Ninja’s zijn cool. En stealth-koningen Sam Fisher en Solid Snake weten dat maar al te goed. Niet voor niks hebben zij zich de kunst van het verbergen meester gemaakt om zo hun doelen te bereiken. Daarom verbaast het ons zeker niet als beide heren een kopietje van Mark of the Ninja in de kast hebben liggen. Een beetje extra oefening kan nooit kwaad.

Wie de fijne kunst van de ninja wil leren, haalt met Mark of the Ninja een meer dan geschikte game in huis. Mark of the Ninja weet zich zo goed te manifesteren als stealth-game dat we bijna gaan denken dat sommige personeelsleden bij Klei Entertainment zelf ooit ninja zijn geweest. Overigens zie je al na vijf minuten spelen dat diezelfde personeelsleden ook verantwoordelijk waren voor Shank, gezien de vele overeenkomsten die beide titels hebben. Zowel grafisch als speltechnisch heeft Klei Entertainment zich duidelijk laten inspireren door hun eerste ‘grote titel’.

 

Zo speelt Mark of the Ninja, net als Shank, ook als een tweedimensionale platformer waarbij we vaak terugdenken aan Castlevania. Zij het dat je dit keer niet met een zweep maar met een zwaard en bamboewerpmessen aan de slag gaat. Het verhaal zelf is flinterdun en plaatst je in de rol van een ninja die vecht voor het bestaan van zijn dojo. Die wordt aangevallen door een soort van megacorporatie die beschikt over geavanceerd wapentuig en vooral heel veel domme bewakers in dienst heeft. Daarnaast zit het hoofdpersoon onder met tatoeages die hem speciale krachten geven, maar uiteindelijk ook zijn dood betekenen. Dat klinkt allemaal erg aardig, maar is buiten een paar mooie, tekenfilmachtige tussenscènes, weinig meeslepend.

Ninja power!

De kracht van Mark of the Ninja ligt vooral in zijn gameplay en de manier waarop het stealth-genre wordt benaderd. Zoals gezegd speelt de game als een tweedimensionale platformer, maar wel met een kleine twist. Het licht, of beter gezegd, het donker speelt een belangrijke rol en bepaalt hoeveel je van je omgeving ziet. Zijn er lichtbronnen aanwezig dan kun je duidelijk alle platformen, trappen en gangetjes zien. Is er geen licht, dan zie je slechts vaag de omtrek van muren en vloeren en worden tegenstanders in feite onzichtbaar.

Maar een ninja zou geen ninja zijn als hij geen bovenmenselijke zintuigen heeft en de vijand en zijn omgeving niet op andere manieren kan spotten. Een bewegende vijand wordt bijvoorbeeld zichtbaar door het geluid dat hij maakt. Visueel vertaalt dat zich in een cirkel die de geluidsgolven nabootst. Andersom zie je het ook als jijzelf te veel geluid maakt én wanneer een tegenstander dichtbij genoeg staat om dit te horen. Datzelfde gaat op voor de visuele vertolking van het gezichtsveld van een tegenstander, waardoor je goed ziet tot waar hij jou kan spotten. Uiteraard kan zijn gezichtsveld worden verlengd door een zaklamp, extra zoeklichten en lampen die in de levels hangen.

Verschuilen is bovendien niet je enige optie; je krijgt gaandeweg het spel steeds meer andere middelen tot je beschikking dankzij de punten die je ontvangt. Het eerste level speel je heel basaal met slechts je blote handen, maar al gauw krijg je een zwaard, rookbommen, rotjes ter afleiding, boobytraps en zelfs een kartonnen doos (jazeker, onze ninja leert ook van anderen). Naast wapens leveren je zuurverdiende punten ook nieuwe vechttechnieken op, waardoor je op een gegeven moment tegenstanders kan opknopen aan je ninjatouw, door ventilatieschachten kan trekken of simpel in de luren kan leggen door vanachter een deur een aanval uit te voeren.

Boeren-kill

Met deze speltechnieken word je vervolgens geplaatst in diverse levels waarbij de opdracht vooral bestaat uit het infiltreren van gebouwen en het op zoek gaan naar belangrijke personen of objecten. Waar Mark of the Ninja zich vervolgens echt in onderscheid is de keuzevrijheid die je krijgt om het einde te behalen. Nergens word je gedwongen om te sluipen of te verstoppen. Hoeveel alarmen je ook af laat gaan, dit betekent nooit game-over. De game beloont je immers met punten die je ook krijgt als je een tegenstander lomp en bruut afmaakt met een zogenaamde Peasants Death (een niet zo stille en eervolle dood). Het zal je echter niet verbazen dat je wel wat meer punten scoort als je een tegenstander eerst voorbij sneakt, vervolgens afleidt met een bommetje om hem daarna vanaf het plafond met een zogenaamde bat-kill om het leven te brengen.

Het blijft een ninjagame en je houden aan de code van deze eervolle vechters levert je dan ook evenredig meer punten op. En hoewel je soms slechts een enkele mogelijkheid krijgt om een kamer te doorkruisen, zul je meer dan eens kunnen kiezen uit diverse manieren om, ongezien of niet, je doel te bereiken. Overigens is het jammer dat je een stealth-kill steevast op dezelfde manier uitvoert (de X-knop en een beweging naar links of rechts) en ook de animatie weinig variatie biedt, waardoor het moorden an sich redelijk snel saai begint te worden. Maar ondanks dit kleine minpuntje begin je eigenlijk als vanzelf als een ninja te denken en rijg je binnen de kortste keren oude én nieuwe vechttechnieken als een volleerde shinobi aan elkaar.

De game weet je feilloos uit te dagen om naar een oplossing te zoeken die het beste bij je past, zonder je daarbij aan het handje te nemen. En dat is best knap in een 2D platform-game. Daarbij wordt de game steeds moeilijker, maar wel op een manier waardoor je sneller gebruik leert maken van de mogelijkheden die het spel biedt. Dat Mark of the Ninja tegen het einde van de game iets te ver overhelt naar het puzzelgedeelte, doet de ninja in ons pijn, maar doet verder geen afbreuk aan de kwaliteit van het geheel. De makers hebben goed gekeken naar het genre, daar de beste ingrediënten uitgehaald en vervolgens gemixt tot een game die de essentie van het stealth-genre op een frisse manier benadert.