“Need for Speed Undercover gaat weer terug naar de roots.“ Een belofte die schuld maakt, want als wij terug denken aan de 'roots' van Need for Speed, dan denken we aan splitscreen achter elkaar aan jagen, spijkermatten op de weg leggen, snelle wagens en veel actie. Ingrediënten die we dus ook terug willen zien in Undercover, als EA tenminste doet wat het beloofd heeft.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Need for Speed Undercover is zeker een reis terug in de tijd, maar dan niet in positieve zin. Wanneer je het spel opstart krijg je nog heel even dat gevoel van weleer, doordat je direct wordt gedropt in een wilde achtervolging ergens op een stuk snelweg in Tri-City Area, de stad waar Undercover zich afspeelt. Tijd om even rustig om je heen te kijken krijg je niet, want met een half dozijn politiewagens op je bumper en een helikopter in je kielzog, trap je het gaspedaal nog wat harder in. Na deze achtervolging begint het eigenlijke spel en daar gaat het meteen al mis.

Tri-City Area ziet eruit alsof er net een dodelijke virus heeft huisgehouden. Het is nog net geen New York in de film I Am Legend, maar meer dan een verdwaalde auto hoef je echt niet te verwachten. Er zit voor ongeveer honderdvijftig kilometer aan (snel)weg in het spel, maar met amper een auto op de weg worden het honderdvijftig lange kilometers. De stad zelf oogt nog redelijk, maar zodra je begint te rijden verandert Tri-City Area in Pop-Up Area. Dat daarnaast de tijd lijkt stil te staan en je constant in een gelige gloed van de ondergaande zon rond rijdt, maakt het er niet beter op. Dan waren de nachtraces in Underground nog beter te pruimen.

Omdat we nooit afgaan op de buitenkant laten we ons door deze teleurstelling niet afschrikken en nemen we onze  eerste race aan. Undercover biedt een vrije en open wereld waarin je zelf mag kiezen waar en wanneer je gaat racen. Maar, omdat hersenloos racen tegenwoordig not done is, hebben de makers wel een verhaallijn toegevoegd. Een verhaal dat begint met een gesprek met de wonderschone Chase Linh (Maggie Q). Chase werkt voor de overheid en ziet in jou de ideale kandidaat om een grote misdaadorganisatie op te rollen. Door te infiltreren in het illegale racecircuit is het de bedoeling om je reputatie op te vijzelen. Heb je het vertouwen van de bende gewonnen, dan kun je ze uiteindelijk inrekenen. Maar, zoals gezegd , krijg je van Undercover de vrijheid om te kiezen. Tussen de verhaalmissies door krijg je dus genoeg gewone races om je reputatie of keiharde dollars te verdienen.

Races komen in verschillende soorten en maten.  Je kunt bijvoorbeeld kiezen uit de bekende sprint-, circuit- en outrun-races, maar ook uit checkpoint-races (die wel wat weg hebben van de knockout-races uit de vorige delen) of de highway-races, waarbij het gaspedaal flink ingetrap mag worden. Terug van weggeweest zijn de politiemissies, die weer onderverdeeld zijn in drie modi. De minst interessante van die drie is zonder twijfel  de Cost to State-modus. Het doel in Cost to State is zo veel mogelijk schade berokkenen aan de stad, terwijl  je ondertussen uit de handen van de lange arm der wet moet blijven. Racen is leuk, maar als je ondertussen links en rechts met opzet objecten moet raken, dan spelen we liever een potje FlatOut. De andere twee modi, Cops and Robbers en Escape, bieden respectievelijk de mogelijkheid om als politie zelf auto's klem te rijden of juist zo snel mogelijk te ontsnappen van het zwart-wit. De modi bieden al een stuk meer plezier dan Cost to State, al komt het Hot Pursuit-gevoel bij lange na niet terug. Misschien dat het volledig ontbreken van een splitscreen-optie daar wel debet aan is.

Heb je de politie achter je aan, dan heb je in principe twee mogelijkheden om ze af te schudden. De eerste is gewoon zo hard en zo goed mogelijk rijden, zodat ze je uit het oog verliezen. Onder op je scherm zie je een rood met blauwe balk. Vult de balk zich met rood, dan heb je nog een achtervolger in je buurt. Kleurt je balk blauw, dan zit je op het juiste weg. Als tweede optie kun je verschillende blokkades, die her en der door Tri-City Area staan opgesteld, in werking zetten. Deze obstakels kunnen geactiveerd worden door er tegen aan te rijden, waarna er een kort filmpje volgt met wat je precies hebt veroorzaakt. Zo'n obstakel kan bijvoorbeeld een stellage onder brug zijn. Rijd de stellage onder de brug vandaan en de hele zooi komt linea recta naar beneden. Het klinkt bijzonder spectaculair, maar in de praktijk is het allemaal maar mager uitgewerkt. Politieauto's die al lang voorbij de stellage zijn, worden wonderwel toch geraakt en wagens die nog niet eens in de buurt zijn, lijken zo onder de indruk dat ze verstijfd blijven wachten tot er een schoonmaakploeg de boel komt opruimen. EA beloofde betere intelligentie, maar daar zien we tijdens de politieraces maar weinig van terug.

De kunstmatige intelligentie is sowieso erg matig. Races win je met gemak en je hoeft je nooit echt overmatig in te spannen. Tegenstanders snijden je soms wel af, maar doen dat op dusdanige wijze dat ze vaak zelf ook tegen de kant aan knallen. Heb je in het begin flink doorgespaard voor een snelle Skyline of Supra, dan hoef je tot ongeveer zestig procent van de game slechts achteruit te kijken om je tegenstanders te zien.  Pas na de zestig procent krijg je eindelijk wat tegenstand en zul je tot het gaatje moeten gaan om te winnen.

Hoewel het verhaal het spel zou moeten dragen, valt er ook op dit vlak eigenlijk weinig te genieten. Er zitten wel wat aardige tussenfilmpjes in de game, maar de sfeer en manier waarop het verhaal verteld wordt is allerminst overtuigend. Je ziet vooral veel stoere mannen erg stoer doen en mooie dames erg mooi zijn. De scènes met Maggie Q ondernemen nog een dappere poging om je het gevoel te geven dat je rijdt voor een nobele zaak, maar als je dan vervolgens in je auto zit en in de verhalende missies precies hetzelfde doet als in de races die niets met het verhaal van doen hebben,  dan is dat gevoel vrij snel weer verdwenen.

En nu we toch bezig zijn met de nadelen van het spel op te noemen, belanden we eigenlijk bij het grootste euvel van Need for Speed Undercover: de framedrops. Wij speelden de PlayStation 3-versie, en de framedrops die we hier te zien kregen waren werkelijk om te huilen. Bij zowat iedere bocht lijkt het beeld even stil te staan, waardoor je meer bezig bent om de auto te corrigeren tijdens die haperingen dan met de race zelf. Tijdens politieachtervolgingen of tijdens het activeren van een obstakel is het hek helemaal van de dam en krijgen je het idee dat je eerder naar een dia-voorstelling aan het kijken bent, dan naar een next-gen titel.

Misschien dat je weinig pluspunten hebt kunnen ontdekken in de recensie, en dat klopt. Behalve een voortreffelijk geluid en af en toe wel wat lekkere races (voornamelijk de highway- en de outrun-races) valt er ook weinig aan positiefs te zeggen over Undercover. Natuurlijk zitten er weer een hele lading snelle en mooie auto's in en krijg je naarmate het spel vordert ergens achterin je hoofd het gevoel dat je nog meer races wilt rijden. Maar het is allemaal niet van harte. Precies het gevoel wat de makers ook hebben gehad toen ze Undercover naar de persen stuurden, want een andere verklaring voor de kwaliteit van deze game hebben we gewoon niet.

Het snelheidsgevoel, wat zo kenmerkend is voor de reeks, krijg je alleen wanneer je het camerastandpunt van binnenin de auto selecteert. Bij alle andere camera standpunten lijk je bijna vast te zitten aan het wegdek. Auto's vallen letterlijk uit de lucht en zien er (behalve je eigen auto en die van je directe tegenstanders) uit alsof ze nog uit het tijdperk van Need for Speed Hot Pursuit stammen. En zo maakt EA toch nog zijn belofte waar. Undercover gaat inderdaad terug naar 'de roots' door een spel af te leveren die de serie mijlenver terug in de ontwikkeling gooit. Eerdere versies bieden veel meer vermaak en met toppers zoals het recente Midnight Club LA en het wat oudere Race Driver GRiD mag EA zich gaan afvragen welke meerwaarde hun racer vandaag de dag nog biedt.