Op je horloge kijken om te zien hoe laat de bus of trein komt. Wachtrijen bij de kassa in de supermarkt. Ongeduldig toekijken hoe de werk-pc zich voorbij het opstartscherm worstelt. Even wachten op de pizza. Steunen en zuchten totdat deze alinea eindelijk is afgelopen en to the point wordt. Oké, komt-ie. ModNation Racers: Road Trip bestaat helaas uit nogal veel...ach, dat komt later wel. Laten we eerst onder de motorkap kijken.

ModNation Racers is een game waarin spelers lekker aan de slag kunnen met het bouwen van karts, bestuurders en banen. Deze bouw je met een drietal editors waarin klunzen kunnen klooien en doorgewinterde doe-het-zelvers lekker los gaan. Het zijn gereedschappen die iedereen op kan pakken, zonder het hoofd hoeven te breken over de werking ervan.

Dit komt mede door de vrij eenvoudige touchscreenimplementatie. Een patroon uitzoeken voor het pak van een coureur is met een simpele druk zo gedaan en switchen tussen verschillende aanpasbare onderdelen van een wagen is al even eenvoudig. Binnen een paar minuten maak je al een unieke kart en personage. En wie de tijd neemt kan talloze bekende personen en wagens namaken met alle kloppende details – van de gouden knopen op de overal van Mario tot de juiste nuances in het sneeuwwitte pak van The Stig en van de eigenzinnige kraaloogjes van Pac-Man tot het glimmende chroom van Iron Man. En wie gemotoriseerde voertuigen in elkaar wil sleutelen, mag nu alvast iets originelers gaan bedenken dan een gedetailleerde Thomas de Trein, een goedlijkende A-Team-bus of een nostalgie opwekkende The General Lee.

Bij racebanen is het wat lastiger om die echte herkenbaarheid erin te brengen, al is een Monaco moeilijk te missen als je een baan met een tunnel naast een waterpartij construeert. Toch voelt het creëren van banen minder prettig en eigenzinnig aan. Er zijn verschillende thema’s om uit te kiezen en ook genoeg gebouwen om langs de banen te zetten, maar deze gebouwen van een eigen lik verf voorzien is niet mogelijk. Hierdoor zit je vast aan de vrij vlakke thema’s (een bergdorpje, een stad en een woestijn bijvoorbeeld). Daarnaast heeft deze editor wat moeilijkheidjes in zich; hoogteverschillen zijn lastig in te schatten en het nauwer of wijder maken van een baan is een tijdrovend klusje. Wie er echt het volle uit wil halen, zal ook exponentieel meer tijd in deze editor moeten steken dan in de andere twee. Gelukkig is er een automatische knop waarmee je baan wordt voorzien van wapens, vallen en wat mooie decorstukken voor mensen die creatief wat minder rekbaar zijn.

Creatief

Nadat je tevreden bent over je creatie, is het tijd om deze te delen met de wereld. Een eenvoudig upload-en-downloadcentrum-in-één is in dezen je vriend. Via een overzicht is te zien hoe vaak je knutsels zijn bekeken, gedownload en gebruikt en wat voor waardering deze hebben gekregen. Een zoekfunctie in hetzelfde gedeelte laat je speuren naar pareltjes die op verschillende manieren getoond kunnen worden. Denk hierbij aan de (zojuist genoemde) rating, de meest gebruikte of gewoon de meest recente creatie.

Zo is het goed mogelijk om een breed scala aan originele uitspattingen te ontdekken, te downloaden en te gebruiken. Bovendien is met een enkele knop te switchen tussen de Vita- en PlayStation 3-creaties en kun je putten uit talloze varianten die al sinds 2010 online staan. Het vormt ook gelijk een extra uitdaging voor Vita-spelers: verzin maar eens iets creatiefs dat de afgelopen twee jaar nog niet is bedacht door de ModNation-community.

Niet klaar voor de start…

Maar hoe leuk het kliederen en kladden ook is; het gaat uiteindelijk toch om het racen. Eén knop om gas te geven, een ander te boosten, een derde om je wagen overdwars door de bocht te gooien en zo de boostmeter te vullen en een laatste om je schild te activeren. De remknop? Nagenoeg overbodig. Met deze eenvoudige en prima basis stuur je al snel je kart overdwars door bochten en verzamel je over de baan verspreide power-ups (die krachtiger worden als ze opgespaard worden) om tegenstanders het leven zuur te maken.

Het racen is onderverdeeld in verschillende categorieën, waarvan de carrièrestand het grootste is. In de PlayStation 3-versie was deze stand zelfs voorzien van heuse tussenfilmpjes met koddige personages om het geheel zijn eigen smoel te geven, maar deze poging onderneemt de Vita-versie niet. Er zijn een vijftal cups (en een bonuscup) met vijf losse races die je vrijspeelt als je voldoende punten haalt in de voorgaande. Het voelt wat simpel aan, al moeten we bekennen dat al die poespas uit de PlayStation 3-versie ook niet zo hoefde.

Uiteraard loopt de moeilijkheidsgraad op naarmate je in nieuwe cups terechtkomt, al is er plots een stevige knik omhoog zo rond de derde cup. Computertegenstanders glijden dan plots boostend door bochten, terwijl ze power-ups opsparen en met meer efficiëntie gebruiken. Maar de verhoogde moeilijkheidsgraad komt helaas ook door de behoorlijk hak hakkelende framerate.

Vooral bij banen waar de helikopters met daaraan bungelende brandende ringen, sneeuwkanonnen en vuurpoortjes in groten getale aanwezig zijn, duikt de framerate ver naar beneden. En laten de banen nou alleen maar uitgebreider en waanzinniger uit de hoek te komen naarmate de carrièremodus vordert om er nog een showtje van te maken…

Het een stop motion of een hyperactieve diashow noemen is overdreven, maar het ligt niet ver van de waarheid vandaan. Het is onacceptabel en maakt de latere races bijna onspeelbaar, je botst en knotst van reling naar reling omdat input ontzettend traag naar het beeld vertaald wordt, terwijl banen juist rond dat punt vereisen dat je pixelprecies bent om te voorkomen dat je dieptes in duikelt of hard in botsing komt met hekken, bergen en gebouwen. Tussen creaties speuren naar leuke banen komt dus vooral neer op het uitkiezen van tracks waar maar niet teveel creatieve uitspattingen in zitten en laat dat nou net niet de bedoeling zijn van deze game. Dat de game alleen ad-hoc in de multiplayer (voorlopig dan) speelbaar is, is misschien maar goed ook – online zou het al helemaal een ‘lag fest’ worden.

De optimalisatie-issues beperken zich echter niet alleen tot de races zelf. Het allergrootste struikelblok, dat de PlayStation 3- en PlayStation Portable- ook al teisterde, zijn de ontzettend lange laadtijden tussen races door. Met gemak zit je veertig seconden te staren naar een laadscherm, waarna je vijf minuten mag racen. Zalvend valt over de PlayStaiton 3-versie nog te zeggen dat consolegamen toch een rustigere ervaring is en dat sessies vaak langer zijn; een laadtijd hier en daar kan gebeuren. Dat gaat echter totaal niet op voor de Vita-versie; handheldgaming draait erom dat het mogelijk is (mogelijk!) om even kort een potje te spelen voordat de trein komt, je aan de beurt bent bij de kassa of je werk-pc is opgestart. En dat is het simpelweg niet.

Nu stel je jezelf wellicht de vraag waarom we zo lang wachten met deze keiharde kritiek in deze recensie? Puur voor de stekende ironie.