Om met dat laatste punt te beginnen: zolang je bestand bent tegen de typische zuurstokkenkleuren waar Nintendo bekend om staat, valt er veel eye candy te ontdekken. De lichteffecten zijn op momenten beter dan we gewend zijn van andere games op concurrerende consoles
Maar wat het meeste opvalt is het originele uiterlijk van de verschillende games: elke attractie lijkt van een ander materiaal gemaakt te zijn, van de gladde metalen omgevingen in de Metroid-attractie tot de zachte, haast stoffen werelden van Pikmin en Zelda. Het voelt vaak alsof je in een speelgoedkist van Nintendo graait. Daarbij is het thema van een pretpark slim bedacht. In plaats van uit een saai menu een spel kiezen (al heb je die mogelijkheid wel), loop je naar een attractie in een pretpark. Daardoor voelt Nintendo Land samenhangend en consistent.

Doe ons maar multiplayer

Maar alles valt en staat met de kwaliteit van de kleine games. Die is over het algemeen hoog, al valt wel op dat de attracties voor één persoon verreweg het minste plezier bieden. Zo schuif je je vinger over het scherm van de GamePad om werpsterren te gooien naar kartonnen ninja’s in Takamaru's Ninja Castle en gebruik je de bijgeleverde stylus om je mannetje in de lucht te houden en ballonnen te verzamelen in Balloon Trip Breeze. Deze games laten je wel degelijk wennen aan de mogelijkheden van de GamePad, maar voelen nog het meest als ‘minigames’. Ze komen nooit echt tot leven. De singleplayerattractie Captain Falcon’s Twister Race vonden wij zelfs ronduit slecht: de trage, eentonige gameplay heeft weinig van doen met de snelle, competitieve raceactie uit de F-Zero-reeks en suste ons eerder in slaap.

De multiplayergames weten een veel positievere indruk achter te laten, met Mario Chase en Luigi’s Ghost Mansion als absolute hoogtepunten. Beide games lijken op elkaar maar verschillen toch in uitvoering. In Mario Chase proberen vier spelers, die de Wii-afstandsbediening gebruiken, binnen een bepaalde tijd een als Mario verklede Mii te vangen in een rond doolhof. Mario is de vijfde speler die met de GamePad als enige het complete overzicht over de arena heeft. Voordat je het weet verandert je woonkamer in een complete chaos, met vier spelers die lopen te schreeuwen waar Mario volgens hen precies rondloopt. En die speler zit natuurlijk gniffelend achter zijn GamePad, smullend van de onwetendheid van zijn vrienden.

In Luigi’s Ghost Mansion is de persoon met de GamePad een spook en onzichtbaar voor de andere spelers. Hij moet de rest laten schrikken om ze uit te schakelen. De andere spelers hebben echter een zaklamp die het spook zichtbaar en kwetsbaar maakt. De zaklamp kan niet heel de tijd gebruikt worden, want dan raakt de batterij op. Een spannend kat-en-muisspel volgt, waarbij de rol van kat en muis constant wisselt. Deze multiplayergames zijn zo leuk omdat ze het pure plezier van vrienden die samen op de bank gamen weer terugbrengen op een manier die nooit eerder mogelijk was. Het extra scherm van de GamePad tijdens multiplayersessies is hierbij echt een niet eerder ervaren element.

Uitgebreid

Dan zijn er ook nog games die zowel alleen als met meerdere personen gespeeld kunnen worden. Deze attracties zijn verreweg het meest uitgebreid. The Legend of Zelda: Battle Quest, Metroid Blast en Pikmin Adventure bevatten allemaal meerdere levels die je net als in ‘echte’ games uitspeelt. Daarbij maakt het weinig uit of je dat alleen of met vrienden doet: in beide gevallen krijg je het gevoel progressie te boeken. Zo lijkt Pikmin Adventure een beetje op een dungeon crawler, waarbij je alleen of met vrienden de kleine plantwezens gebruikt om vijanden en obstakels op je weg uit te schakelen.

Zelda: Battle Quest zet de speler met de GamePad op een vast traject. Met pijl en boog worden diverse bekende plaatsen in Hyrule aangedaan. De GamePad functioneert als vizier, waarmee gemikt moet worden op de aankomende vijanden. Dit wordt in latere levels nog behoorlijk pittig, want vijanden worden steeds sterker en diverse elementen hebben invloed op je precisie, zoals een sterke wind die de koers van je afgeschoten pijl wijzigt. Wanneer meer spelers meedoen, vechten ze met zwaard en schild. Zo zijn er eigenlijk twee verschillende games in één attractie.

Ook Metroid Blast is uitgebreid, met drie modi waarbij onder andere het schip van Samus bestuurd kan worden en verschillende golven vijanden aangepakt moeten worden. De attractie legt wel de vinger op een zere plek: om het onderste uit de kan te halen, moeten spelers ook vier Wii Motion Plus-controllers en Nunchuks hebben. Dat Nintendo de mogelijkheid biedt spellen op diverse manieren te besturen is prijzenswaardig, dat spelers voor honderden euro’s aan controllers moeten bezitten om echt alle games te kunnen spelen, is minder fijn. En verwarrend: er zullen vast veel kersverse Wii U-eigenaren zijn die na aankoop van de console met Nintendo Land hun wenkbrauwen fronzen als ze er merken dat ze hun portemonnee nog eens moeten trekken.

Toch is Nintendo Land een positieve ervaring waar veel plezier uit te halen valt. Het spel is misschien niet even vanzelfsprekend als Wii Sports dat was, maar heeft wel veel meer om het lijf, terwijl de besturing voor iedereen begrijpelijk is. Wat dat betreft is de game een perfecte uiting van de nieuwe filosofie die Nintendo hanteert: de casual en hardcore markt samensmelten tot één grote groep gamers. Ergens wel logisch natuurlijk, want pretparken zijn ook leuk voor iedereen. Bij voorkeur als je met vrienden gaat natuurlijk…