Bijna tweeënhalf jaar na de lancering van de Wii U heeft de spelcomputer van Nintendo het nog steeds niet makkelijk, ondanks misschien wel de sterkste software line-up van alle actuele gamesystemen. Het is wel duidelijk dat de chunky GamePad een stuk minder aantrekkingskracht heeft dan de Wii-afstandsbediening, die een cruciale rol speelde in het succes van Nintendo's vorige console. Sterker, het lijkt alsof steeds meer games – zelfs die van de Japanse uitgever zelf – de tabletachtige controller maar gewoon negeren. Gelukkig laat Mario Party 10 zien dat je af en toe nog best toffe dingen met de GamePad kan doen in competitieve multiplayerstanden. Oh ja, en je gebruikt 'm in deze game om Nintendo's meest recente cashcow toe te passen, de Amiibo’s, al zijn we daar beduidend minder over te spreken.

Hetzelfde schuitje
Wie Mario Party 9 heeft gespeeld, weet wellicht nog dat de bekende bordspelformule van de franchise destijds aardig werd opgeschud. In plaats van individueel over speelborden te bewegen, zit je met maximaal vier spelers tegelijk in hetzelfde karretje, schuitje of ander voertuig om afhankelijk van je dobbelsteenworp een aantal vakjes verder te gaan. Deze dynamiek voelt ook in deel tien nog fris: door de verplaatsing van het groepskarretje strategisch richting bepaalde vakjes of routes te sturen, kun je je reisgenoten behoorlijk naaien. Bovendien houdt het de vaart lekker in het verloop van elk bord.

Nieuw is de Bowser Party-stand, waarin Mario Party 10 – als eerste deel op de Wii U – eenvoudig maar slim gebruikmaakt van de GamePad. De speler met deze uit de kluiten gewassen controller achtervolgt de rest over een bord in een poging hun levenskracht tot nul te reduceren. Haalt Bowser de rest in, dan volgt er een speciale minigame waarin hij de kans krijgt om toe te slaan. Spannende momenten zijn gegarandeerd wanneer je in de rol van Mario's aartsvijand vallen hebt uitgezet op je eigen scherm, waarna je aanschouwt of de rest ze wel of niet weet te ontlopen.

Ondanks de nette uitwerking van deze twee party-standen, zijn de minigames zoals vanouds de ware sterren van de game. Je moet het de ontwikkelaars nageven dat ze er wederom in zijn geslaagd vele tientallen kleine spelletjes te maken die allemaal van elkaar verschillen en een mix van vaardigheid en (gelukkig in mindere mate) button-bashing of geluk van de speler vragen. Onze favorieten zijn zonder meer racen op hoge snelheid over een rivier, het 'lummelen' van een enkele speler die niet aan de bal is en een even kort als intens gevecht om de mooiste plek voor een fotocamera. Bovendien schalen een hoop minigames afhankelijk van het aantal deelnemers mee – je bent dan niet gedwongen om naast drie menselijke spelers ook een computergestuurde toe te voegen, zoals vroeger. Ook de speelborden zijn met twee of drie in plaats van altijd vier te spelen.

Fysieke betaalmuur
Het zat er natuurlijk aan te komen, maar na Super Smash Bros. voor Wii U is ook Mario Party 10 doorspekt met de bij die game geïntroduceerde Amiibo’s, fysieke speelgoedfiguurtjes om in te scannen met je GamePad. De tiende Mario Party loopt daarin zelfs voorop: in een aparte speelstand kun je alleen spelen met de fysieke evenbeelden van personages in het spel. Ieder figuurtje heeft bovendien zijn eigen (eenvoudige) bord, waarin volgens oud gebruik wél munten én sterren worden verzameld.

Zonder de juiste Amiibo's (negen in totaal) kun je het vergeten om deze content ooit te zien, en dat is ergens best wel een kwalijke zaak: de poppetjes kosten vijftien euro per stuk en voelen als een verkapte vorm van betaalde downloadbare content. Effectief zit bijna een kwart van de (zij het betrekkelijk basale) spelinhoud zo verstopt achter een soort betaalmuur. Bovendien heeft elke deelnemer een fysieke Amiibo nodig om überhaupt op deze speciale borden te kunnen spelen en voelt het continu scannen van de poppetjes met de nfc-chip van de GamePad al snel nodeloos vermoeiend. We snappen dat Nintendo dollartekens ziet sinds het succes van Activision met Skylanders, maar hier gaat de toepassing van de poppetjes in een game ons toch net te ver.

Als geheel is Mario Party 10 gelukkig netjes afgewerkt en het bevat de kleurrijke en familievriendelijke presentatie die we van Nintendo gewend zijn. Het is alleen moeilijk om echt onder de indruk te zijn van de graphics: bij het debuut op de Wii U heeft deze spinoff-franchise binnen het Mario-universum duidelijk niet de sprong gemaakt die Super Mario 3D World en Mario Kart 8 wel kenmerkte. Ergens passen de statische opzet en de houterige bewegingen wel bij de bordspelformule, maar toch waren we liever verrast door een visueel spektakel als bij de andere genoemde titels.