Dag? Of toch nacht? Dan toch maar weer dag. Ja, ze zijn eruit bij Electronic Arts. Na het nachtdeel Need for Speed: Carbon mogen we in Need for Speed: Pro Street weer met de zon aan den hemel onze rondjes racen. En niet alleen het belicht racen is nieuw in Need for Speed Pro Street, ook inhoudelijk is de game behoorlijk op de schop gegaan. Het resultaat is een diepere racegame, waarin meer aan te passen is dan de kleur van je koplampen. Van het type motor tot de aerodynamica van je wagen, Need for Speed is nog nooit zo technisch geweest. Toch lijkt de keuze voor diepgang ietwat ten koste te gaan van hetgeen waar de serie zo in uitblinkt: puur, simpel raceplezier.

Need for Speed Pro Street kent een uitgebreide carrièremode, waarin het weer de bedoeling is om de hotste racer van het moment, te weten de show-off Ryo, van de troon te stoten. Zelf ben je een coureur genaamd Ryan Cooper, en dat zul je weten ook. Om de haverklap wordt je naam door de onwijs irritante omroeper gescandeerd, dit om mensen zogenaamd te imponeren dat er een nieuwe racelegende in opkomst is. De omroeper is kwestie is de MC op de Racing Day, de centrale punten van de carrièremode.

Racing Days zijn evenementen waarin alle racevormen terugkomen, gaande van normale races (de Grip races) tot Drag races (het zo snel mogelijk scheuren op een recht parcours) en Speed Challenges (over een haast bochtenloos circuit sjezen). Er is dus geen free-roaming wereld meer waarin je vrij naar races op zoek gaat. Middels een gelikte carrièrekaart kies je de Racing Days waaraan je wilt participeren en vervolgens wordt alles vanuit een menuutje geregeld.

Het arsenaal aan races in Pro Street is best indrukwekkend en er zitten ook behoorlijk vermakelijke varianten tussen. Zo is de Grip Class race leuk in elkaar gezet, met meerdere categorieën auto's die op één baan tegen enkel hun eigen klasse racen, en is ook de Sector Shootout, waarin een baan opgedeeld wordt in vier delen en ieder deel zijn eigen beste tijd krijgt, best aardig.

De Drag races zijn weer minder, simpelweg vanwege de minigame die je voor het starten van de race moet spelen. Het idee achter de minigame is dat je de banden van je wagen op moet warmen voordat je snel kunt racen. Dit doe je door met je gaspedaal een metertje in een groen gebied te gassen, om zo 25, 50, 75 of 100 procent grip te krijgen. Waar de minigame eigenlijk op neerkomt, is een tentoonstelling van het rooksysteem dat in Pro Street geïntegreerd is. Toegegeven, de rook ziet er goed uit, maar om hier nu voor iedere race een minigame aan te besteden? Tevens is het vervelend dat je bij Drag races (en Drift races) altijd driemaal een kans krijgt. Zet je in de eerste poging een goede tijd (Drag) of score (Drift) neer en weet je al zeker dat je gaat winnen, dan is het niet mogelijk om de overige twee pogingen te simuleren of simpelweg te skippen. Irritant.

De besturing van de game vergt gewenning, zeker als je het 'pedal to the metal'-gevoel van de vorige Need for Speed-games meeneemt naar Pro Street. Met het diepgaandere karakter van Pro Street komen namelijk ook meer racecircuitachtige banen voorbij, waarbij haarspeldbochten elkaar in rap tempo opvolgen en je niet als een achterlijke op je gaspedaal kunt gaan staan. Bochten waar je met 40 kilometer per uur doorheen tuft zijn geen uitzondering op de regel en halen de vaart soms wel erg uit de game. Wellicht heeft het te maken met het snelheidsgevoel dat je toch aan de titelnaam koppelt, maar het voelt niet helemaal passend bij de game. Het feit dat je de eerste paar uur met slechts zeer slome bolides mag racen helpt eveneens bij de creatie van dit slakkengevoel.

Zoals gezegd is Pro Street meer dan een simpele racegame en mag je ook op z'n Forza Motorsports (al is dat misschien wat overdreven) aan de inhoud van je wagen gaan sleutelen. Dit kun je doen door aan de specifieke onderdelen te gaan sleutelen of standaard pakketten te kopen. Bij het los gaan sleutelen moet je toch een klein beetje autokennis hebben en zo niet, dan wordt dit al snel duidelijk al je de baan opgaat. De allersnelste motor kopen voor al het geld dat je gespaard hebt, maar vervolgens vergeten de remmen te verbeteren, het schakelen soepeler te laten gaan en de 'handling' van de auto te optimaliseren, levert veel enkeltjes grindbak op. Op de rechte stukken race je alles en iedereen voorbij, maar het remmen voor een bocht kost veel tijd en zodra je begint te sturen duurt het eeuwen voordat de auto reageert. Het opvoeren van auto's zit simpelweg goed in elkaar en geeft je middels een voorbeeld zoals zojuist genoemd ook het gevoel dat je acties gevolgen hebben.

Ben je daarentegen niet zo'n sleutelkoning maar wil je toch snel met een rappe bak gaan racen, dan heeft Electronic Arts een oplossing voor je: betaal gewoon met Microsoft Points. Sommige auto's die nog vergrendeld zijn kun je namelijk met de europunten van Microsoft aanschaffen, wat toch gezien mag worden als een laffe oplossing. Heb je eenmaal zo'n auto, dan scheur je, zeker in het begin van de game, van overwinning naar overwinning. Dit soort advertentiesystemen mogen wellicht de toekomst van de gamesindustrie zijn, maar om nu te zeggen dat wij er fan van zijn: nee, absoluut niet. Ook het repareren van je auto, het schademodel ziet er vrij goed uit en je kunt je auto in gradaties naar de schroothoop helpen, is mogelijk met Microsoft Points, al moet je wel heel gek zijn om dit soort bedragen met echte pegels af te rekenen.

Grafisch is Need for Speed Pro Street niet onaantrekkelijk, maar mist het door de wat grijze opzet wel wat van de schwung die de vorige delen wel hadden. De auto's zien er daarentegen wel lekker rauw uit, met stoere visuele toeters en bellen. Het is dan weer jammer dat de racebanen wat eentonig zijn, zowel grafisch als inhoudelijk. Je rijdt al snel op aangepaste versies van de standaard racetracks, met enkel wat nieuwe bochten. De soundtrack van de game is weer heerlijk opzwepend, met een goede mix van bekende nummers en beats (de Nederlander Junkie XL heeft zo'n beetje de halve soundtrack in elkaar gezet). Alleen die omroeper hè… die omroeper. Zucht.

Het sterkste punt van Need for Speed Pro Street is de integratie van de multiplayer in singleplayer-achtige modes. De Racing Days zijn namelijk ook online op te zetten en geheel naar wens aan te passen. Tevens worden er in de singleplayermode als je aan het racen bent allerlei statistieken bijgehouden die op de online leaderbords verschijnen en kun je vanuit het hoofdmenu á la minute een snel potje racen opstarten, zowel tegen iemand van je eigen niveau als tegen een willekeurige tegenstander. Ten slotte is het ook nog mogelijk om een Blueprint van een auto (de aangepaste versie die jij na uren knutselen gebrouwd hebt) online uit te wisselen. De samensmelting van multiplayer door de hele game heen is echt goed gedaan en levert Need for Speed Pro Street een absoluut voordeel op de concurrentie op.

Maar ja, wat blijft er echt van dit voordeel over. Need for Speed Pro Street is nergens echt slecht, maar ook nergens echt goed. Het grijze karakter, de wat slome opbouw van de game en de niet altijd lekker uit de verf komende modes geven de game geen smoel. De vorige games in de serie waren wellicht niet altijd even goed, maar je wist wel dat je een typisch product kocht als je Need for Speed uit de rekken trok. Need for Speed Pro Street is, ondanks de goede multiplayer integratie en het leuke sleutel-aan-je-auto principe, een game zonder krachtige identiteit. En dat is jammer, want achter het wat kleurloze gezicht schuilt wel een alleraardigste racegame die je wat uurtjes plezier op kan leveren.